Voer

Samen met mijn re-integratiejuf gaf ik begin dit jaar een gastcollege aan studenten van de Haagse Hogeschool die de minor Revalidatie zouden volgen. De juf zou iets vertellen over het laatste stadium van revalideren, re-integreren, en ik diende als praktijkvoorbeeld. Er waren studenten van allerlei opleidingen. HBO Verpleegkunde, Sport en Bewegen, HALO, Personeel en Arbeid, Maatschappelijk werk… Al die opleidingen konden we op één of andere manier opnemen in mijn verhaal. Alleen Voeding en Diëtetiek was lastig. Want als je immobiel bent geworden en daarom je eetpatroon aan moet passen, begrijp ik heel goed dat daar een diëtist bij nodig is. Maar voor mij…?

Ik vertelde mijn verhaal en legde de nadruk op waarom ik weer zo graag wilde werken. De studenten luisterden en stelden goede vragen. Ik vertelde tegen welke beperkingen ik aanliep op mijn oude werkplek, wat ik van mijzelf geleerd had op mijn eerste werkervaringsplaats, wat ik ontdekte over mijn kunnen en mijn grenzen. Ook vertelde ik hoeveel energie werken mij kostte en welke zaken ik daarvoor moet laten. Als ik ’s middags werk, kan ik ’s ochtends even hardlopen of een half uurtje yoga doen, maar verder is het toch vooral af en koest op de bank of in bed. Hetzelfde geldt als ik ’s avonds thuiskom en rammel van de honger.

“Ik probeer nog steeds te plaatsen hoe jullie iets aan dit verhaal hebben.” zei de re-integratiejuf tegen de studentes Voeding en Diëtetiek. Een mooie, intelligente meid knikte enthousiast. Zij wist precies hoe zij iets zou kunnen betekenen voor ‘iemand zoals ik’. Want had ik niet verteld dat ik altijd diepvries pizza en blikken soep op voorraad heb? Had ik niet gezegd dat we regelmatig naar de toko gaan omdat ik te moe ben om iets in elkaar te flansen? Bij zulke problemen kan een diëtist heel goed meedenken!

Ze had gelijk, want eten is een dingetje. Ik was al nooit zo’n keukenprinses, ook niet vóór het ongeluk. Ik hou van lekker eten en lekkere wijntjes, maar ik vind het allemaal moeten voorbereiden of, erger nog, inkopen een irritante aangelegenheid. Ingenieuze recepten interesseren mij gewoon niet genoeg. En nu is koken een enorm inspannende taak. Het vraagt om het combineren van een aantal zaken waar ik echt niet meer zo goed in ben: voorbereiden, plannen, overzicht houden, structuur aanbrengen, concentratie. Op een goede dag vind ik het al een hels karwei, maar als ik moe ben of andere belangrijke taken heb op een dag, dan is het niet te overzien. Wanneer ik het dan toch probeer eindigt het in aangebakken, overgekookte, gemorste, gegooide, geschreeuwde, of halfgare tranen.

Lars moet na zijn werk vaak trainen of training geven, dus die kan niet altijd een uitweg bieden. De dag dat hij ’s avonds wel thuis is, heb ik bewust uitgekozen om te werken. Hoewel dit betekent dat ik halftam naast hem op de bank hang ’s avonds en we niet toekomen aan leuke dingen doen, kan hij tenminste koken. En ik kook één keer in de week voor twee avonden. Dan kan ik mijn gezonde bordje eten opwarmen na mijn werk.

Voor nu werkt dit, maar als ik ooit meer dagen ga werken moet er een nieuwe oplossing gezocht worden. Natuurlijk zal ook dat wel weer goed komen, zoals we tot nu toe aan vrijwel alles een mouw hebben weten te passen. En zo niet, dan zit de toko nog altijd om de hoek. Zo slecht is nasi goreng toch ook niet voor een mens. Toch?

6fff1624523b985b37ba3b73def451fb

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s