Het Tandje

Museumstuk: Het Tandje

Museumstuk: Het Tandje

Toen ik op de grond lag was ik boos. Ik was boos op de mevrouw die bij mij neer knielde en onderweg op mijn rug steunde. Iedereen die ER of Grey’s Anatomy kent, weet dat je iemand blijvend kunt verlammen als je iets fout doet in een rug. Ik was boos op de mevrouw die de politie belde en zei dat er een meisje op de grond lag met een tand door haar lip. Zag ze dan niet dat het veel erger was dan dat? Maar bovenal was ik boos op die debiel in de rode Opel Astra. Omdat hij mij aangereden had, maar vooral omdat ik mijn tanden op het asfalt voor mij verspreid zag liggen.

Het ambulancepersoneel verzekerde mij dat het wel goed kwam, dat ze ergere dingen zagen, dat tandartsen heel veel kunnen tegenwoordig en dat het allemaal wel weer mooi zou worden. Ook hen vond ik stom. Zij hadden makkelijk praten. Zij hadden niet twee voortanden achterover in hun gehemelte staan en een bloedend gat waar een hoektand hoorde te zitten.

Ik had een mooi gebit. Een slecht gebit waarin al gaatjes vielen als ik een snoepje zág, maar wel een gebit van grote esthetische waarde. Mijn voortanden stonden kaarsrecht, mijn hoektanden waren mooi puntig. De beugel had zijn werk goed gedaan. Nu was dat allemaal weg. Drie weken lang heb ik met een enorme ijzeren stellage in mijn mond gelopen. Daarna kreeg ik ‘Het Tandje’ en was ik ineens bejaard.

Zonder tandje

Zonder tandje

Op een wonderbaarlijke manier zijn de tanden die een nacht lang ver naar achteren in mijn gehemelte hebben gestaan (laten we over het niveau van de zorg op de spoedeisende hulp maar niet beginnen), weer vastgegroeid in de kaak. Maar er was veel kapot. Van de hoektand stond alleen nog de wortel, van twee anderen stompjes. Maar die konden nog opgebouwd worden met een soort vulling. Mijn linkervoortand was zo beschadigd dat hij eruit moest, met wortel en al. En omdat mijn gehemelte gescheurd was en de kaak zo’n optater had gehad, moest ik meer dan een half jaar wachten voordat er begonnen kon worden aan een implantaat. Ik kreeg tot die tijd een plaatje. Een kunstgebit met maar 1 tand eraan. En die was er alleen maar voor het gezicht. Ik mocht er niet mee afhappen en moest hem ’s nachts uit. Hoewel er ergere dingen in het leven zijn (zo heb ik ondertussen wel gemerkt), was het feit dat ik op mijn 26e een bekertje met mijn kunstgebit op mijn nachtkastje had staan, toch behoorlijk confronterend.

Mét tandje

Mét tandje

Het Tandje werd een running gag. Ik bedacht dat ik er beter maar botte grappen over kon maken dan om blijven janken. Ook Lars maakte dankbaar gebruik van Het Tandje (of Het Gat wanneer ik mijn attribuut weer eens vergat). En laten we eerlijk zijn; het wás ook grappig. Ik vergat mijn tandje regelmatig in te doen. Zo heb ik me tijdens een rondje hardlopen ontzettend af zitten vragen waarom iedereen mij zo raar aankeek als ik vriendelijk gedag zei. Tot ik er thuis achterkwam dat Het Tandje nog in zijn bekertje stond. Of die keer op de camping, toen ik mijn tanden stond te poetsen en een lief meisje zei; “mevrouw, ik ben ook aan het wisselen!”

Vanochtend heeft de tandarts mijn implantaat op zijn plek geschroefd. Mán, wat is het fijn dat deze horde genomen is en ik weer ‘compleet’ ben!. Maar toch… Het voelt raar dat ik nu niets tegen mijn gehemelte heb drukken en tóch normaal kan glimlachen naar mensen. Het is stiekem een beetje kaal.

As good as new!

As good as new!

