Beachen

90a396b5b03b8e4eb4ec411d3ab4725c

Op de spoedeisende hulp werd ik na een uur of twee onderzocht door een neurologe. Zij scheen met een lampje in mijn ogen, vroeg of ik buiten bewustzijn was geweest en toen ik antwoordde dat ik het niet meer wist (ik was op dat moment aangesloten aan een infuus vol pijnstilling en vond de hele episode vooral hilarisch), concludeerde zij dat er niet zoveel met mij aan de hand was. Even niet sporten en het rustig aandoen, was het devies.

Ik volleybalde toen nog, en besloot die dinsdagavond dat ik de wedstrijd aankomende zaterdag wel zou laten schieten. Enthousiast bedacht ik dat ik nog wel even zou kunnen gaan aanmoedigen, maar op die bewuste zaterdag voelde ik me zo beroerd dat ik mijn bed nauwelijks uit kon. Een paar weken later, het zaalseizoen was intussen afgelopen, bedacht ik samen met Sanne, een vriendin van Lars, dat we ons dat zomerseizoen wel op konden geven voor beachvolleybaltrainingen. Ik kon de eerste trainingen misschien nog niet meedoen, maar vanaf juni toch zeker wel?

Dat bleek natuurlijk allemaal veel te overmoedig. Die eerste zomer heb ik onder begeleiding van een fysiotherapeute een beetje fitness gedaan. Na de zomer begon ik heel rustig met hardlopen. Veel verder kwam ik niet. Soms ging ik kijken naar Lars zijn wedstrijden. Ik probeerde dat zo goed mogelijk te plannen, zodat ik bijvoorbeeld alleen de laatste set mee zou pakken. De sporthal was namelijk een verschrikkelijke plek voor mij geworden. Overal was herrie, alle klappen en stemmen weerkaatsten tegen de kale muren. Zoveel mensen die tegelijkertijd aan het sporten waren, publiek op de tribune, sommige enthousiastelingen zelfs met gastoeter… Dat ene setje kijken was vaak al genoeg inspanning voor een heel weekend.

Maar ik miste volleybal wel. Niet zozeer het spelletje (hoewel ik dat ook altijd leuk vond), maar vooral het sociale aspect. Het feit dat je twee keer per week optrekt met je team. Dat één dag in het weekend sowieso gevuld is met een beetje sporten, en daarna bier drinken en dom kletsen. Dat de wereld groter is dan werk en thuis. Maar als ik dan bedacht hoe zwaar het was om de hele tijd geconcentreerd een bal te moeten volgen met mijn ogen, veel te moeten bewegen en dan ook nog eens in zo’n lawaaiige hal te moeten staan, wist ik dat volleybal voor mij er niet meer in zat.

Afgelopen meivakantie ging ik met Lars mee op beachvolleybalreis. Hij gaat ieder jaar, training geven en zelf trainen, en ik ging mee om in de zon te zitten en boeken te lezen. Sanne (die drie jaar geleden wel was begonnen) ging ook mee met een aantal van haar teamgenoten. Halverwege de week maakten zij mij enthousiast om toch vooral even mee te spelen. Al was het maar tien minuten. Gewoon even proberen, kijken hoe het ging.

Wonder boven wonder ging het. Niet te lang achter elkaar en niet op topniveau (wat ik vroeger ook niet bereikte hoor, daar niet van), maar het ging! De yoga en het hardlopen wat ik de afgelopen tijd veel doe, wierpen hun vruchten af. En het was in de buitenlucht, op het strand. Herrie vervliegt daar, prikkels waaien weg. Enthousiast gemaakt besloot ik me voor de zomertrainingen aan te sluiten bij hun groep. Misschien wat overmoedig, maar ik wilde het hoe dan ook proberen.

