Wie heb ik aan de lijn?

Vroeger nam ik privénummers nooit op. Uit principe niet. En pure eigenwijzigheid natuurlijk. Tot ik te maken kreeg met revalidatiecentra, ziekenhuizen, advocaten en het UWV. Die bellen vrijwel allemaal privé, dus dat principe kon de deur uit.

Ik ben ook nooit echt een beller geweest. Ik ergerde me altijd een beetje aan telefoongesprekken die niet nodig waren, omdat je elkaar tien minuten later zou zien bijvoorbeeld. “Ik zit nu op de fiets, hoe was je dag?” vond ik bijvoorbeeld iets wat heel goed in een whatsappje gestuurd kon worden. En verder sprak ik liever met je af om je vervolgens de oren van je hoofd te kletsen.

Maar sinds het ongeluk vind ik bellen echt verschrikkelijk. Het kost namelijk bakken vol energie. Het plotselinge karakter is daar een oorzaak van. In nanoseconden moet ik van 0 tot 100  en begrijpen wie ik aan de lijn heb, waar het over gaat en ook nog een samenhangend antwoord produceren. Zo snel werkt mijn hoofd gewoon niet. En daarnaast kost het concentreren me buitengewone inspanning. Ik heb aan één oor geluid. Iemand die ik niet kan zien, dus waar ik niet de lichaamstaal van kan lezen en op inspelen. Omgevingsgeluiden van de andere kant van de lijn. En dan bevind ik mijzelf natuurlijk ook nog ergens. Waar de tv ineens uit moet, de krant weg, de laptop dicht. En dan weer open omdat ik hem nodig heb. Alles om mij heen leidt af en ik moet mij proberen te concentreren op dat ene oor, waarin ook nog eens belangrijke informatie getetterd wordt alsof het van het grootste belang is dat ik het gisteren al begrepen heb.

Vanochtend belde het UWV. Dat eerste verstond ik niet. Ik hoorde alleen dat de meneer ‘Heerlen’ zei en met een vet Limburgs accent sprak. Daar kan deze meneer ook niets aan doen. En als ik zelf uit Venlo was gekomen was het waarschijnlijk geen enkel punt geweest. Maar zijn accent leidde af. Hij plaatste sommige klemtonen net even anders en het duurde uitzonderlijk lang voordat ik doorhad waar het over ging en wat hij van mij wilde horen. En toen moest ik ook nog eens bedenken én duidelijk maken wat ik zelf wilde. Het gesprek duurde nog geen tien minuten, maar ik was bekaf. Mijn hoofd tintelde en suisde en leek vertienvoudigd (nóg groter, ja!) en uit elkaar te knallen.

Ik probeer het zoveel mogelijk te ondervangen. Gesprekken met bekenden probeer ik zo kort mogelijk te houden of via Skype te doen. Als ik iemand kan zien, is het al de helft minder zwaar. Wanneer het kan, zet ik het gesprek op de speaker. Dan hoef ik niet maar op één oor te concentreren en scheelt dat weer. En met anderen probeer ik af te spreken dat zij mij even laten weten wanneer zij bellen. De tandarts meldt altijd lief hoe laat ze mij de volgende dag even bellen ter controle. Vrienden sturen eerst een appje of ze kunnen bellen en met mijn letselschadeadvocate mail ik zoveel mogelijk. Maar instanties, zoals het UWV bijvoorbeeld, die bellen gewoon. En die willen dan ineens belangrijke dingen bespreken en verwachten dan antwoord. Wat ik geef en waarvan ik een kwartier later alweer baal. Omdat ik dan pas heb kunnen verwerken wat er gezegd is.

Vanochtend ging het redelijk, maar laatst was ik pas echt trots op mezelf. Het UWV belde met een vraag en ik werd wat overvallen. Maar ik vroeg of zij mij een half uurtje later konden terugbellen, zodat ik er even over na kon denken. En zo geschiedde. Ideaal!