Advertenties

Confessions of a wifi-holic

Een vriendin van mij heeft laatst de Facebook app van haar telefoon gegooid. Ze werd gek van het idee dat ze de hele tijd bereikbaar en interessant moest zijn. Het gevoel dat je iets mist is altijd aanwezig met alle sociale media in je broekzak. Ik vond dit een geweldig idee! Hoe heerlijk zou het niet zijn om niet meer iedere loze seconde met die telefoon in mijn hand te zitten? Misschien moest ik het ook maar doen. Lekker tot rust komen…

We zijn verhuisd en alles is goed gegaan. Ik heb de hele dag bij mijn schoonzusje thuis op eieren gezeten. Het liefst had ik bovenaan de trap in ons nieuwe huis de drillsergeant uitgehangen, maar op de bank zitten en me druk maken vroeg al genoeg energie. We zijn verhuisd en alles is goed gegaan, behalve de aansluiting van televisie en internet. Tot vandaag hebben we het moeten doen met 3G op onze telefoon. En toen pas merkte ik hoe sterk ik afhankelijk ben van internet.

Ik weet het, iederéén maakt gebruik van internet en niemand kan meer zonder. Maar sinds mijn wereldje kleiner is geworden, leef ik steeds meer via de computer. Ik moet er niet aan denken om even ‘lekker’ te gaan winkelen, dus kleding en dergelijken bestel ik online. Ideeën voor de inrichting van het huis of nieuwe haakprojecten haal ik via Facebook of Pinterest en omdat ik liever niet bel onderhoud ik contact met vrienden via Whatsapp. De afgelopen drie dagen voelden dan ook als complete afzondering met korrelige televisie en sms’jes van mijn telefoonprovider dat ik mijn databundel had verbruikt.

En tegelijkertijd gaf het ook rust. We zijn tegenwoordig zo druk bezig met zijn wie we denken dat we moeten zijn op sociale media, dat gewoon zíjn er soms bij inschiet. Ik ben nog altijd ontzettend moe van de verhuizing, er zijn nog duizend dingetjes die ik af wil maken of goed wil zetten in huis en tegelijkertijd moet er ook gekookt, gewassen en gepoetst worden. Door niet iedere seconde met mijn telefoon of laptop binnen handbereik te hoeven zitten, had ik daar ineens íets meer energie en ruimte voor.

Ik ben nog té verslaafd om mijn Facebook van mijn telefoon te halen. Ik ben té afhankelijk van de digitale wereld om daadwerkelijk af te kicken. Maar ik houd sinds de verhuizing mijn telefoon buiten de slaapkamer. Als er om tien over elf ’s avonds iets vreselijks gebeurt, zal ik het pas om acht uur de volgende ochtend weten. En ik slaap er niet minder om. Sterker nog, ik slaap prima. Dus dit is vast stap 1.

e456f090a539422da8c0c78cfb53e231

Re-integreren kun je leren

In Harry Potter krijgt Hermione Granger op een bepaald moment de beschikking over een klokje waarmee ze terug kan in de tijd, zodat ze meerdere vakken tegelijkertijd kan volgen. Ik zou willen dat ik zo’n klokje had. Dan kon ik alles op mijn eigen tempo doen en tóch het UWV tevreden houden.

Ik ben opgevoed in een familie van ondernemers. Ik heb geleerd dat je hoort te werken voor je geld. Toen ik in de 1e of  2e klas bedacht dat ik perse Dr. Martens van 220,- gulden (mijn god, gulden! Wat klink ik oud zo! En wat raar dat ik de meest basale dingen vergeet, maar die 220,- nog heel precies weet) wilde, heb ik een zomervakantie lang in een rozenkas staan zweten. Ik vind nog steeds dat je niet je hand hoort op te houden als je prima in staat bent om te werken. En ik heb lang willen geloven dat ik te goed en te fit ben om volledig afgekeurd te worden (maar goed, ik heb mezelf zó vaak overschat het afgelopen anderhalf jaar). Toch ging ik vandaag met een gezonde dosis weerzin naar het re-integratiebureau voor een kennismakingsgesprek.

Niet omdat ik niet wíl. Maar ik wil gewoon nog éven niet.