De afgelopen weken was ik één avond in de week op het strand te vinden. Mijn werkrooster moest ervoor omgegooid en ook de boodschappen en schoonmaakster moesten anders gepland. Daarnaast ontdek ik iedere training (en de dagen die erop volgen) weer wat wel en niet handig is. Door trial en error ontdek ik hoeveel rust ik moet nemen voor, na en tijdens de trainingen en welke specifieke oefeningen ik moet laten schieten. Ik ontdek dat wanneer ik een aanwijzing krijg van de trainer en ik me daarop probeer te concentreren, ik direct de basis vergeet. Dat ik de puntentelling kwijt ben zodra er een meeuw over vliegt. Dat ik niet ‘oh, ik doe deze nog wel even mee want de training duurt nog maar een kwartiertje’ moet denken als ik al weet dat ik genoeg heb gedaan en zelfs dat ik tussen mijn opgooi en mijn service afgeleid kan raken.

Maar ik doe het weer. Ik volleybal weer. Ik heb één keer per week een avond helemaal voor mij. Met meiden die ik anders nooit had leren kennen en met wie het idioot gezellig is. Op het strand, waar het leeg en open is, de herrie en drukte vervliegt en al het andere even wegvalt. En ik geloof oprecht dat ik mijn overprikkeling hiermee ook train. Dat als ik zes keer omval in het mulle zand, mijn evenwicht er uiteindelijk baat bij heeft. Dat dit goed voor mij is, voor mijn hoofd maar ook voor mijn algehele gevoel van welzijn. Ik serveer dertig keer in het net, begrijp oefeningen niet en vergeet dat ik geen ‘zacht contact’ mag hebben. Maar ik doe het weer. En man, wat is dat fijn!

IMG_8056

Advertenties

K*tdag

Ik heb hem lange tijd niet gehad. Natuurlijk wel na een heftige activiteit, een avondje uit eten bijvoorbeeld of de terugreis van een vakantie, maar al lang niet meer ‘zomaar’. Dat is een goed teken. Het betekent dat ik zo langzamerhand mijn belasting en belastbaarheid goed tegen elkaar weet af te wegen. Dat ik controle heb over mijn leven. Maar de afgelopen dagen is er toch iets misgegaan, want ik heb er weer één:

Een kutdag.

Mijn hoofd voelt groot en te zwaar voor mijn nek, als een lolly op een te klein stokje. Er zit een baksteen in mijn schedel, die hard op mijn hersenen drukt. Mijn ogen willen maar niet goed scherp stellen en mijn gedachten evenmin. Ik schuifel rond en ga weer zitten, zet de koffiemachine aan en vergeet er vervolgens iets mee te doen. Ik pak dingen op en leg ze weer neer en word onrustig van mijn eigen kip-zonder-kop-gedrag.

Er was een tijd dat ik dit best goed van mijzelf kon accepteren. Dat ik beschouwend een slechte dag kon opmerken, mezelf een dagje haken op de bank gunde en verder wat gniffelde om alle domme dingen die ik deed. Maar nu mijn actieradius sindsdien aanzienlijk is vergroot en ik meer activiteiten probeer te doen op een dag, merk ik dat ik er minder makkelijk vrede mee kan hebben. Ik wilde dingen doen vandaag, had een planning gemaakt en potverdorie, die los moeten laten voelt toch weer een beetje als falen.

Ik wilde vanochtend vroeg een stukje hardlopen, maar vóórdat ik goed en wel een kop thee had gezet, was ik al drie keer omgedonderd. Direct na het openen van de gordijnen, sloot ik ze weer omdat het licht te fel was aan mijn ogen. Ik maakte een bakje fruit met yoghurt over de datum, waar ik pas na zeven happen achterkwam. Ik stootte mijn teen en werd boos op mezelf, en toen op Lars omdat ik toch iemand de schuld moet geven en hij al naar zijn werk was, dus het nooit zal weten. Ik had jeuk aan mijn rug en stak uit pure lompigheid mijn nagel diep mijn huid in. En toen ik een pleister wilde pakken, kletterde het hele medicijnmandje om.

Goed, oké. Ik weet ook wel dat er maar één conclusie te trekken is vandaag: Ik doe mijn joggingbroek aan en mijn haar in een knot en voordat er ernstige gewonden vallen, ga ik de rest van de dag zitten haken. Ik heb namelijk ‘zomaar’ een kutdag. En dat is best wel lang geleden en wat dat betreft goed, maar ook een waarheid waar ik vandaag niet onderuit kan.

