Relatietest

Afgelopen week waren Lars en ik op vakantie. Voor het eerst sinds we samen zijn. We zijn twee keer een weekendje weggeweest en afgelopen mei een week met mijn ouders en zussen en zwagers, maar nog nooit samen. Dat was er nog niet van gekomen, er kwam wat tussen, verder dan plannen waren we nooit gekomen.

Een hersenletsel oplopen en met de gevolgen moeten dealen, is op zich moeilijk zat. Het is vervelend om weinig energie te hebben, echt rot om zo vaak hoofdpijn te hebben of je beroerd te voelen, het is naar dat je je werk niet meer uit kunt oefenen en niemand zit erop te wachten dingen op te geven die hij of zij echt leuk vindt. Maar niemand vertelt je erbij dat je naast al deze ongemakken ook moet leren leven met een klein inkomen, met hoge kosten omdat alles aangepast, overdacht en dus duurder gekocht moet worden, met zorgen omdat de verzekering dwarsligt en je eigenlijk te weinig energie hebt om er echt eens goed werk van te maken. Niemand kan van tevoren duidelijk maken hoe het is om jezelf niet meer te herkennen in foto’s, om niet meer te kunnen reageren zoals je zou willen omdat je niet alert genoeg bent en om je af en toe een blok aan het been te voelen van iedereen die je lief is.

Ik kreeg het ongeluk en Lars verloor zijn baan. De eerste zomer had hij net weer werk gevonden. In de toeristische sector, dus dan ga je niet in het hoogseizoen op vakantie. De tweede zomer dat we samen waren, was ik nog zo druk bezig in het revalidatiecentrum dat ik dit eigenlijk niet wilde onderbreken (braafste kindje uit de klas) en wilden we sparen voor de verhuizing. Afgelopen zomer was het opnieuw spannend of Lars wel of niet een baan zou hebben, was mijn uitkering nou ook weer niet zo fors dat ik geld opzij kon leggen voor een vakantie en bleven we dus ook thuis. Wat dat betreft heeft het ons allemaal niet erg meegezeten.

Maar afgelopen week waren wij een weekje weg. Samen naar Rome, waar ik als geschiedenisdocente tot mijn schaamte nog nooit geweest was. Samen de stad door, samen alle ouwe meuk bekijken, samen pasta en saltimbocca eten en samen in een donkere kamer wachten tot ik genoeg gerust had om door te gaan. Ik met mijn ogen dicht op bed, Lars met een nachtlampje en een boek. Het was niet de vakantie zoals ik die gepland zou hebben vóór het ongeluk, maar het was fantastisch! Lars kent mijn grenzen ondertussen bijna beter dan ikzelf en accepteert deze zonder morren. Dit maakt het plannen van activiteiten zoveel gemakkelijker. Het maakt dat ik mij niet bezwaard voel als ik een half uur haast stoned op een bankje moet zitten voor ik verder kan lopen, het maakt het oké dat ik liever 20 km door de stad wandel dan de metro pak, het maakt dat het prima is als ik het Vaticaans museum en de Sint Pieter over twee dagen uit wil spreiden in plaats van achter elkaar door. We hebben alles gezien wat we wilden zien, alles gedaan wat we wilden doen, maar met een aangepast programma. En man, wat was het leuk!

De eerste zomer na het ongeluk stonden Lars en ik op een barbecue van een teamgenootje van me (toen dacht ik nog dat ik op volleybal kon blijven). Een ander teamgenootje vertelde dat ze dat jaar voor het eerst met haar nieuwe liefde op vakantie ging. “Spannend!” zei weer een ander. “De echte relatietest! Sta je ook niet meer voor verrassingen als je samen gaat wonen.” Ik keek naar Lars, die kort daarvoor officieel bij mij ingetrokken was. “Wij hebben nog nooit die relatietest gehad…” mompelde ik. Lars sloeg zijn arm om mij heen en lachte.
“Ik ben mijn baan kwijtgeraakt, jij alle tanden uit je mond… Tussen ons zit het volgens mij wel goed, schatje!”