Ik ben na een jaar ziekte pas bij het revalidatiecentrum gekomen. Mijn behandeling duurt nog zeker tot en met december 2014. Ik heb pas een paar maanden inzicht in mijn beperkingen en belemmeringen. Ik weet nog altijd niet precíes waar mijn grenzen en mogelijkheden liggen. Laat ik het zo zeggen: ik weet pas een maand of vier dat ik voor altijd een nieuwe ik ben, en ik ken mezelf nog niet.

De regels zijn echter dat er na een jaar ziekte al een 2e spoor opgestart moet worden. Je moet zo snel mogelijk weer gaan solliciteren, cursussen volgen, werkervaringsplekken zoeken en bewijzen dat je niet thuiszit omdat je lui bent, maar omdat het gewoon niet gáát. Als mijn beide benen eraf hadden gelegen, had ik dit veel makkelijker aan kunnen tonen. Want bij mij zie je niets en dus ligt de bewijslast nog eens extra zwaar bij mij.
(En ja ik begrijp dat het vreselijk is als allebei je benen geamputeerd zijn en nee, het is niet mijn bedoeling om iemand te kwetsen.)

Ik heb een goed gevoel over het re-integratiebureau. Het wordt een heel traject dat maanden, zo niet meer dan een jaar, gaat duren en de inzet is om uiteindelijk weer een kans te maken op betaald werk. Niet, zoals ik enthousiast bedacht had, een leuke parttime baan, maar betaald werk, misschien meerdere uren per dag, misschien meerdere dagen per week. Maar mijn aandacht is versnipperd en dat stoort me. Ik ben nog aan het revalideren en moet nu al re-integreren en IK WEET NOG NIET EENS WAT IK ALLEMAAL WEL OF NIET KAN!

Ik zal ook dit maar weer over me heen laten komen. De psycholoog in het revalidatiecentrum heeft me al gezond verklaard (officieel niet gestoord, haha!!) en ook andere therapieën zullen langzaamaan gaan afbouwen. Van revalideren, naar re-integreren. Want alles kun je leren.
Zelfs ik.

ee94795e44e9266c938a1b61920a75bc

De vicueu… Visiee… Vucieu… Nou ja, die cirkel dus.

“En in de badkamer is ook alles al schoon, behalve de vloer en… Ehm… Deze. Dit ding. Hoe heet dat ook alweer?”
“De verwarming?”
“Ja dat!”

Dit weekend liep ik over. Zaterdag en zondagochtend was ik eerst hyperactief (Raar is dat. Ik ben dan net een klein kind. Als ik heel moe ben, kan ik mezelf om een of andere reden niet stoppen en doe ik de vreemdste dingen in de hoogste versnelling), daarna ging het lampje uit. Mijn oren suisden, mijn huid stond strak om mijn lichaam, mijn lijf voelde elektrisch geladen. Ik had enorme hoofdpijn en was zo moe dat ik niet meer kon nadenken en de energie niet had om mijn mond goed te bewegen tijdens het praten. Het was duidelijk: de grens had ik een paar dagen eerder achter me gelaten en was nu nog maar een nauwelijks zichtbaar stipje aan de horizon.

Ik moet veel oefenen – diepzitten, dempen, lopen met aandacht naar de voeten, ontspanningsoefeningen enzovoorts – en in mijn dagelijkse ritme ging dat eigenlijk prima. Ik had veel dingen verbonden aan bepaalde acties. Wanneer ik op de bank ging zitten, deed ik meteen even ‘voeten heffen’ (dempen), wanneer ik naar het revalidatiecentrum liep, kon ik meteen de aandacht naar mijn voeten brengen. Naar de wc gaan betekende ‘knie heffen’ (wederom dempen) en na de afwas was het tijd voor de drie minuten mindfulness vragen. Afgelopen dagen was ik mijn dagelijkse ritme kwijt, en dus ook alle acties die ik eraan verbonden had.

