Omgekeerde wereld!

Ik heb een nieuwe tandarts! Dat werd tijd. Mijn oude tandarts zat nog altijd in Delfgauw en dat was de afgelopen jaren niet handig. Ik reed geen auto meer en de rit ernaartoe vroeg eigenlijk al energie genoeg. Ik wilde al langere tijd een nieuwe tandarts zoeken. Ik was er zelfs al mee bezig. Maar ik liep steeds vast en het lukte niet en dat was vaak behoorlijk frustrerend.

Ik heb de afgelopen jaren gemerkt dat ik vaak maar een aantal zaken tegelijkertijd aandacht kan geven. Als re-integratie, haken en bloggen even op de voorgrond staan, vind ik het heel moeilijk ook nog informatie voor de letselschadezaak bij te houden. Toen ik eenmaal lekker gesetteld was op mijn werkervaringsplaats, kreeg ik de ruimte in mijn hoofd om naar een advocaat te stappen. Daarvoor wilde ik dat wel, het ging alleen niet. Nu mijn advocate een gouden greep blijkt en ik weer vertrouwen heb in de ‘goede afloop’ en mijn traject bij het re-integratiebureau is afgerond, was een telefoontje naar de tandarts ineens niet zo’n grote stap meer. Raar is dat. Iets waar ik al een jaar tegenaan liep te hikken, was ineens zó geregeld.

De nieuwe tandarts was een prettige, rustige man. De assistente had ik van tevoren op de hoogte gesteld van mijn omstandigheden en was enorm betrokken en geïnteresseerd. Na afloop van het consult wilde ze van alles weten. Over het ongeluk, de invulling van mijn dagen nu, waar ik last van heb, hoe ik me voel enzovoorts. En toen stuitte ik op iets wat ik wel vaker merk. Een soort omgekeerde geruststelling.

De tandartsassistente hoorde mijn verhaal aan en zei: ‘Wat erg, zeg! Wat een verhaal! Dat je leven dan in één klap zo verwoest kan worden.’ Ik hoor dat wel vaker. Oud-collega’s die ik spreek tonen zich geschokt door mijn beperkingen. Een studente ergo-therapie bij een gastcollege vroeg wat dan, met al die beperkingen, nog mijn kwaliteit van leven was. En het gekke is, in al die gevallen probeer ik het een beetje te sussen. Voor ik er erg in heb, hoor ik mezelf zeggen dat het allemaal zo erg niet is, dat ik het nog altijd erg naar mijn zin heb. Soms zelfs dat het wel meevalt.

Maar het valt niet mee. Natuurlijk niet. Hoewel ik nog altijd vooruitgang boek en ik weer een doel heb gevonden op mijn werk, hoewel ik het voor elkaar weet te krijgen leuke dingen te doen en vrienden te zien en familie te bezoeken en me zelfs (weer) een zelfstandige volwassene begin te voelen, valt het allemaal niet mee. De afgelopen 2,5 jaar hebben in het teken gestaan van grenzen herkennen, klachten dempen, balans aanbrengen, prioriteiten stellen, rusten, aanpassen enzovoorts. En natuurlijk is dat niet makkelijk en zeker niet leuk.

Maar de mensen die ik in zulke gevallen spreek, vergelijken hun eigen leven met het mijne. Of mijn oude leven met mijn leven nu. En dat doe ik al niet meer. Mijn leven vóór het ongeluk is voor mij heel ver weg. Dat ben ik niet meer. Ik kijk naar hoe ver ik ben gekomen. Naar hoeveel controle ik nu over mijn leven en energie heb. En naar de hoeveelheid leuke dingen die ik tegenwoordig kan doen. Dat ik mijn dagen zó kan plannen dat ik in een week kan werken en mijn moeder opzoeken, bijvoorbeeld. Dat ik de tijd en energie in mijn weekend zó in kan delen dat ik én een maaltijd op tafel weet te toveren én vrienden op bezoek krijg die het opeten en het lekker vinden (of dit in ieder geval beweren).

