De pik

In mijn eerste jaar als afgestudeerd docente, zat er een leerlinge in één van mijn brugklassen waar het niet mee boterde. Ze had een grote mond, riep door de klas heen, lachte besmuikt om vrijwel ieder woord dat ik zei. Ze zat het liefst vooraan om mij de hele les brutaal aan te kijken, van een weerwoord te voorzien of ineens, uit het niets te vragen waarom mijn vriend mij gedumpt had (het was andersom, dat wil ik toch even gezegd hebben). Als ik mij even omdraaide gebeurde er iets in haar buurt. Er viel een etui, er verdwenen blaadjes, er werd gesmoesd en altijd zat ze daar, mij grijnzend aan te kijken. De gevleugelde uitspraak is altijd dat leraren geen lievelingen hebben, maar dat is natuurlijk lariekoek. Docenten zijn ook maar mensen. Ik had favorieten, maar ook leerlingen die in mijn allergie zaten. Zij was er zo één. En ik had haar nergens mee. Strafwerk, nablijven, een goed gesprek… Het deed haar niets. Toen ik haar betrapte met een spiekbriefje bij een toets, heb ik haar ouders verzocht naar de ouderavond te komen. Ik dacht dat zij misschien zouden schrikken als ik vertelde wat hun dochter uithaalde in mijn les. Niets was minder waar. Ouders stonden vierkant achter dochterlief. Het was geen spiekbriefje geweest, want het was knalroze (Ik: “Dan was het dus niet een heel handig spiekbriefje, maar het lag wel degelijk onder haar been.”) en hun kind deed niets verkeerd. Ik had gewoon de pik op haar.

Ze hadden natuurlijk best gelijk. Ik had ook een beetje de pik op haar. Ik was me er ook terdege bewust van. Ik sprak met mijzelf af dat ik niet op haar zou letten, dat ik niet zou reageren op alleen maar blikken, of gegniffel. Maar het ging niet. Ze trok mijn aandacht met alles wat zij deed en bij het minste had ik zin om haar een knal te verkopen. Dus stuurde ik haar de klas uit. Het sneue was dat het kind ook niets goeds meer kon doen in mijn ogen. Ik twijfelde altijd aan haar motieven. Ook dat verbeterde onze band niet echt, natuurlijk.

Degene die mijn blog vaker lezen, weten dat ik niet echt een soepele relatie met de wederpartij heb. De jongen die mij aangereden heeft is veroordeeld, zijn verzekering heeft aansprakelijkheid erkend. Maar daar houdt het wel zo’n beetje op. Al bijna drie jaar weet de verzekering namelijk alles wat ik zeg, doe of laat aan te grijpen om mijn verhaal in twijfel te trekken. Anything I say or do, can en will be used against me. Ik word er moedeloos van. Het voelt alsof de wederpartij de pik op mij heeft en ik niets meer goed kan doen.

Ik heb een letselschadeadvocate ingeschakeld en even leek er schot in de zaak te komen. Ik kreeg na een jaar zelfs weer een voorschot! Maar toen stokte het proces weer. Er wordt nog altijd getwijfeld aan causaliteit tussen ongeval en klachten.

Vorige week kreeg ik een mailtje van de wederpartij. Ik had ooit tegen mijn neuroloog gezegd dat het steeds wat beter met mij ging. Dat ik weer wat probeerde hard te lopen en dat ik een blog bijhield over mijn leven met NAH. De wederpartij heeft deze informatie van de neuroloog gekregen. In het mailtje stond dat zij vinden dat bloggen over mijn letsel zou leiden tot ‘victimisatie’. Door ermee bezig te blijven, zou ik mijzelf als slachtoffer blijven zien.

En ik weet ook wel dat het voor die verzekering zakelijk is. Voor hen is het een dossier met hiaten en feitelijkheden. Maar voor mij is het mijn leven. En het voelt alsof de wederpartij de pik op mij heeft. En dat pik ik niet erg, eerlijk gezegd.

bc0c7c76a71979af388ed54d4d5444af

Advertenties

Zo kan het ook!

