Kortsluiting

Afgelopen zaterdag verwachtte ik een pakketje (en mocht je het je afvragen, nee het was geen wol. (wel schoenen)) en PostNL vertelde me op internet dat ik het tussen 12 en 2 kon verwachten. Om 4 uur had ik nog niets. Om 7 uur kwam het eindelijk. De auto had pech gekregen overdag. Duizendmaal excuses voor het ongemak. Geen punt, natuurlijk.

En toch is het voor mij ergens wel een punt. Want ik vind zoiets moeilijk. Om half 2 durfde ik niet meer naar de wc en wilde ik ook geen middagdutje doen omdat de bel ieder moment kon gaan. Bij iedere auto in de straat liep ik naar het raam. Ik merk dat ik niet goed om kan gaan met zulke onzekerheden. Ik wil graag precies weten wat er wanneer gaat gebeuren, zodat ik me erop in kan stellen en niet iets ‘spontaan’ hoef te beslissen.

Afspraken in de vorm van ‘rond een uur of 3’ vind ik lastig. Want vanaf kwart voor 3 sta ik voor het raam te wachten en heen en weer te dreutelen, ineens niet meer in staat mezelf bezig te houden. Reparateurs die ‘na 1 uur’ komen, daar word ik ook gek van. Hoe moet ik mijn dag dan plannen? Wanneer kan ik slapen, wanneer kan ik een ontspanningsoefening doen, wanneer kan ik naar de wc? Hoe dóen andere mensen dat?!

Die flexibiliteit in mijn hoofd mis ik. En als ik het wel toe weet te passen, kost het me enorm veel energie. Het gaat wel beter hoor, want een paar weken geleden zouden Lars en ik bijvoorbeeld een dag naar zijn vaders’ boot gaan, toen hij ineens toch moest werken vanaf 4 uur ’s middags. Toen kon ik heel gemakkelijk zeggen: ‘Oh, dan gaan we toch gewoon ergens lunchen?’. Zo eenvoudig op een andere invulling van mijn dag overstappen had ik een jaar geleden niet gekund. Maar nog altijd krijg ik snel kortsluiting in mijn hoofd als ik me ingesteld heb op het ene, en het andere gebeurt.

De PostNL-meneer kan er niets aan doen, dat weet ik ook wel. En als we een afspraak maken begrijp ik ook heus dat je niet altijd precies kunt zeggen hoe laat je komt. Maar weet dat als je aankomt, ik al minimaal een kwartier als een zenuwachtige puppy bij het raam heb staan wachten op je auto in de straat.

En je hierdoor heel speciaal voelen mag best.

da30d9c6b5992d2b4aea64d7c64969ad

Advertenties

‘Ik doe er maar eentje’

Afgelopen vrijdag is mijn zus getrouwd en ik ben er nog moe van. Dat is niet erg, want ingecalculeerd en zeer de moeite waard. Het was een prachtfeest en hoewel ik tussendoor wel veel gerust heb, ben ik van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat aanwezig geweest en heb ik alles meegemaakt. Dat had ik een jaar geleden toch niet durven dromen.

Tijdens mijn revalidatie heb ik allerlei tips en handigheidjes geleerd om zo min mogelijk prikkels te ontvangen en vervolgens de overprikkeling te dempen. Een plaats aan een eettafel is bijvoorbeeld al heel bepalend. Moet ik steeds heen en weer kijken omdat ik in het midden zit, of kan ik redelijk ‘rechtuit’ kijken en blijft mijn beeld zo rustiger? Daar gaan zitten waar iedereen langsloopt voor toiletbezoek of bediening is ook geen handige keuze. Een stoel die niet wiebelt of draait, geen hoge hakken, die eeuwige zonnebril en oordopjes, rust zoeken op het toilet enzovoorts enzovoorts. Er waren honderden handige tips waarbij ik dacht ‘Dûh!’ en die mij enorm geholpen hebben.

Gaandeweg kreeg ik meer inzicht in mijzelf en mijn beperkingen en kon ik ook voor mijzelf nieuwe tips en handigheidjes bedenken. En één daarvan is zoenen. Want man, wat zoenen wij graag in Nederland! Drie zoenen als je aankomt, drie als je weggaat, als je een cadeautje krijgt of geeft ook nog even tussendoor lekker drie. Zoen zoen zoen zoen zoen.

Ik heb niet alleen last van geluids- en lichtprikkels, maar ook van beweging, aanraking en evenwicht. En dan is drie keer zoenen heftig. Drie keer aanraken, drie keer zo’n hoofd dat heen weer gaat voor je gezicht, drie keer *smaksmaksmak*. Als je alleen of met zijn tweeën komt is dat niet zo’n punt, maar vrijdag op die bruiloft waren er wel héél veel mensen.