Ik durf zelfs te beweren dat mijn kwaliteit van leven heel hoog is. Ik ben me heel bewust van wat ik wel kan en wat niet. Ik maak hele afgewogen keuzes en kan zonder schuldgevoel genieten. Ik heb rust en tijd om te reflecteren en leef nú. Want ik weet niet hoe ik me over een half jaar voel, dus daar wil ik me ook niet druk om maken. Het is niet altijd gemakkelijk en zeker niet altijd leuk, maar ik ben absoluut niet ontevreden. Ik word niet geleefd, ik leef.

6cf09e539a1521dcfb462b32abf31426

Advertenties

Tram

Gistermiddag regende het. Het regende zo hard dat ik zelfs onder mijn stormparapluutje zeiknat werd. Het water kwam met bakken uit de hemel en ik besloot om met de tram naar mijn Werkervaringsplek te gaan. Ik had bedacht dat ik wel weer wilde proberen een half uurtje langer te blijven, maar (misschien kwam het door het weer, misschien was het een rare samenloop van omstandigheden) er waren nauwelijks leerlingen. Na mij twee uur verveeld te hebben, ging ik toen maar weer naar huis.

Op de terugweg miezerde het. Er was een tram uitgevallen en de tram die ik moest hebben zat propvol. Twee blonde bakvissen lieten elkaar opnames horen van concerten waar ze geweest waren en waarop ze vooral zelf heel hard meezongen. Een oudere dame naast me was met veel pijn en moeite een berichtje aan het typen op haar telefoon waarvan iedere toetsaanraking een geluidje maakte. Iets verderop stond een beveiliger luidkeels te oreren dat ‘ze de grenzen motten sluitûh en Schengen afschaffen’ (hij sprak het uit als S-g-engûh – dan ben je wat mij betreft sowieso al af) en dat hij niets te maken wil hebben met ‘dat tuig’ (stay classy, HTM). Halverwege strompelde er een keurig uitziende heer van middelbare leeftijd de tram binnen die “Ik bvvven dronken! Ik mvvvoet zitten!” riep en bijna op schoot kroop bij de jongen die niet snel genoeg opsprong.

En toch was het een fijne dag.

Want daar in die tram was ik één van de vele forenzen. Ik was gewoon iemand die van haar werk kwam en rond etenstijd naar huis vertrok. Daar zag niemand dat ik maar twee uur gewerkt had. Daar zag niemand dat ik de hele ochtend op bed had gelegen en niemand zag mijn oordoppen achter mijn haar. Ik zat in de tram en hoorde gewoon tussen al die bijzondere en bizarre figuren.

Het is niet altijd makkelijk om ‘onzichtbaar ziek’ te zijn. Je moet altijd extra uitleg geven en in iedere situatie opnieuw als Checkpoint Charlie op je eigen grenzen letten. Maar soms, heel soms is het fijn. Want gister in die tram zag niemand iets aan mij en hoorde ik er gewoon even bij.

victory

 

Dikke doei

Afgelopen weekend had een goede vriendin van mij het even druk. Heel. Druk. Ze combineert een heftige baan met een studie, een verhuizing, sport op hoog niveau en honderdduizend vrienden die ze graag wil zien. Vrijdag had ze na een drukke week en een drukke dag eerst haar vaders verjaardag en daarna eigenlijk nog een feestje. Maar ze was moe. Mijn advies was helder: ‘Vergeet dat feest, ga naar bed.’

Vroeger zat ik ook met zulke dilemma’s, hoor. Naast alles dat moest wilde ik ook het liefst alle dingen doen die ook nog mogelijk waren en regelmatig lag ik overhoop met mijzelf, mijn planning en de hoeveelheid uren in een dag. Wat dat betreft is mijn leven er een stuk makkelijker op geworden. Een heleboel dingen kan ik niet door gebrek aan energie, doordat het te druk, te lang of te intensief voor me is of omdat ik al voor iets anders heb gekozen waar ik op dat moment prioriteit aan geef. Ik moet bij heel veel dingen ‘dikke doei’ denken en me op iets anders richten. En stiekem is dat best wel lekker.

