Emmerrie

10 001

De wederpartij tegenpartij is er nog altijd niet van overtuigd dat mijn klachten door het ongeval komen. Met chique woorden: ‘de causaliteit tussen ongeval en letsel is ons inziens niet aangetoond.’ Dat ik vóór het ongeval alles kon en erna niet meer, dat ik tien maanden rond heb gehuppeld in het revalidatiecentrum en de diagnose NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel) door HET (High Energy Trauma) heb gekregen, dat al mijn klachten verklaard kunnen worden vanuit deze diagnose, dat is voor hen geen bewijs genoeg.

Daarom ging ik nog maar weer eens terug naar de neuroloog. Om aan te tonen dat er écht geen andere oorzaak van mijn klachten is. Gisteren mocht ik gelukkig weer plaatsnemen onder het MRI apparaat. Dat is fijn, want ik heb al heel veel energie dus op en neer naar het ziekenhuis en alles wat daarbij komt kijken, kan er ook nog wel bij.

Ik zei tegen de radiologe van dienst dat ik de vorige keer zó angstvallig stil probeerde te liggen dat ik er kramp van kreeg. ‘Probeer maar gewoon te ontspannen’, zei zij. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Mijn claim dat ik licht claustrofobisch ben, is nergens op gebaseerd. In dat apparaat had ik dáár namelijk geen last van. Wat wel een uitdaging was, was de herrie.

Ik ben altijd oprecht onder de indruk van wat de medische wetenschap voor elkaar weet te krijgen. Je gaat een half uurtje in zo’n futuristische buis liggen en de dokter kan ín je hoofd kijken! Dat is toch wonderbaarlijk?! Maar dat ze nog geen oplossing hebben gevonden voor het geluid dat zo’n apparaat maakt, vind ik pure armoe. Een half uur lang lag ik tussen het gebonk, gekraak, gezoem dat zo hard was dat de plank waarop ik lag meetrilde. Het klapte en suisde en bonkte en siste en dan duurt een half uur dus héél lang!

Helemaal suf, gedesoriënteerd en overprikkeld kwam ik de onderzoekskamer weer uit. Op de terugweg verdwaalde ik nog even in het ziekenhuis, ontmoette ik een hele cameraploeg van RTL Boulevard omdat Michael en Samantha er nog eentje hadden gekregen en op de fiets vergat ik te gaan rijden toen het stoplicht groen werd.

Als jullie zorgverzekering volgend jaar weer omhoog gaat vanwege al die onnodige zorgkosten, geef dan even een gil. Ik weet namelijk een verzekeraar die zijn eigen kosten wil drukken en mij lekker in het zorgcircuit houdt. Sorry daarvoor.

For-all-cat-obsessed-9gaggers

Advertenties

‘Dan ben je er toch even bij’

Ik denk regelmatig dat ik het nu toch wel aardig onder de knie heb. Ik vind ook dat dat ondertussen toch wel zo zou moeten zijn. Dat ik weet hoeveel energie ik heb, hoe ik deze moet verdelen en waarvan ik met die beperkte energie wel en niet gelukkig word. Ik bedoel; we zijn twee jaar verder. Ik zou het toch, zoals ik al het andere ook graag probeer te doen, op zijn minst bijna perfect moeten kunnen?

En ik denk ook dat ik theoretisch best aardige afwegingen kan maken tegenwoordig. Maar dan komt dat stomme gevoel erbij en bots ik keihard met mijzelf.

Afgelopen weekend was het vrijgezellenfeest van mijn zus. Ik had me van tevoren al helemaal voorbereid. Een dag eerder naar mijn zusje in Amsterdam, ’s ochtends uitslapen, tussendoor had mijn zusje plaatsen gezocht waar ik kon rusten en ik had de planning uitgebreid bestudeerd. Ik zou sowieso na het eten aftaaien. Dat vond ik al heel streng van mijzelf. Niet mee een drankje doen, niet mee dansen. Gewoon braaf naar bed. Ik had er al rekening mee gehouden dat ik de week erop moe zou zijn en bij zou moeten komen. Dat moest dan maar. In theorie had ik dus alles tot in de puntjes voorbereid. En toen kwam de praktijk.

