Nostalgie is ook niet meer wat het geweest is

Doei huis!

Doei huis!

Nog maar een paar nachtjes slapen. Dan krijgen we de sleutel van ons nieuwe huisje. Ik ben bij voorbaat al gestrest en zou het liefste de komende drie weken slapend willen doorbrengen (ware het niet dat ik ook het liefst de volledige controle in handen zou houden) en toch heb ik er zin in. Ik kan haast niet wachten.

Dit huis was mijn eerste echte eigen huisje. Na in vier jaar tijd vier keer verhuisd te zijn, was dit de plek waar ik weer echt tot rust kwam. Ik hoefde met niemand rekening te houden, geen compromissen te sluiten en daarom kwam er een schreeuwerig behangetje in de woonkamer en werd de keuken oranje geverfd en de wc knalroze. Dat het ver van de stad was, maakte mij niet uit. Ik fietste wel wat langer. Dat het niet in een fancy buurt stond, kon me niet schelen. Dit was mijn plekje, mijn paleisje. My castle, my rules.

Ik had dan ook verwacht dat ik het toch ontzettend jammer zou vinden om dit achter te laten. Maar niets is minder waar. Ik ben wel klaar hier. Dat het zo ver weg van alles staat, betekent nu dat ik maar weinig doe. ‘Even naar Esther’ is al twintig minuten fietsen en moet dus goed gepland worden. De voetballende jongetjes op het grasveld onder mijn balkon, die vroeger voor een soort vermakelijke live-televisie zorgden, betekenen nu dat ik niet op het balkon kan zitten vanwege de herrie. En dat schreeuwerige behangetje waar ik zo gek op was, danst nu voor mijn ogen.

Het is wel goed zo. Mijn paleisje heeft me lang genoeg blij gemaakt. Het is nu tijd voor iets van ons. Ik sluit met liefde compromissen (niet téveel natuurlijk) als dat betekent dat Lars en ik er allebei gelukkig mee zijn. Een plaats waar ik tot rust kan komen, waar iedereen welkom is en waar we samen blij van worden. Our castle, our rules.

Dus dag huis, dag rare buren, dag jungle (zoals onze wijk door sommigen liefkozend genoemd wordt). Dag Uithof, dag Zuiderpark, dag bus 25. Het was leuk en het was fijn. Maar ik geloof niet dat ik je ga missen.

75c3d780d16b446bc608a687e09c5d9c

Pootjes

Vandaag is het zo’n dag dat het voelt alsof ik kilometers lange benen heb. Ik voel mijn knieën bewegen, maar de rest daaronder is ver, heel ver weg. Ik voel me Naomi Campbell. Op blokhakken en stelten.

Iedereen die mij kent, weet dat dat geen realiteit is. In vergelijking met mijn zussen met benen tot in de hemel, strompel ik voort op korte, stevige stompjes. Maar vandaag zijn het wel stompjes die heel ver weg zijn van waar ik mij bevind.

Het schijnt door de onbewuste spierspanning te komen in mijn lichaam. Die bouwt op waardoor ik het gevoel heb niet goed in contact te staan met mijn lijf. Ik voel me als een zwevend hoofdje dat aan de touwtjes van mijn armen en benen trekt als een poppenspeler. Wat dan helpt is ‘lopen met aandacht naar je voeten’. Ja, abacadabra inderdaad. Als ik mijn voeten niet voel, hoe kan ik er dan aandacht voor hebben? Hoe het ook kan, is doen alsof je door zompige, zuigende bagger loopt. En dat helpt bij mij, vraag me niet waarom. Ook al voelt het alsof ik de pinguïnpas uitvoer. Sensorische Integratie lijkt soms net toveren. Langzaam voel ik mijzelf dan zakken vanuit mijn hoofd, door mijn lijf, mijn korte beentjes in.

f99ff8a8aee9af016806ea21e959e53e

Zielenknijpen

“Ik ben gewoon erg positief ingesteld.” zei ik trots.
“Bén je dat? Of denk je dat je dat voor anderen moet zijn?” vroeg mijn psych en ik dacht: ‘hèhè, lekker! We zijn aan het zielenknijpen!”