Mijn beste vriendinnetje krijgt iedere week een bosje bloemen van haar vriend. Daar ben ik natuurlijk stikjaloers op. Het scheelt als ik bedenk dat haar aanstaande Portugees is en dat romantische waarschijnlijk met de paplepel ingegoten heeft gekregen, maar toch. Lars is geen bloemenman. Hij is ontzettend zorgzaam en grappig en lief, maar ik krijg eigenlijk nooit bloemen van hem. Naast lief en zorgzaam is hij ook nog eens erg koppig, dus ik heb het ook maar opgegeven om erom te vragen.

In plaats daarvan heb ik een abonnement op Bloomon genomen. Van onze gezamenlijke rekening. Iedere maand krijg ik een prachtige bos bloemen geleverd, waarvan Lars de helft betaalt. Dus iedere maand bedank ik hem voor de helft van de bos en en zijn we allebei tevreden.
(En mocht je nou ook zo’n mooie bos willen mét gratis vaas, klik dan HIERRRR. Dan krijg ik er presentjes voor terug)

IMG_20151030_093849

Het is maar een klein voorbeeldje, maar het geeft aan hoe ik tegenwoordig in het leven probeer te staan. Dingen kunnen, lukken, of willen niet en ik kan daar supergefrustreerd van raken, maar dat brengt mij niet verder. Natuurlijk heb ik ook wel eens momenten dat ik het niet kan relativeren, dat ik wil krijsen en de jongen die mij aangereden heeft op wil zoeken om hem overhoop te schieten (dan moet ik eerst ook nog ergens een denkbeeldig geweer vandaan halen en dan loopt die fantasie meteen al spaak), maar dat helpt mij op geen enkele manier. Beter is het om te kijken wat wel kan. En op welke manier dan. Ik kon tegen Lars blijven zeiken over bloemen, maar dat levert alleen ergernis op. Nu heb ik iedere maand een mooie bos en ben ik op een andere manier toch dolgelukkig.

Zo probeer ik het ook te doen met uitjes, werken, vrienden, klussen, feesten… Vrijwel alles moet op een andere manier of met iets meer aandacht dan vroeger. Maar dan lukt het wel. Mijn directrice zei laatst, toen ik vertelde dat als ik een middag ga werken ik meestal ’s ochtends alleen haak en verder niets: “Ja maar, dat kan niet de bedoeling zijn! Dat je alles op moet geven voor een middagje werken!” Maar dat is nu eenmaal hoe het is. Zorgen dat ik mijn bordje eten op kan warmen als ik thuis kom, de rest van de dag rustig aan doen, geen gekke inspannende dingen plannen, anderhalf uur slapen… En dan kan ik werken. Het is anders dan ik het zou willen, maar zo lukt het ook.

Afgelopen week kwam de pakketbezorger een nieuwe broek afleveren. Iedereen die mijn blog een beetje volgt weet hoeveel pijn ik aan mijn huid krijg van broeken die schuren of stretchen of wrijven en dat ik naarstig op zoek was naar een oplossing. Leven op een tropisch eiland leek me de enige logische stap. Helaas zal ik mijn dromen over leven tussen de palmbomen nog even op een zijspoor moeten zetten, want mijn nieuwe broek is fantastisch! Het is een broek van Miss Green, een duurzaam en fair Nederlands kledingmerk. En ik kan nu wel de bewuste fashionista uit gaan hangen, maar dat is niet de reden waarom ik zo’n fan ben van mijn nieuwe broek. De broek is namelijk SUPERZACHT! Het voelt aan als het materiaal van de joggingbroek waar ik tegenwoordig in woon, maar heeft het model van een ‘gewone’ skinny. Ik heb hem al twee dagen gedragen (niet ’s nachts hè mensen), en nog heb ik er nog geen pijnlijke benen van! Het is het antwoord op al mijn vragen! Ik hoef geen Vanessa te worden met joggingbroek, Nike Air Max en Chihuahua. Ik kan er gewoon leuk bijlopen zonder pijn en irritatie! Hoezee!