Dus doe ik er maar één. Lekker excentriek en exotisch. Het scheelt twee derde van de prikkels en ik zeg toch iedereen even gedag. Het is wel wennen, voor de ander én voor mij. Uit automatisme zoen je elkaar al snel plat. En zelfs als ik van tevoren heel hard “Ik doe er maar één!!” roep, komt dat niet altijd op tijd aan. Ik vergeet het zelf ook gewoon vaak. Sta ik ineens al zes mensen achttien keer te zoenen en denk ik; Oh ja, hier had ik wat op bedacht.

Daarom bij deze: mocht je me binnenkort zien en de onbedwingbare behoefte voelen me te zoenen, ik doe er maar eentje. Echt waar.

En als je toevallig Paolo Nutini heet, mag die ene best op mijn mond.

d6247ecc267a704b2c9dca2147172a09

En nu vooruit

Toen vorig jaar de zomervakantie begon, was ik niet erg gelukkig. Ik had heel eigenwijs mijn mentorklasje aangehouden dat jaar, maar moest daar toen echt afscheid van nemen. Het was ook teveel geweest. Ik had leerlingen met asperger, PDD-NOS, wankele sociale vaardigheden. Leerlingen die de storming, norming en vorming hadden gemist en alleen waren komen te staan, leerlingen met problemen thuis, moeilijke ouders en leerlingen met problemen met een HAVO- in plaats van VWO-advies. Het was een opluchting dat ik dat los kon laten, maar ook een hele opgave. Want ik kreeg er niets voor terug.

Zo voelde dat toen tenminste. Ik ging de vakantie in met een groot Niets aan het einde en dat was eng. Nu, een jaar later, is dat totaal anders. In september wacht de huiswerkbegeleiding weer op me en man, wat vind ik dat leuk! Ik kan niet wachten om daar weer aan de slag te gaan. Daarnaast voel ik me steeds fitter. Ik merk echt dat ik de laatste maanden enorm veel vooruit ben gegaan. Dat geeft me ook de hoop dat ik kan groeien in de huiswerkbegeleiding. Nu sta ik nog boventallig en help ik een beetje mee, maar ik heb er echt vertrouwen in dat ik op een gegeven moment mijn eigen groep zal kunnen draaien.

Laatst waren Lars en ik bij de nazorgconsulente van het revalidatiecentrum. Een check-up, even bespreken hoe het ging en of er nog zorgen waren. Eigenlijk ging het gewoon goed en waren er weinig zorgen. Zij vertelde dat ze iemand kende met vergelijkbare klachten als ik, die ook in het onderwijs werkte. Ook haar was verteld: ‘Dit is het wel zo’n beetje, probeer te leren leven met je klachten’ en ook zij wilde zich daar niet bij neerleggen. Door steeds haar eigen grenzen een heel klein beetje te verleggen, werkt ze nu na 7 jaar weer in het onderwijs. Een paar uurtjes per week, dat wel. Maar ze doet het weer!

Dat verhaal heeft mij ongelooflijk geïnspireerd. Tot nu toe ga ik nog altijd vooruit, waarom zou zoiets voor mij niet haalbaar zijn? Natuurlijk weet ik ook wel dat ik geneigd ben om mijzelf in mijn enthousiasme volledig voorbij te rennen als een kudde wilde gnoes, maar ik wil mijzelf wel blijven uitdagen, kriebelen. Blijven dromen.

Dus wil ik graag ‘echt’ inzetbaar zijn bij de huiswerkbegeleiding. In 2015 nog. Drie uur lang mijn eigen groep draaien. Dat is mijn streven. Voorlopig. En als ik dat haal, verzet ik mijn doelen weer.

Ik heb lang genoeg stilgestaan. Net als D66 wil ik nu vooruit.

1

Death by Netflix

658a294e58e1822fb4e29868cd7b3e00

Ik zou willen dat ik kon zeggen dat ik enorm goed was in sparen. Dat ben ik niet. Veel van mijn geld gaat op aan mooie wolletjes waar ik dan sjaals van maak voor mezelf (want de kapstok hangt nog niet vol genoeg). Maar ik heb wel geleerd op mijn uitgaven te letten, de laatste jaren. Dat moest ook wel. In mijn tweede jaar ziekte ben ik 70% van mijn laatste salaris gaan ‘verdienen’ en sinds ik afgekeurd ben is dat nog iets minder. Daarnaast was Lars meer dan een half jaar werkloos. We kwamen rond hoor, samen en het scheelt natuurlijk dat ik niet de energie heb om regelmatig een drankje in de stad te gaan doen. Maar ik had niet zoveel zin geld uit te geven aan overbodige luxe. (En nee, wolletjes zijn géén overbodige luxe!)