Er was na het ongeluk niet veel tijd om stil te staan bij wat er gebeurd was. Ik moest naar de tandarts en weer aan het werk en weer naar de tandarts. Vooral heel vaak naar de tandarts. En toen kwam Lars officieel bij mij wonen en probeerde ik nog een keertje aan het werk te gaan en moest ik de strijd aan met de verzekering. Enzovoorts. Al die tijd dacht ik dat ik gewoon niet zoveel te verwerken had. Ik had niet door dat ik niet verwerken wílde.

Het bekroop me ongemerkt. Ik werd steeds somberder en meer gespannen. Ik voelde me afgemat en gelaten. Écht blij of boos was ik niet. In de bus bedacht ik hoe gevaarlijk de chauffeur reed en hoe gemakkelijk het was om iemand aan te rijden. Op de fiets vermeed ik de grote wegen en sprong ik het liefst bij iedere zijstraat van het zadel om rustig uit te kunnen kijken. Ik kon 10 km rennen, maar zelfs na 5 minuten fietsen was ik uitgeput. Eigenlijk vond ik het gewoon echt heel eng, maar dat kon ik nog niet toegeven.

Ik dacht dat posttraumatische stress iets was voor militairen of slachtoffers van een moordaanslag. Mensen die écht iets hadden meegemaakt, zeg maar. Niet voor iemand die gewoon een tikje van een auto had gehad. Toch was dat de conclusie die de psycholoog al redelijk snel trok. En bij PTSS hoort een behandeling die EMDR heet; Eye Movement Desensitization and Reprocessing. In het kort bestaat de behandeling uit het denken aan de traumatische gebeurtenis terwijl je afgeleid wordt door ofwel geluidjes ofwel bewegingen die je moet volgen. Hierdoor kan je brein geen ontsnappingsroute meer bedenken en móet je de gebeurtenis wel verwerken. In twee sessies zakte de ervaring van Het Ongeluk van een 10 op de schaal van Verschrikkelijk naar een 0. Ik kan weer fietsen zonder angst en de spanning van deelnemen aan het verkeer is gezakt.

Het is niet zo dat ik het ongeluk niet erg meer vind. Of dat ik de gevolgen van het ongeluk nu minder zwaar vind. Maar ik kan er nu neutraal over praten. Lange tijd sprak ik over Het Ongeluk en mijn leven vóór en na dat ene moment. Maar ik besef nu dat ik dat niet voor altijd kan doen. Sterker nog; ik wíl dat niet voor altijd doen. Ik vertik het om de rest van mijn leven in te delen in een pre- en post periode. Ik weiger de komende jaren te blijven hangen in een grijs interbellum.

Ik ben gewoon weer Suus en dit is mijn leven nu. En ik heb ooit een ongeluk gehad en daar de gevolgen van ondervonden. Maar dat ik hersenletsel heb, betekent nog niet dat ik voor altijd slachtoffer ben.

08378e8895152f17bcb1f7b575640dde

Nachtwacht dan maar?

Het kan me soms ineens bespringen. Dan voel ik me de hele dag eigenlijk behoorlijk opgewekt, heb ik lekker gefröbeld thuis, net een lekkere cappuccino voor mezelf gemaakt en dan toch… is het ineens niet leuk meer.

Net bedacht ik dat ik wel even wat onderzoek wilde gaan doen naar de re-integratiebureaus die mijn maatschappelijk werkster in het revalidatiecentrum had aanbevolen. Allemaal gezellige, optimistische sites. ‘Op de toekomst gericht’, ‘kijken naar mogelijkheden’, ‘kansen zien en benutten’. En als je het zo stelt is het natuurlijk ook allemaal fantastisch.

