Uit de band

Onder de douche had ik een leuk blogje bedacht waar ik persoonlijk zeer mee in mijn nopjes was. Voor de spiegel bedacht ik een leuke titel: ‘Uit de band’. Ik twijfelde nog even of het ‘bant’ of ‘band’ was en nam me voor dat even te googelen. En toen ontspoorden mijn gedachten.

Is het bant of band? Ratelbant of Ratelband? Wat een nare man is dat trouwens, als je hoort wat zijn ex over hem zegt. Wat bezielt zo’n vrouw ook om een relatie met zo’n man aan te knopen? En wat bezielt zo’n vrouw om dat verhaal aan een roddelblad te verkopen? Net als die Heleen Mees die aangeklaagd werd voor stalking. Ook hartstikke gestoord. Maar nu klaagt zij haar aanklager aan voor smaad. Was zij het niet die bedacht had om Groningen op te geven en er één groot recreatiegebied van te maken? Of waren dat Van Kooten & De Bie met hun Tegenpartij? Had ik dat op tv gezien? Misschien op twitter. Bij Lammert. Of Arjen Lubach ofzo. Dat kan ik wel even terug gaan kijken zo, Zondag met Lubach. Met een lekker kopje koffie uit mijn nieuwe machine. Dat moet ik even op het boodschappenlijstje schrijven. Koffie. Nee, cappuccino. Of koffie. Van cappuccino word je dik. Ik moet ook nog even dat laatste restje fruit tot een smoothie verwerken. Is Lars weer blij. At hij nou mee vanavond of niet? Welke dagen traint hij ook alweer? Welke dag is het eigenlijk vandaag?!

Nog voordat ik de badkamer uit was, wist ik niet meer wat ik wilde typen, vertellen of doen. Ik weet alleen nog de titel. En gelukkig is die nog lekker toepasselijk. Want mijn gedachten springen soms hopeloos uit de band. Geen peil op te trekken (Dat referendum van GeenPeil is echt verschrikkelijke geldverspilling als je het mij vraa… Gaaahh!! Ga ik weer!). Soms word ik doodmoe van mezelf.

Het blogje wat ik wilde schrijven, komt wel weer. Als ik mijn gedachten weer tot de orde heb geroepen en het stof is neergedaald. Tot die tijd drink ik een cappuccino (lekker belangrijk of je er dik van wordt of niet) en kijk ik Heel Holland Bakt. Lekker rustgevend.

53fd775f26a87318927b7f5f31530b81

Advertenties

Tokkie-stijl

Voordat ik Lars leerde kennen liep ik eigenlijk nooit in mijn joggingbroek. Heel soms op een brakke zondag (wat echt niet iedere week het geval was hoor, mam), maar als ik die middag of avond nog de deur uit moest, kleedde ik me ’s ochtends al gewoon aan. Lars’ houding ten opzichte van kleding was een verfrissende voor me. Hij ging rustig in trainingsbroek naar de supermarkt en maakte zich daar geen seconde druk om, ik ging alleen al in vol ornaat naar de brievenbus. Leuk jurkje aan, likje make-up hier en daar en ik mocht gezien worden.

Afgelopen maandag trok ik een bloemig rokje uit de kast, zocht er een leuke panty bij en trok mijn mooie, zwarte blouse aan en ging naar mijn werkervaringsplek. Ik voelde me poepchique. Terwijl ik vroeger iedere dag zoveel aandacht aan mijn outfit besteedde. Ik vind dat je er blijer van wordt als je iets leuks ziet wanneer in je in de spiegel kijkt. Toch is daar iets in veranderd.

Er zijn dagen dat ik de deur niet uitkom. Er zijn ook dagen dat ik heel erg veel last van aanraking heb en dat bepaalde broeken, leggings of bloesjes niet aankunnen. En dan zijn er nog van die dagen dat ik heel weinig energie heb en het tripje naar de supermarkt al genoeg is voor die dag. Dan heb ik geen zin of puf meer om ook nog een leuk setje bij elkaar te zoeken.