Laatst zat Claudia de Breij bij De Wereld Draait Door om haar nieuwe boek te promoten (ik heb het nog niet gelezen dus ik hou me aanbevolen voor spontane cadeautjes). Nu vind ik Claudia sowieso vaak de voice of reason in een ietwat gestoorde maatschappij en ook dit keer zei ze slimme dingen. Ze sprak over de interessante adviezen die zij van tien ouderen had gekregen over het leven. Maar het advies dat mij het meeste raakte was toch wel dat van haarzelf; de Fuck-it List. Het tegenovergestelde van de bucketlist. Een lijst met alle dingen die je lekker niet hoeft te doen. Ze noemde parachutespringen en alle afgelegen plaatsen die Floortje Dessing had bezocht. Hoefde zij niet te doen, kon ze op tv zien. Heerlijk!

Ik zat zowat kirrend te applaudisseren op de bank (en als je wil geloven dat ik dat echt zat te doen, mag je van mij). De Fuck-it List. Wat een heerlijk principe! Want er zijn inderdaad honderdduizend dingen die ik lekker niet hoef te doen. Waar ik een dikke vinger naar op kan steken. Dikke doei. Ik hoef niet naar tetterende herrie feestjes waar het eigenlijk helemaal niet zo leuk is als de Facebookfoto’s doen vermoeden. Ik hoef niet stad en land af te sjouwen om dat ene perfecte paar schoenen te kopen met hakken tot in de hemel waar ik toch niet op kan lopen. Ik hoef niet mee te doen met de laatste trends want die kleding doet pijn aan mijn lijf. Ik hoef niet sociaal wenselijk mee naar die stomme verjaardag, want ik kan mijn energie beter sparen voor iets dat belangrijker voor mij is. Ik hoef voorlopig niet zwanger want baby’s maken herrie en ik ben al moe genoeg zonder al die idiote hormonen. Ik hoef geen motorrijbewijs, ik hoef niet abseilen in een grot vol dodelijk giftige dieren in Thailand en ik hoef al helemaal niet in de zeikregen buiten te bootcampen en af te sluiten met een Rens Kroes-approved groene-smurrie-zemelensmoothie omdat ik zogenaamd enorm geef om goede voeding.

Ik hol een rondje, ik werk een middagje, ik eet een zak chocoladekruidnoten leeg, haak wat toeren en geniet van mijn vrienden en familie. En tegen alle andere dingen die we zogenaamd allemaal moeten omdat iemand ons aangepraat heeft dat we hysterisch ALLES UIT HET LEVEN MOETEN HALEN WAT ERIN ZIT!!! heb ik één ding te zeggen:

Dikke doei.

b50cef19a3f45270d79bd5c3675c21d9 (1)

Lezen, hollen en een patatje met*

(*vrij naar Eten, bidden, beminnen)

Afgelopen weekend was een topweekend. Niet alleen omdat het prachtig weer was en zeker niet omdat ik zaterdagavond te moe was om mee te gaan naar een verjaardag. Maar wel omdat het in het teken stond van nieuwe dingen, nieuwe mijlpalen. En die moeten gevierd worden.

Een tijdje geleden las ik mijn eerste boek uit. Sinds het ongeluk kan ik niet goed lezen. Letters dansen op papier, na drie zinnen ben ik de draad van het verhaal kwijt, ik raak afgeleid door werkelijk alles. De rust die ik vroeger ervoer tijdens het lezen van een lekker boek, heb ik lange tijd niet meer gevonden. Het boek wat ik een tijdje geleden uitlas, Het rampjaar 1672, was dan ook topsport. Ik heb er een half jaar over gedaan en mezelf gedwongen door te zetten. Het was een hele prestatie, maar niet echt fijn.

Maar zaterdagavond, toen ik Lars alleen naar de verjaardag had laten gaan, zette ik de tv uit en las een boek uit. Ik las een heerlijk boek uit wat ik eigenlijk nog lang niet weg had willen leggen.
IMG_20151102_103756IMG_20151102_103805

De omslag had me al gegrepen voordat ik überhaupt begonnen was met lezen. Een bijzonder boek, ook nog eens over nazi-Duitsland. Meer is er eigenlijk niet nodig om de geschiedenisnerd in mij te overtuigen.