Zo zeiden we altijd tegen elkaar: ‘als jij weer werk hebt, dan nemen we Netflix.’ Bij iedere reclame van Orange is the New Black, King Julian (‘Vandaag is het begin van een nieuw tijdperk!’) of een andere Netflix original kwam het weer ter sprake. En ik weet dat het maar 9 euro per maand is. Maar als je op moet passen, zijn het alle kleine beetjes die helpen.

In het revalidatiecentrum noemden ze televisie een sluipmoordenaar. Het is het eerste wat je aanzet als je uitgeput op de bank ploft en er zijn zelfs mensen waarbij de televisie de hele dag aanstaat. Het is zo gewoon geworden, dat je er eigenlijk niet meer over nadenkt. Maar voor mensen met NAH is die vertrouwde tv helemaal niet meer zo ontspannend als hij vroeger was (of leek). Het is een constante stroom aan prikkels die je zelf niet goed kunt reguleren. Wij hebben de televisie bijvoorbeeld al een stuk minder helder gezet en het geluid wat vlakker. Toch word ik moe van tv kijken.

En nu heeft Lars dus een baan en hebben wij dus Netflix. En zo heb ik in de afgelopen drie dagen het hele tweede seizoen van Orange is the New Black gekeken. En nu tuut mijn hoofd. En suizen mijn oren. Ik kan ook gewoon geen maat houden. Ik moet de komende tijd waarschijnlijk op zoek naar strenge afspraken met mijzelf. Maximaal één aflevering per keer, bijvoorbeeld. Maximaal drie uur per dag. Zoiets.

En me daar dan aan houden. Daar ben ik ongeveer net zo goed in als in sparen. Dus als jullie een tijdje niets van mij horen, dan hang ik waarschijnlijk als een zombie uitgeteld voor een beeldscherm en zie je nog net de aftiteling van de allerlaatste aflevering Modern Family.

Kom me redden.

13 001

Dat moet van Erik

2240fb4765f1fba0398be5f05389040d

Ik kan me niet herinneren wanneer ik me voor het eerst bewust werd van het feit dat ik een lijf had dat veranderde naarmate ik meer sportte of meer at. In mijn studententijd was het in ieder geval nog geen enkel punt. Achteraf zie ik foto’s van mijzelf toen en denk ik ‘poeh, meisje. Eet eens wat groenten!’ Maar toentertijd was het helemaal geen issue voor mij. Ik ben sindsdien 10 kilo afgevallen en nog altijd niet extreem mager. Dus dat ik toen niet voor de spiegel mijn vetrollen stond te tellen, is mij achteraf een raadsel.

Toen ik net op mijzelf in Den Haag woonde, werd sporten en gezond eten een beetje een obsessie. Een ‘way of life’ noemde ik het, maar dat zeggen alle doorgeslagen gezondheidsfreaks natuurlijk.  Ik had een wasbordje, strakke billen en geen enkel probleem om in bikini te verschijnen. Trots citeerde ik Kate Moss: ‘Nothing tastes as good as skinny feels’, maar wist ook wel dat chocolade véél beter smaakt dan mager zijn. Ik at het alleen nooit.

Het ongeluk en het proces daarna zijn wat dat betreft een behoorlijke zegen geweest. De sportschool lijkt me nu een nachtmerrie en toen mijn wasbordje verdween kreeg ik ineens een slanke taille. Hallo zandloper! Ik werd me er bewust van dat je kunt knokken tegen je lijf en jezelf alle lekkere en leuke dingen kunt ontzeggen, maar dat dat geen enkele garantie is voor een lang en gelukkig leven. Niemand zegt straks aan de hemelpoort: ‘goh, ik zou willen dat ik die donderdag in mei 2014 wél die vijftig sit-ups had gedaan’.

Tegenwoordig beweeg ik omdat het lekker is. Ik voel me er fitter door, heb meer fysieke energie wat enorm helpt met het mentale gedeelte. Ik beweeg om lekker in mijn lijf te zitten, om niet uitgeput te zijn na een stukje fietsen. Ik beweeg omdat het belangrijk is.

En omdat het moet van Erik.

Erik Scherder is mijn goeroe. Oké, dat is niet helemaal waar, maar ik heb de afgelopen tijd wel enorm veel van zijn colleges geleerd. Hij maakt zich er hard voor dat iedereen meer beweegt. Want dat is enorm goed voor je hersenen. Van stilzitten word je dom. En met het letsel in mijn hoofd, is het van belang dat ik mijn hersenen in topconditie houd. Dus sport ik. Niet omdat ik mijn lijf haat, maar omdat ik van mijn hoofd houd.

Lars wordt er wel eens gek van. Ik lig vier keer per week op mijn yogamatje in de eetkamer verschrikkelijk in de weg, ik zet de wekker veel te vroeg om te gaan hollen als het nog lekker koel is en ik sleep hem mee naar de gewone trap als er ook een roltrap of een lift is. Want dat moet van Erik.

En het is gezond.

12 001