273e44213cbb901082ae5352922e5ac4

Voer

Samen met mijn re-integratiejuf gaf ik begin dit jaar een gastcollege aan studenten van de Haagse Hogeschool die de minor Revalidatie zouden volgen. De juf zou iets vertellen over het laatste stadium van revalideren, re-integreren, en ik diende als praktijkvoorbeeld. Er waren studenten van allerlei opleidingen. HBO Verpleegkunde, Sport en Bewegen, HALO, Personeel en Arbeid, Maatschappelijk werk… Al die opleidingen konden we op één of andere manier opnemen in mijn verhaal. Alleen Voeding en Diëtetiek was lastig. Want als je immobiel bent geworden en daarom je eetpatroon aan moet passen, begrijp ik heel goed dat daar een diëtist bij nodig is. Maar voor mij…?

Ik vertelde mijn verhaal en legde de nadruk op waarom ik weer zo graag wilde werken. De studenten luisterden en stelden goede vragen. Ik vertelde tegen welke beperkingen ik aanliep op mijn oude werkplek, wat ik van mijzelf geleerd had op mijn eerste werkervaringsplaats, wat ik ontdekte over mijn kunnen en mijn grenzen. Ook vertelde ik hoeveel energie werken mij kostte en welke zaken ik daarvoor moet laten. Als ik ’s middags werk, kan ik ’s ochtends even hardlopen of een half uurtje yoga doen, maar verder is het toch vooral af en koest op de bank of in bed. Hetzelfde geldt als ik ’s avonds thuiskom en rammel van de honger.

“Ik probeer nog steeds te plaatsen hoe jullie iets aan dit verhaal hebben.” zei de re-integratiejuf tegen de studentes Voeding en Diëtetiek. Een mooie, intelligente meid knikte enthousiast. Zij wist precies hoe zij iets zou kunnen betekenen voor ‘iemand zoals ik’. Want had ik niet verteld dat ik altijd diepvries pizza en blikken soep op voorraad heb? Had ik niet gezegd dat we regelmatig naar de toko gaan omdat ik te moe ben om iets in elkaar te flansen? Bij zulke problemen kan een diëtist heel goed meedenken!

Ze had gelijk, want eten is een dingetje. Ik was al nooit zo’n keukenprinses, ook niet vóór het ongeluk. Ik hou van lekker eten en lekkere wijntjes, maar ik vind het allemaal moeten voorbereiden of, erger nog, inkopen een irritante aangelegenheid. Ingenieuze recepten interesseren mij gewoon niet genoeg. En nu is koken een enorm inspannende taak. Het vraagt om het combineren van een aantal zaken waar ik echt niet meer zo goed in ben: voorbereiden, plannen, overzicht houden, structuur aanbrengen, concentratie. Op een goede dag vind ik het al een hels karwei, maar als ik moe ben of andere belangrijke taken heb op een dag, dan is het niet te overzien. Wanneer ik het dan toch probeer eindigt het in aangebakken, overgekookte, gemorste, gegooide, geschreeuwde, of halfgare tranen.

Lars moet na zijn werk vaak trainen of training geven, dus die kan niet altijd een uitweg bieden. De dag dat hij ’s avonds wel thuis is, heb ik bewust uitgekozen om te werken. Hoewel dit betekent dat ik halftam naast hem op de bank hang ’s avonds en we niet toekomen aan leuke dingen doen, kan hij tenminste koken. En ik kook één keer in de week voor twee avonden. Dan kan ik mijn gezonde bordje eten opwarmen na mijn werk.

Voor nu werkt dit, maar als ik ooit meer dagen ga werken moet er een nieuwe oplossing gezocht worden. Natuurlijk zal ook dat wel weer goed komen, zoals we tot nu toe aan vrijwel alles een mouw hebben weten te passen. En zo niet, dan zit de toko nog altijd om de hoek. Zo slecht is nasi goreng toch ook niet voor een mens. Toch?