Steeds weer ervaar ik hoe rot het is om eerder weg te moeten, aan de kant te blijven zitten, ‘even’ weg te moeten lopen om te rusten. Voor mij als sociale vlinder is het bijna het moeilijkste dat er is; mijzelf uit een sociale situatie terugtrekken omdat het verstandig (getverdemme) is. Daarnaast merkte ik zaterdag heel sterk dat ik in de planning wel rekening kan houden met extra vermoeidheid, maar dat die algehele beroerdheid op het moment zelf ook gewoon, nou ja, heel beroerd voelt. Ik kan alles van tevoren wel incalculeren, maar het moment zelf is en blijft verschrikkelijk confronterend.

‘Dan ben je er toch even bij’, hoor ik vaak. Met de feestdagen bijvoorbeeld: ‘Dan kom je alleen met het diner en ga je daarna weer naar huis. Dan ben je er toch even bij’. Of met verjaardagen, borrels, feestjes enzovoorts. En ik ga één ding van iedereen vragen: Zeg dat alsjeblieft nooit meer! Het is namelijk een totale dooddoener. Het helpt niet en het geeft de waarheid ook totaal niet weer. De volgende keer dat het in je op komt om het vergoelijkend op te merken, denk je dan even in hoe het is. Supervroeg op een verjaardag komen, twee drankjes drinken, de eerste andere gasten een handje geven, net lang genoeg kunnen blijven om wat borrelnootjes te eten, maar wetende dat de echte hapjes nog moeten komen en nét als het echt gezellig dreigt te worden, weg te moeten gaan. ‘Die en die vroeg nog naar je’, hoor je achteraf. In je pyjama op de bank suist de hele wereld, maar hè, je was er toch even bij.

Soms wil ik recalcitrant doen en er lekker niet bij zijn. Fuck de hele wereld en laat ook maar. Maar ook dat is niet leuk, want dan mis ik écht alles. Maar die kleine, kleffe beetjes, die ‘eventjes’ die ik erbij kan zijn, die zijn het ook steeds net niet…

9 001

Superwoman

Ken je dat, je hebt net een nieuw parfummetje bij zo’n enge verkoopster in de Douglas gehaald en ’s ochtends spuit je enthousiast een lekkere dosis in je nek. Alleen maar om op je werk te komen en het al niet meer te ruiken (en je collega’s maar naar zuurstof happen omdat je te scheutig bent geweest). Of dat je na een vakantie thuiskomt en het echt naar ‘thuis’ ruikt. Door het jaar heen ruik je dat niet, nu ineens wel. Of de verhalen van mensen die aan een spoorlijn wonen en niet meer horen hoe de trein vier keer per uur door hun achtertuin dendert. ‘Je went er aan’, zeggen ze dan.

Ik ken dat dus niet. Niet meer. Ik heb na het ongeluk namelijk niet alleen maar allemaal klachten gekregen, maar ook superpowers.

Mijn prikkelverwerking draait overuren. Mijn filters werken niet goed meer en daardoor worden de meeste zintuigprikkels niet gedempt. Wat voor andere mensen niet irritant is, naar de achtergrond verdwijnt of gewoon niet wordt waargenomen, is voor mij volop aanwezig. Het tikken van een klok bijvoorbeeld. Dat hoor ik de hele dag. Kleding, waar je je niet van bewust bent dat je het op je huid voelt, is voor mij continue voelbaar. Het ronken van de motor van een auto, wordt naarmate de rit langer duurt voor mij alleen maar harder, niet minder opvallend. Sieraden, zoals bungelende oorbellen, kan ik niet meer dragen omdat ik die de hele dag langs mijn gezicht voel bengelen. Iedereen kent wel dat je na een film in de bioscoop, je ogen even dicht moet knijpen voor het felle zonlicht buiten. Dat gevoel heb ik de hele dag als het licht is buiten.