Ik heb ontzettend veel baat bij de therapieën die ik krijg in het revalidatiecentrum. En paradoxaal genoeg is dat juist waardoor het zo moeilijk vol te houden is. Als ik braaf al mijn opdrachtjes en oefeningen doe, ik mijn activiteiten weeg en veel rust, voel ik me bijna prima. Bijna zoals vroeger. En als ik me goed voel, is het echt heel moeilijk om niet méér van mezelf te willen. Want ik voel me goed, dus waarom zou ik niet nog even…? Het is een vicieuze cirkel. Wanneer ik me slecht voel, besef ik het belang van alle regeltjes en leef ik er naar, waardoor ik me weer beter ga voelen na een tijdje en ik mijzelf overvraag, zodat ik me vervolgens weer slecht voel…

Zondagavond was dus een teken aan de wand. En ik heb echt wel gas terug genomen (in vergelijking met vorige week was dat ook niet zo moeilijk), maar toch doe ik nog veel en demp en oefen ik te weinig. Het regelen, bedenken, plannen en mijmeren voor en over het nieuwe huis kost ook gewoon veel mentale energie. En dan merk ik dat ik bijvoorbeeld ontzettend veel last heb van de afdeling ledverlichting in de Ikea (sowieso… de Ikea! Poeh!), het gekras van een kraai buiten klinkt alsof die schijtvogel door mijn oren mijn hoofd in is gevlogen en ik woorden vergeet. En ik weet wel dat mensen wel vaker woorden vergeten (hoe vaak ik niet ‘ooooh, maar dat heb ik ook joh!’ hoor), maar dit is echt anders. Ik kwam altijd prima uit mijn woorden, zat nooit om geklets verlegen en vandaag kwam ik nergens op. ‘Primitief’, bijvoorbeeld. Heeft me een dag gekost en ik heb het net weer met synoniemen terug moeten zoeken. En dus ‘verwarming’. Ik bedoel, verwarming! Wie vergeet dát nou weer?!

Nou ja. Goed. Ik vandaag dus. En er zullen nog heel veel dagen volgen waarop ik heel gewone woorden ineens vergeten ben. Ik zal me er maar bij neerleggen.

Als iemand mij zoekt; ik ben even dempen.

790d409c1e147055a58e35fb89744e95

Toekomstige superbouwopzichter (ofzo)

Ik wist wel dat verhuizen zwaar zou worden, maar toch heb ik mezelf overschat. Ook dat was niet geheel onverwachts. Ik overschat mijzelf gemiddeld dertig keer per dag. Allemaal leuk en aardig om met je nieuwe ik te leven, maar als ik in nieuwe situaties (zoals klussen) terechtkom, grijp ik toch ongemerkt terug naar de oude Suus.

Ik heb gister een randje verf van de marmeren schouw gekrabd. En het is nog niet eens af. Om mij heen zijn mensen aan het werk of hun leven ervan afhangt en ik zit met een plamuurmes voor mij uit te staren. Of ik bedenk me ineens dat ik nog iets in de keuken moet doen en dat moet dan perse nú. Terwijl er muren worden geverfd, plafonds worden gewit, deuren worden gelakt en keukens worden gesopt, loop ik met mijn ziel onder mijn arm een beetje door het huis te sloffen. Ik weet heel goed hoe en wat er geklust moet worden, het lukt me alleen niet.

Dat wist ik natuurlijk van tevoren. Dit had ik allemaal kunnen bedenken vóór we er aan begonnen en alle lieve mensen die komen helpen weten dat ik een raar hoofd heb en niemand neemt het me kwalijk dat ik geen zak uitvreet. Maar zoals zo vaak: ik wéét het wel, maar ik vóel het niet. Mijn oude ik heeft in mijn oude huis zo ongeveer alles geschuurd en geverfd en gelakt. Het loslaten, een stap terug nemen, thuisblijven om te rusten en de boel de boel laten… Het móet, maar makkelijk is het niet.

20140902_155850

Maar goed, vooruit. Ik neem rust en afstand en stop met mezelf schuldig voelen over het feit dat iedereen aan het werk is voor ons en ik niet. Ik ga gewoon genieten van het feit dat er zoveel lieve mensen voor ons klaar staan en dan hoop ik dat ik straks, na de verhuizing, genoeg energie over heb om te genieten van ons mooie nieuwe huis.

En wie weet. Als het me goed afgaat kan ik altijd nog opzichter worden in de bouw.

3357f6f0dc43f1cd825c199267280626