IMG_20160109_152301

Ik blijf zoeken. Naar oplossingen en mogelijkheden om toch dingen te kunnen doen, hebben, dragen, ondernemen. En vanaf nu doe ik dat in mijn nieuwe broek. Die gaat namelijk nooit meer uit!
(behalve ’s nachts hè mensen)

Werkpaarden

Laatst las ik een artikel over een proef met een standaard basisinkomen. De vraag was wat er zou gebeuren als iedereen sowieso €1000,- per maand zou krijgen, zonder daar verplicht een tegenprestatie voor te moeten leveren. Er kwam een psycholoog aan het woord die vertelde dat de meeste mensen zouden antwoorden dat zij in zo’n geval zelf zeker iets productiefs met hun leven zouden gaan doen, maar dat het volgens hen niet kon werken omdat ‘die anderen’ op hun luie reet zouden gaan zitten. We zien onszelf altijd als uitzondering op de regel.

Vorig jaar zomer keek ik Camping Powned. Daar ben ik niet perse trots op want ik vind Rutger Castricum over het algemeen een volslagen debiel en ik ben niet overtuigd van de meerwaarde van Powned als omroep. Maar toch, dit programma was interessant. Na een ‘vakantie’ waar ze verplicht moesten werken voor hun kost en inwoning, ging het grootste deel van de langdurig werklozen waar het programma om draait, op zoek naar een baantje. Ze waren erachter gekomen dat ze lamlendig werden van thuiszitten. Dat hun eigenwaarde achteruit was gehold. Dat ze niet zelfredzaam meer waren. Sommigen begonnen een eigen bedrijfje, anderen namen baantjes als vuilnisman of postbezorger.

‘We’ denken gemakkelijk dat ‘ze’ lui zijn en niet willen. In de gespreksgroep die ik vorig jaar volgde in het revalidatiecentrum kwam dit ook vaak ter sprake. Zelfs bedrijfsartsen en het UWV schatten lotgenoten te hoog in, waardoor na het uitblijven van succes op het werk al snel de conclusie was dat men niet genoeg wilde. Zie je nou wel, ze willen niet werken. Maar niets is minder waar. Mensen willen graag werken. Mensen willen zich graag nuttig voelen, een doel hebben in het leven. Soms gaat dat alleen niet.

Toen ik vorig jaar februari afgekeurd werd, was dat een klap in mijn gezicht. Ik wist ook wel dat er een heleboel voorwaarden waren  waaraan een werkplek zou moeten voldoen, eer ik er aan de slag zou kunnen. Ik wist ook wel dat ik met een hoop beperkingen moest dealen. En ik was me er zelfs van bewust dat het op dat moment, gezien mijn vorderingen in revalidatie en re-integratie, te vroeg zou zijn om gedwongen weer aan het werk te moeten. Maar dat een instantie als het UWV zegt: ‘Mevrouw, wij weten het ook niet meer. Hier is een uitkering en succes er maar mee’, dat is behoorlijk pijnlijk.

Ik had stil kunnen gaan zitten. Ik had stil mogen gaan zitten. Zitten wachten of er ooit een herkeuring zou komen en mijn uitkering innen. Maar hoewel ik me behoorlijk goed weet te vermaken met haken en wat yoga en hardlopen, ik zou er doodongelukkig van zijn geworden. Werk is niet alleen een manier om een inkomen te verdienen. Werk geeft je een doel, een structuur. Een identiteit.

Vanmiddag ga ik naar de studiebegeleiding. Tot de kerstvakantie was dit mijn werkervaringsplaats. Nu niet meer. Toen ik er in mei begon, kon ik twee middagen anderhalf uur meekijken en moest ik echt een kwartier totale stilte tussendoor. Ik heb sindsdien op weten te bouwen naar twee ‘volle’ middagen van 3 uur. Ik heb er geleerd om mijn ‘eigen’ groepjes leerlingen te begeleiden, vakinhoudelijk maar ook persoonlijk. Ik heb herontdekt hoe ontzettend waardevol het is om met pubers te werken. Ik heb mijn grenzen in alle vrijheid en ruimte leren ontdekken en stukje bij beetje oprekken. Waar ik me vorig jaar februari niet kon voorstellen hoe ik weer ‘gewoon’ werk moest doen, heb ik dat iedere dag een beetje meer geleerd.

Vanmiddag ga ik naar de studiebegeleiding. Dit was mijn werkervaringsplaats. Nu niet meer. Want waar ik vorig jaar bij mijn keuring niet van had durven dromen, wordt nu waarheid. Ik ga namelijk mijn contract tekenen.

Vanmiddag ga ik naar mijn werk.

4da87585da73141dcefea91124745b3b