Relationship-goals

Balansdag

Op school werd er vaak getrakteerd. Dat was niet zo gek, want met zo’n 200 docenten was er vrijwel altijd wel iemand jarig. Als er dan taart over was, zeiden collega’s vaak tegen mij: ‘Neem nog een stukje. Jij kunt het hebben!’

Dit was nog in de periode dat ik behoorlijk obsessief bezig was met sporten en gezondheid en dat ik de sportschool bijna vaker van binnen zag dan mijn eigen huis. Die opmerkingen vielen dan ook niet in goede aarde bij mij. Natuurlijk zag ik eruit alsof ik het kon hebben. Dat kwam omdat ik nooit een tweede stukje nam. Soms zelfs geen eerste. Ik was namelijk extreem goed in het beheren van mijn calorie-inname. Als ik eens een avond los was gegaan op cocktails en een vette hap, corrigeerde ik dat door de dag erna heel licht te eten. Na de feestdagen at ik rijst en groenten en deed ik een extra rondje op de crosstrainer. De ‘balansdag’ was mij op het lijf geschreven.

Eigenlijk is er wat dat betreft maar weinig veranderd. Het is alleen niet meer het eten waar ik nu mee moet balansen en het is ook niet meer vrijwillig.

Het is moeilijk om te gaan met verminderde energie. Wanneer je gezond bent, is het ook niet iets waar je over na hoeft te denken. Je plempt je dag vol met activiteiten en gaan met die banaan. Dat is voor mij helaas niet meer zo. In de planning van mijn dagen moet ik rekening houden met activiteiten die veel van mij vragen, momenten wanneer ik kan rusten, prioriteiten, dat bepaalde activiteiten de ene dag meer energie vragen dan de andere dag, dingen die moeten, dingen die kunnen, dingen die ik wil. Ik moet mijn dag plannen met voldoende ontspanning tussen de inspanning en mijn week ook. Wanneer een taak veel energie vraagt, moet ik dat corrigeren door daarna te rusten. Wanneer een dag zwaar is, moet ik de rust in de dagen daarna zoeken.

Waar ik vroeger per dag 1800 kcal binnen wilde krijgen, heb ik nu per dag 30 ‘punten’ te besteden (om een beeld te schetsen: boodschappen kost 3 punten per half uur, fietsen door de stad 2. Van slapen gaat er per half uur 1 af). Lange tijd heb ik me keurig aan die 30 punten (of minder) gehouden, maar de laatste tijd probeer ik steeds meer te balansen. Dan kies ik er voor wél naar die verjaardag te gaan en wél langer te blijven dan eigenlijk verstandig is, maar onderneem ik de dagen daarna niet veel meer dan vanuit bed naar de bank en weer terug. Ik kies ervoor om iets meer taken op mij te nemen op mijn werkervaringsplaats en dan op donderdag maar in mijn tokkie-outfit voor me uit te staren.

Het is niet leuk dat ik niet alles kan dat ik zou willen of waarvan ik vind dat het van een volwassen vrouw verwacht wordt. Het is ook niet leuk om te moeten kiezen tussen wat leuk en leuk is omdat er ook zoveel moet en het gewoon niet allemaal kan. Maar ik heb steeds meer inzicht in hoeveel energie ik per dag te besteden heb en ook in hoeveel energie bepaalde activiteiten van mij vragen. Ik krijg steeds meer controle over mijn dagen en dat is ontzettend fijn.

In het revalidatiecentrum zeiden ze mij al heel snel na mijn begin daar: ‘We gaan je niet beter maken, maar we geven je wel de regie over je eigen leven weer terug.’ En dat is wat het is. De dingen die ik doe zijn mijn eigen keuze. Een balansdag of – week is dan de moeite waard. Ik heb mijn leven weer in eigen hand en dat voelt machtig en autonoom.

910f8a7213a7b269e20a5f43fc138241