Op zulke dagen loop ik in, wat Lars noemt, mijn ‘tokkie-outfit’: jogging- of trainingsbroek, grote wijde trui en mijn haar in een knot bovenop mijn kop. Als Lars dan na zijn werk thuiskomt, ziet hij direct hoe laat het is. Het interesseert me op zo’n dag ook niet meer om in die outfit naar de bakker te gaan. Ze denken maar. En vaak denken ‘ze’ toch helemaal niets. Ik praat in mezelf als ik het even kwijt ben, ik draai middenin de straat ineens om omdat ik de verkeerde richting op loop en ik kom boodschappen doen in mijn tokkiebroek vol vlekken. Als je de hele dag in je eigen kop en je eigen bubbel zit, is het soms moeilijk te zien waar het NAH ophoudt te bestaan en de gekte begint.

De laatste tijd heb ik steeds meer redenen om me leuk aan te kleden. Bruiloften, verjaardagen waar ik weer heenga en twee keer per weer mijn werk. Dat doe ik dan ook vol overgave. Mascara, lippenstift, jurkjes, bloesjes, jasjes en bijpassende oorbellen. De hele santenkraam. En de dagen dat het niet hoeft, geniet ik van mijn eigen nonchalance. Lekker vieziken in mijn tokkie-kloffie. Lekker hangen in mijn joggingbroek. Want lief zijn voor jezelf betekent soms ook even niets hoeven en er gewoon mogen zijn.

a3feb1d1fb6b5e0604a53678e4e4afdf

De Vaart der Volkeren

Toen mijn opa en oma voor het eerst internet kregen, wilde mijn opa er niets van weten. Hij hoefde dat allemaal niet te leren, het zou zijn tijd wel duren. Mijn oma typte vol enthousiasme ‘www aardbeienrecepten nl’ in de zoekbalk van Google en kwam met een omweg precies waar ze wilde, maar mijn opa deed niet mee. Moderne onzin.

Zo voel ik me tegenwoordig soms een beetje. Nu de radio in de auto soms weer aan mag van mij, kom ik erachter dat ik honderdduizend liedjes niet ken die Lars woord voor woord meezingt. Pas toen Drank & Drugs alweer uit was, leerde ik dat er iemand bestond die zichzelf Ronnie Flexx noemt. Het schijnt tegenwoordig ook heel normaal te zijn om iemand om zijn ‘IBAN’ te vragen. Ik zeg nog altijd ‘rekeningnummer’, maar dat is dus al hopeloos ouderwets. Dat jongeren liever naar de onzin van Enzo Knol kijken dan naar de televisie kan ik me simpelweg niet voorstellen en laat ik over de mode van tegenwoordig maar helemaal mijn mond houden.

Ik ben van binnen stiekem nog altijd een verstokte geschiedenisdocent met een liefde voor krijtborden en dikke, stoffige boeken. Ik ben, net als een bepaalde telefoonprovider, niet van het allernieuwste. Nooit geweest ook. Toen de hele school in Oililysjaals en op Mag’s schoenen liep, liep ik in felgekleurde netpanty’s en Dr. Martens (die zijn dus ook weer in, zag ik laatst. Waar gaat het heen met de wereld?!).

Afgelopen maandag stond ik bij de slager. Daar kom ik nooit, dus dat had al wat mentale voorbereiding nodig. Ik had bedacht wat ik wilde vragen, hoeveel gram ik wilde hebben en dat ik perse het bonnetje wilde krijgen. Het ging allemaal goed tot ik mijn pinpas in het pinapparaat duwde en het meisje vrolijk zei: ‘U kunt ook contactloos betalen, hoor!’.

Die had ik even niet aan zien komen. Contactloos betalen? Ja maar, mijn pinpas zat er al in! En dan? En kon dat wel met mijn pas? En hoe dan? En ja maar… En vooral HOE?! Ik heb denk ik heel hard ‘Nee!’ geroepen en heb stug doorgepind. Terwijl ik naar mijn fiets liep mopperde ik in mezelf. Contactloos betalen. Wat een moderne onzin.