6fff1624523b985b37ba3b73def451fb

Lijstjesmeisje

Het eerste dat eraan gaat is de structuur. En ik vaar juist bijzonder wel bij structuur. Ik lééf voor structuur. Ik plan vaste activiteiten op vaste dagen. Op dinsdag doe ik boodschappen, op maandagavond om 9 uur maak ik het lijstje. Ik hou van lijstjes. In de keuken hangt een schoolbord waarop ik per dag opschrijf wat we eten. In de badkamer hangt een lijstje met welke was ik wanneer draai. In de wc een grote kalender, waarop ik minutieus bijhoud welke afspraken ik heb, welke dingen Lars te doen heeft, wanneer er getraind wordt, overgewerkt, geborreld. Ik schrijf zelfs bij iedere dinsdag dat ik dan boodschappen ga doen.

Die lijstjes en planning geven houvast. Mijn hoofd gaat snel hak-op-de-takken en kip-zonder-koppen. Ik heb problemen met het vasthouden van mijn aandacht en concentratie, zeker als ik moe ben. Met mijn lijstjes bij de hand krijg ik dingen voor elkaar.

Sinds januari werk ik. Twee middagen van 3 uur per week. Ik heb er heel langzaam naar opgebouwd. Steeds een half uurtje meer, steeds een leerling meer begeleiden. Maar de laatste stap was toch een grote. Van 3 uur achter elkaar 3 leerlingen begeleiden (waarbij ik nog behoorlijk veel rust had en tijd om tot mijzelf te komen), begeleid ik er nu meestal 6, soms 7. En die overstap is groot. Waar ik eerst redelijk snel bijkwam als ik een half uurtje had uitgebreid, merk ik dat deze uitbreiding nog niet genormaliseerd is. Ik ben moe, warrig en kribbig. En mijn structuur is naar de haaien.

Het is fantastisch dat ik weer kan werken. Het is geweldig dat ik weer ‘meedoe’! Maar het vraagt wel enorm veel energie. Het lastige is dat het de ene week meer van me vraagt dan de andere. Dat heeft te maken met de vakken, de leerlingen, maar ook met of de zon schijnt buiten, of het koffieapparaat werkt, of er veel ander ruis is en welke andere dingen ik die week te doen heb. De kleine reserves die ik had opgebouwd door iedere dag precies te weten waar ik aan toe was en die ervoor zorgden dat ik wat bijzonderheden op kon vangen, ben ik kwijt. Het is iedere dag weer zoeken naar de balans.

De laatste weken slaap ik erg veel en kom ik maar moeizaam mijn bed uit. De huishoudelijke taken die ik weer wat had opgepakt, blijven liggen en als ik even ga liggen om te ontspannen ben ik meteen diep in slaap. Laatst stopte ik mijn telefoon in de oplader naast het bed, raakte mijn hoofd héél even het kussen en werd ik pas wakker toen Lars thuiskwam uit zijn werk en ik ervan overtuigd was dat hij een inbreker was. Had ik al gezegd dat ik warrig was? Ik kip-zonder-kop door het huis. Ik ga ansichtkaartjes kopen bij de Primera maar vergeet dat ik brood bij de bakker moest halen. Ik bak een kokosnoot/karnemelkcake en bedenk wat voor bank ik zou willen als ik een nieuwe zou kopen, maar kom niet toe aan het bijwerken van mijn administratie. Als ik daarvoor ga zitten, kan ik me na twee minuten al niet meer op de bankrekeningnummers concentreren en vind ik mezelf tien minuten later op Marktplaats op zoek naar een nieuwe auto. Ik reageer continu op prikkels zonder me voor langere tijd op één ding te kunnen richten. Tijdens het schrijven van dit stukje heb ik alleen al koffie gezet, mijn nagels gevijld, de krant in de papierbak gegooid en op Netflix naar Gilmore Girls gezocht (staat er niet op, btw).

Soms is een reality check nodig. Dan is het op een vreemde manier fijn om weer even geconfronteerd te worden met dat er echt wel wat aan de hand is en ik niet voor niets thuiszit. En ik wist van tevoren dat perse willen werken consequenties zou hebben voor andere dingen. Maar ik hoop wel dat het binnenkort weer normaliseert allemaal. Ik ben doodmoe van mijn eigen associaties en zou best eens niet willen snauwen naar Lars als ik sta te koken. En de wc moet schoon.

6d1560acd00cc0d4ed258face00cba84