De Salamitechniek en het Tandeffect

Misschien dat ik in een volgend leven maar bij de Eneco moet gaan werken. Ik weet straks namelijk alles van energiemanagement. Mijn éigen energiemanagement, dat dan weer wel. Maar laten we eerlijk zijn; hoeveel moeilijker dan dat kan het bij Eneco zijn?

Mijn ergotherapeut vertelde me een paar maanden geleden een interessante anekdote:
De Calvéfabriek produceert per dag gemiddeld 3000 potten pindakaas. Maar op een dag breekt er brand uit op een afdeling. De medewerkers van die afdeling zijn uitgeschakeld en hun taken moeten overgenomen worden door collega’s. De fabriek kan dan twee dingen doen; óf vasthouden aan die 3000 potten pindakaas en de overige werknemers een burn-out in schoppen waardoor er helemaal geen productie meer gedraaid kan worden, óf de productie terugschroeven naar 2000 potten en dit zo efficiënt mogelijk doen.

Zo werkt het ook met mijn energieniveau. Er is brand geweest in mijn hoofd en een halve afdeling ligt permanent in het ziekenhuis. Ik heb een jaar lang lekker eigenwijs 3000 potten pindakaas geprobeerd te maken, maar daar ging ik uiteindelijk aan onderdoor. Nu moet ik dus leren om zo efficiënt mogelijk een haalbare productie te draaien. Oftewel; hoe plan ik mijn dagen en mijn weken zo dat ik zoveel mogelijk kan doen met zo min mogelijk energie?

Ik moet mijn energie over de dag uitsmeren. Niet alles in één keer opmaken, genoeg rust nemen tussendoor. Want het is zoals met een accu (ik hou van beeldspraak, zoals je ziet); als hij steeds een beetje oplaadt, kan hij heel lang door, maar als je hem in één keer leegtrekt moeten er startkabels en stoere mannen in overals aan te pas komen om hem weer in beweging te krijgen (nu heb ik meestal geen bezwaar tegen stoere mannen in overals, maar het is zo omslachtig). Om een goede dagindeling te maken, gebruik ik sinds kort de activiteitenweger. Ik heb een maximaal aantal punten die ik per dag kan gebruiken, en iedere activiteit kost punten of levert deze juist op, naar gelang van hoe zwaar of ontspannend deze activiteit voor mij is. Hierbij moet ik twee principes toepassen: de Salamitechniek en het Tandeffect. Het eerste houdt in dat ik grote activiteiten in stukjes moet hakken. Niet in één keer het hele huis stofzuigen, maar steeds een kamer. Of niet in één rit revalidatie, boodschappen en koffie bij een vriendin willen doen. Steeds een plakje nemen van een activiteit en tussendoor pauze nemen. Het Tandeffect wil zeggen dat ik dan, als ik mijn dagplanning onder elkaar zet, pieken moet krijgen van ontspanning naar inspanning en terug. Als een soort verticale tanden. Hoe meer tanden ik in mijn dag heb, hoe beter.

20141006_142404

Maar verdorie wat is dat moeilijk zeg. Als ik achteraf mijn dagen bekijk, kan ik best zien dat bepaalde acties niet handig waren en begrijp ik in retrospect waarom ik moe ben. Maar niet iedere activiteit is iedere dag even zwaar. En de moeilijkheid met sensorische integratie is dat ik niet altijd controle heb op hoe moe ik gemaakt word. Het gaat niet altijd om wat ík doe, vaak gaat het meer om wat de omgeving mét mij doet. Ik kan namelijk braaf stil op een stoel gaan zitten en zo energie willen sparen. Maar als ik dat midden op de Haagse Markt doe, slaat mijn activiteitenweger alsnog in het rood. Toch geeft het rust. Een soort houvast. Het voelt alsof ik de controle over mijn dagen weer een klein beetje terugkrijg. En dat is winst.

c06daf0c74b29c2229349355a085dd23

Advertenties

Een gedachte over “De Salamitechniek en het Tandeffect

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s