Als ik een superheld was, dan was ik Super Sensitive Woman. Maar het heeft niet alleen maar nadelen. Bij mij in de buurt ben je namelijk superveilig. Een gaslek ruik ik van een kilometer afstand, de sirenes van alarmdiensten hoor ik zelfs als alle ramen dichtzitten en je zult nooit omkomen in mijn parfumlucht (of zweetlucht, for that matter). Ik ruik mijn eigen shampoo en wasmiddel al de hele dag. Dat is vaak wel genoeg.

792994ccace06518fa1acf5354b28704

De toekomst kun je niet tekenen

Ik krijg regelmatig het compliment dat ik zo optimistisch ben. Ik denk ook wel dat dat klopt. Het grootste deel van de tijd heb ik het best naar mijn zin en kan ik genieten van de kleine dingen in het nu, zonder al te veel te piekeren over wat de toekomst zal brengen. Maar soms gaat dat gewoon niet.

Er zijn dingen die mijn humeur grondig kunnen verpesten. Het eeuwige getouwtrek met de tegenpartij bijvoorbeeld. Het is verdomd zwaar om te moeten strijden voor je recht wanneer je pertinent niet geloofd wordt. Daarnaast is mijn werkzame toekomst natuurlijk onzeker. Ik ben nu dan wel gezellig begonnen op een huiswerkbegeleidingsinstituut, maar na anderhalf uur taai ik nog altijd vermoeid af en moet ik de hele avond bijkomen. Dat belooft wat voor de later. Ik heb nog steeds ontzettend snel last van geluid en drukte. Dat ik daardoor maar kort op verjaardagen kan blijven en de drukte van een winkelstraat bijvoorbeeld liever mijd, is tot daar aan toe. Maar het werpt ook vragen op over later. Wil ik met dit hoofd wel moeder worden? Trek ik dat? Mijn zus gaat binnenkort trouwen en er wordt aan alle kanten rekening met mij gehouden. Waar ik mij even kan terugtrekken, wanneer ik kan rusten. Dat is ontzettend lief, maar het is stom dat het moet en al helemaal dat het (in de nabije toekomst in ieder geval) zal blijven moeten.

En dan is er nog Lars’ werk. In november werd zijn contract niet verlengd. Niet omdat hij zijn werk niet goed deed, maar omdat iemand bij HR fouten had gemaakt. Vanaf dat moment is hij en zijn wij samen keihard bezig geweest met zoeken naar nieuw werk. Maar dat blijkt moeilijker dan gedacht. Hij is te oud voor in winkels, te onervaren voor veel andere banen en heeft niet genoeg opleiding voor weer andere. Hij wordt regelmatig uitgenodigd op gesprek en valt dan af omdat een andere kandidaat meer ervaring heeft. Het drukt een zware stempel op hem en op ons dat hij zich steeds weer op moet laden, steeds weer de moed uit zijn schoenen moet rapen en er weer tegenaan moet gaan. En we staan stil. We zijn nog nooit samen op vakantie geweest bijvoorbeeld. Eerst niet omdat ik net dat ongeluk had gehad of net begonnen was met revalideren, maar nu niet omdat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen geld uit te gaan zitten geven wat we eigenlijk niet hebben. We willen een nieuwe auto, sparen, zekerheid en dat zit er allemaal niet in. De crisis mag misschien over zijn, de werkgelegenheid mag misschien aantrekken, wij merken het nog niet.

En dat levert zorgen op. Grote zorgen, want omdat ik afgekeurd ben en (gelukkig) een redelijke uitkering ontvang, krijgt Lars binnenkort niets meer. En van mijn uitkering alleen kunnen we niet rondkomen. Vorig jaar november waren we nog goed gemutst. Vervelend, maar geen nood. Binnen een paar maanden zou Lars weer lekker aan het werk zijn. Maar nu is het juni en durf ik niet meer zo optimistisch te zijn. Het geloof is even weg. En het is moeilijk niet ‘ook dat nog’ te denken.