Maar dat is het niet. Het is nu zomervakantie. Mijn collega’s hoeven ook niet naar school, veel van mijn vrienden zijn vrij. Maar dat duurt niet zo lang meer en dan? Dan gaat iedereen weer werken. Dan wordt het herfst en gaat het stormen en is de drukte van onze verhuizing voorbij. En dan moet ik nog steeds drie keer per week naar het revalidatiecentrum en kom ik voor het eerst in contact met het UWV. Dan moet ik een WIA-uitkering aanvragen en naar zo’n stom re-integratiebureau dat mijn ‘kansen’ gaat ‘benutten’ en zich op mijn ‘toekomst’ gaat ‘richten’. En dat terwijl ik wéét wat ik het liefste wil doen. Het liefste werk ik met jongeren en heel veel leuke collega’s.

Maar dat is druk en ik kan niet meer tegen drukte.

Vandaag hoorde ik iemand van achterin de vijftig dat ze nog wel wilde werken, want ze werd gek thuis. Ik kwam toen net bij de ontspanningsfysiotherapie vandaan, voelde me helemaal zen en bedacht dat ik me, ondanks alle stomme dingen, eigenlijk best vermaak de laatste tijd. ‘Ik hoef niet perse te werken om me goed te voelen’, dacht ik nog.

Grappig hoe je jezelf voor de gek kunt houden.

Ik wíl werken. Ik wil die laatste week van augustus net als mijn collega’s weer terug naar school, die klassen ontvangen. Van 0 tot 100 in drie seconden. Ik wil kunnen zeggen dat ik geschiedenisdocent bén, niet was. Ik wil een geregeld leven leiden. Kwart voor 8 de deur uit, half 6 thuis en dan nog een uurtje nakijken. Ik wil het en het kan niet en man, wat is dat stom.

Iemand had tegen een lotgenootje gezegd dat ze dan maar op een stoeltje naast de Nachtwacht moest gaan zitten. Dáár kan ik zelfs enthousiast over worden.De hele dag naast de Nachtwacht op een stoel! Maar vraag me dat na één dag schoolklassen, luid articulerende Amerikanen en fotograferende Aziaten nog eens…

82e75e198699c5bbd6adfca282ff330e

Bezinning

Een vriendje zei ooit tegen mij dat ik een graag geziene gast op feestjes was. Dat ik the life of the party was en iedereen graag in mijn omgeving was tijdens avondjes uit. Ik vond dat toen het grootste compliment dat iemand mij ooit kon geven.

Nu ga ik geen avondjes meer uit. En ik probeer wel naar feestjes te gaan, maar uiteindelijk doe je me meer plezier met een koffiedate waarbij we één op één het leven kunnen bespreken.

En ik ben tot een inzicht gekomen. Nu de feestjes weggevallen zijn en de valse erkenning die je krijgt van lamme mannen in de kroeg tot een grijs verleden behoren: dat eerdere compliment is niet zo heel veel waard. Op feestjes is iedereen zijn beste zelf. Na een borreltje kan iedereen de aandacht naar zich toe trekken.

Dat er zoveel mensen zijn die mij nog altijd steunen, afleiden, aan het lachen maken en die er geen enkel bezwaar tegen hebben op de bank een pot thee te drinken in plaats van op de barkruk een glas wijn, omdat het hoe dan ook gezellig is. Dat er vrienden, familie, kennissen en collega’s zijn die na al die maanden nog steeds even laten weten dat ze aan me denken, of gewoon dat ze mijn gezelschap op prijs stellen. Dat er een man is die zelfs nu ik al mijn tanden kwijtgeraakt ben en regelmatig scheel kijk van vermoeidheid, mij nog altijd het mooiste meisje van de wereld vindt. Kortom; dat er zoveel liefde mijn kant op komt nu alle toeters en bellen zijn weggevallen en alleen de essentie overblijft… Dát is het mooiste compliment ter wereld.

image