Mijn opa is van zijn internetangst af. Hij maakt zelfs afspeellijsten op YouTube en luistert zo de hele dag muziek van het Urker Mannenkoor en consorten. Ik weet niet eens hoe je een afspeellijst maakt in YouTube. En ik weet ook wel dat ik dat contactloos betalen gewoon een keer moet doen en dat het daarna niet meer eng is. Net als mijn opa gewoon een keer in het diepe springen en merken dat ik best blijf drijven. Maar een winkelsituatie is vaak zo gejaagd en gehaast dat ik er de mentale flexibiliteit voor mis.

Dus voorlopig doe ik nog niet mee en zit ik net als de opa’s van de Muppets met een gebald vuistje te kijken naar alle moderne idiotie en mopper ik daar lekker over. Daar is altijd ruimte voor in mijn hoofd.

2c757958e0ea2b35a48a97651d08946f

En dit plaatje is puur voor mijn eigen plezier. (En een beetje voor Manon)

Vis in het water

Ik herinner het me niet al te best meer (was het in Nederland? Was het op werkweek in Berlijn? Was het voor KCV? Wat voor museum was het eigenlijk?) maar ik weet nog goed dat iemand voor het eerst tegen mij zei dat ik voor de klas moest. Ik had net een (eerlijk gezegd niet al te best voorbereidde) presentatie gegeven bij één of andere klassieke vaas en de docente Klassieke talen gaf me een 8. Ze vond dat ik het zo naturel vertelde, dat ik de hele groep wist te bereiken en dat ik er serieus over na moest denken om van lesgeven mijn beroep te maken.

Ik was toen vooral blij dat ik met minimale inspanning weer eens een maximum resultaat had bereikt. Maar wat ze zei was wel waar. Ik sprak makkelijk voor een groep en vond presenteren nooit erg. Er zijn mensen die liever een baantje trekken in een zwembad vol kwallen en witte haaien, maar ik niet. Toen ik eenmaal echt voor het onderwijs had gekozen vond ik mijn stages alleen maar leuk en af en toe zwaar, maar nooit eng. Mijn eigen showtje opvoeren, in het middelpunt van de belangstelling staan, lekker de baas spelen. Lesgeven paste helemaal in mijn straatje.

Toen ik daarmee moest stoppen, was ik dan ook nogal teleurgesteld. Dan maar helemaal geen onderwijs meer, dacht ik recalcitrant. Maar in de afgelopen periode dat ik begeleid werd door het re-integratiebureau, bleek toch dat in het onderwijs mijn hart ligt.

Gisteren stond ik voor een groep tweedejaars studenten ergotherapie op de Hogeschool Rotterdam. Mijn re-integratiejuf had mij meegevraagd om mijn verhaal te vertellen, als ervaringsdeskundige bij haar inhoudelijke verhaal over re-integratie. Toen ze me hiervoor vroeg was ik meteen dolenthousiast, en op het moment dat ik de grote collegezaal binnenliep en de groep zag, werd ik alleen nog maar enthousiaster. Moeilijke groep, zei ze. Ze werden maar niet stil en leken ook niet echt geïnteresseerd. Dan moet je net mij hebben. Ik zorg namelijk wel dat je geïnteresseerd raakt, of je nu wil of niet.

Ik ben gisteren voor een half uur naar Rotterdam gegaan en was volledig gesloopt toen ik thuiskwam. Maar voor zo’n groep kom ik tot leven. Ik geniet ervan mijn verhaal te vertellen, jongeren bij de kladden te pakken en ze mee te slepen en als er dan een grinnik door de zaal rolt omdat ik weer eens een geniale grap heb gemaakt, krijg ik daar een kick van waar ik nog dagen op door kan. Het is gaaf om studenten een praktijkvoorbeeld als kapstok te bieden waar zij hun leerstof aan kunnen ophangen, het is tof om na afloop complimenten te krijgen over hoe ik me opstel en mijn leven ingedeeld heb, maar het is magisch om een groep voor je te hebben zitten die naar je luistert. En dan ook nog af en toe om je lacht. Dat is echt onbetaalbaar.

Ik ben geen comédienne geworden zoals mijn ouders nog wel eens dachten. Net zo min ben ik nog docente. Maar op de energie die ik van gisteren heb gekregen, kan ik nog dagen door.

En vanmiddag mag ik weer naar mijn pubers met hun Duitse woordjes. Ook dat is een klein feestje waard.

10e180e1871742dc0af03f75d2e9332f