Soms denk ik dat Lars en ik ondertussen wel genoeg op ons bordje hebben gehad samen. Maar dan blijkt dat er toch nóg een tegenslag bij kan. Ik weet wel dat het goed gaat komen, ooit. Maar soms is het moeilijk positief te blijven. Dat is gewoon zo.

19825_815980205145082_288146802088696749_n

Balkon in de zon

Op ons balkon staat een groot deel van de dag geen zon. Pas vanaf een uur of half 4 komt het eerste hoekje in de zon en kun je heerlijk buiten zitten. Ideaal, vonden wij (oké – ik. Het balkon kan Lars gestolen worden), dan kun je na je werk lekker buiten zitten!

Ergens dacht ik in september dus nog dat ik wel weer snel aan het werk zou zijn. En dat dat ‘gewoon’ een van 9 tot 5-baan zou zijn. Bij dat beeld sloot het uit-je-werk-kom-zon-balkon prima aan.

Een paar weken geleden ben ik uit eten geweest met de sectie geschiedenis. Als afscheid. En dit keer voorgoed. Op het moment dat ik er zo mee geconfronteerd word, blijft het lastig. Het was niet mijn keuze om te stoppen. Ik had nog wel een jaar of 40 door gewild. Maar zolang ik niet aan school denk, er met oud-collega’s over praat of er naartoe ga, gaat het me prima af. Ik ben met mijn eigen dingetjes bezig. Ik heb het druk met mijn toekomst opnieuw vormgeven.

En op dit moment bestaat die toekomst uit mijn nieuwe werkervaringsplek (ja hoor, we zijn er! De stof in mijn hoofd is eindelijk gaan liggen en ik kan het verwoorden!). Na mijn eerste werkervaringsplaats op de basisschool, was ik op zoek naar iets nieuws. Die basisschool was geweldig, de kindjes waren aandoenlijk en ik kon er volledig mijn eigen gang gaan. Maar het bleef erg druk, veel prikkels, veel onverwachte situaties en dat maakte me snel moe. Vandaar dat ik op zoek was naar iets nieuws. En het bloed kruipt waar het niet gaan kan; ik ging toch weer terug naar pubers.

Sinds vorige week loop ik mee op een huiswerkbegeleidingsinstituut hier in Den Haag. Al tijdens het eerste gesprekje met een stoere hipster uit 3 mavo dacht ik; ‘And I’m back in the game!’. Dit is mijn leeftijd, mijn doelgroep. Ik kán hier iets mee! Vorige week heb ik alleen meegekeken, afgelopen maandag heb ik wat leerlingen overhoord en uitleg gegeven over waarom lezen iets anders is dan leren en ik vond het fantastisch! Ik heb met mijzelf afgesproken dat ik er maar 1,5 uur ben en dat ik eerst in verschillende taken op ga bouwen voordat ik in uren op ga bouwen (terwijl ik in mijn achterhoofd natuurlijk vind dat ik volgende week eigenlijk al best 3 uur kan moet volmaken). Ik krijg ook alle ruimte en dat is helemaal fijn.

Vanmiddag ga ik weer en ik heb er echt zin in! Het is prettig om mijn kleine wereldje uit te breiden met nieuwe mensen, nieuwe plekken en gezichten. Het is fijn om weer iets met mijn kennis en intelligentie te kunnen doen. Het enige nadeel is dat mijn uit-je-werk-kom-zon-balkon nu staat te shinen voor niets, aangezien huiswerkbegeleiding aan het einde van de middag wordt gegeven. Maar dat neem ik dan maar op de koop toe.

Ik ben weer bezig!

8f467961d371fbc831f911fa99492e65