Maar het onderwerp was niet de enige of belangrijkste reden waarom dit boek mij zo gegrepen heeft. Het las namelijk lekker. NAH-lekker. Ik ben erachter gekomen dat hele lappen tekst mij niet goed afgaan. Dat lange hoofdstukken, weinig witregels of alinea’s en lange zinnen de kans dat ik afdwaal of de zinnen zie dansen alleen maar vergroten. En daarom was dit boek zo fantastisch!

IMG_20151102_103840

Ik denk dat die inzetjes, de korte alinea’s en het geklooi met verschillende lettertypes mij vroeger enorm hadden geïrriteerd. Maar nu was het geweldig. Het zorgde ervoor dat ik na ieder kort stukje even af mocht dwalen, dat ik gemakkelijker kon vinden waar ik gebleven was. Ik hield overzicht over het verhaal en dat zorgde ervoor dat ik er extra van kon genieten. Dikke tip dus, The Book Thief!

Ik was niet voor niets thuisgebleven zaterdagavond. Ik wilde zondag fris en fit zijn. Gisteren liep ik namelijk, voor het eerst in meer dan anderhalf jaar, een hardloopwedstrijdje.

Halverwege mijn revalidatie, begon ik last te krijgen van mijn heup en onderrug. Het gekke was dat ik dat tot die tijd helemaal niet gevoeld had. Blijkbaar had ik zoveel klachten van mijn hoofd en was ik zó gespannen door de Sensorische Integratie dat mijn fysieke klachten nog niet op waren gevallen. Na mijn revalidatie heb ik hulp gezocht bij een fysiotherapeute. Daar loop ik nu al meer dan een half jaar. Het gaat beter, maar mijn heup blijft pijnlijk.

Ondanks dat ben ik gaan hardlopen. Ik wilde mijzelf weer uitdagen, weer fit worden, buiten zijn. Ik wilde mijn fysieke uithoudingsvermogen vergroten zodat dat mijn mentale uithoudingsvermogen positief kon beïnvloeden. Dat is met ups en downs gegaan, maar ik durfde het aan om me in te schrijven voor de Laan van Meerdervoortloop van afgelopen zondag.

Het was heerlijk weer, mijn zusje liep mee en ik had mij goed voorbereid. Hoewel de drukte aan de start en vooral de HELE harde muziek me niet lekker zaten, kon ik me vrij snel afsluiten van alle prikkels en gewoon lekker lopen. Pas aan het einde van de 5 km, toen we door het mulle zand van het strand de boulevard van Kijkduin op moesten, kon ik ineens niet meer. Alles deed pijn en ik ging een beetje dood. Mijn zusje liep naast me en schreeuwde naar me. “Kom op, Suus! Je kunt het! Dit is twee jaar, hè! Twee jaar waarmee je afrekent! Je doet het weer! Je hebt geen adem nodig, nog maar een paar meter! Straks mag je instorten. Gaan!”

Als mijn zusje ooit haar druktemakers op haar school in hartje Rotterdam zat is, kan ze nog drilsergeant of personal trainer worden. Want het hielp. Met de finish in zicht kon ik het ineens weer. De laatste meters gaf ik alles wat ik had en na de finish moest ik ineens keihard janken.

Want dit was twee jaar. Dit was wat ik lange tijd niet kon en waarvan ik niet wist of ik het ooit weer zou kunnen. Dit was herrie, licht, drukte, uitputting. Alles waarvan ik me lange tijd afzijdig heb moeten houden. En nu was ik er weer. En ik deed het weer. En ik liep deze zware 5km, inclusief dat zware, mulle strand, binnen de 32 minuten. Als 53e vrouw van de 276. En dat laatste doet er eigenlijk niet toe, de tijd niet en de ranking niet, want ik was binnen. Na twee jaar afzien, was ik binnen.

Na afloop aten we, Esther, Marco die net 10 km had gelopen, Kitty en ik, een patatje met. En natuurlijk mekkerde er een stemmetje in mijn hoofd dat ik eigenlijk wel binnen de 30 minuten had willen lopen, maar dat stemmetje moet zijn kop houden. Want dit was 5 kilometer mét. En ik heb het gedaan.

IMG_20151101_133802   3422139d8465741f0d81890d5bea80fc