Als u me zoekt: ik zit lief te zijn voor mezelf.

18e387bee3e8a085043ed06cb5252335

Feestvarken

Mijn verjaardag vind ik een dingetje. Niet omdat ik het echt erg vind om ouder te worden (ik roep dat altijd wel heel hard en trek er dan een lelijke kop bij, maar meen het meestal niet), maar omdat ik nooit weet hoe ik het moet vieren. Lars viert vaak een feestje thuis. Die nodigt dan iedereen uit die hij kent, sleept zeven kratten bier naar huis, gooit stokbrood met kruidenboter in de oven en gaat in de woonkamer staan dansen. Ik vind het gezellig als hij zo’n feestje viert, maar opteer zelf nooit voor deze optie. Het feit dat ik dan gastvrouw ben en wil dat iedereen het leuk heeft, levert me al zoveel stress op dat ik het feestje maar laat schieten.

Supertof vind ik feestjes in een kroeg. Dat iemand gewoon een hoekje (of de hele tent) heeft afgehuurd en je ongelooflijk mondain aan een cocktail sabbelt in het centrum van de stad. Toch is ook dat niets voor mij. Ten eerste is het duur om voor iedereen het eerste drankje (en vaak ook het tweede en derde) te betalen, en ten tweede staat er vaak muziek hard aan en hou ik zoiets maar anderhalf uur vol. Laat staan dat ik niet genoeg mensen uit zou weten te nodigen om een hele kroeg te vullen.

De afgelopen jaren heb ik vaak in de tuin bij mijn ouders gezeten. Wat natuurlijk ontzettend lief en chill is, maar toch ook een beetje onbeholpen voelt. Ik wil best een gezellig feestje in de tuin geven, maar wel als het míjn tuin is en ik het regel. Het heeft te maken met een gevoel van autonomie. En met dat ik een controlfreak ben, waarschijnlijk.

Afgelopen vrijdag was ik jarig. Ik heb vooraf héél lang nagedacht over hoe ik het wilde vieren en zat uiteindelijk met mijn zes beste vrienden en hun partners (ik zeg niet wie hier de vriend en wie de partner is, Reinier en Sanne!) aan een grote tafel in mijn favoriete eetcafé in Den Haag. Vooraf had ik twee uur extra geslapen, ik had mijn zwaarste oordoppen in en de hele zaterdag in bed gepland. En de hele avond heb ik genoten. Ik dronk een wijntje, voerde fijne gesprekken en rekende uit dat ik mijn vrienden ondertussen al meer dan 75 jaar in totaal ken (variërend tussen 25 en 5 jaar). En het was geweldig! Van vermoeidheid heb ik de hele nacht vervolgens geen oog dichtgedaan, maar het was geweldig!

Zo wil ik mijn verjaardag voortaan ieder jaar vieren. Het maakt me niet uit waar, het maakt me niet uit hoe. Maar ik wil het vieren met goede gesprekken, goed eten en het besef dat ik hele bijzondere, fijne mensen om me heen heb verzameld. Die er al die tijd geweest zijn en er nog iedere dag voor mij zijn. En ik wil vieren dat dát ongelooflijk speciaal is. Ieder jaar opnieuw.

7fe3cc89e71e837ce23074ed2dfe2b39

Yes-man

Mijn eerste reactie op dingen is vaak óf: ‘Mijn hemel, wat vol-sla-gen belachelijk!’, óf: ‘JAAAAA wat ongelooflijk, onwijs, bizar leuk!!’ Er zit niet vaak iets tussenin en meestal wint de laatste. Dit was vroeger al zo en het is na het ongeluk niet veranderd.

Nog altijd vind ik de meeste ideeën en voorstellen hartstikke leuk. Een dagje naar de sauna, een uurtje bijles geven, meubels helpen uitzoeken voor het nieuwe huis van een vriendin, opdrachten van mijn hulpuurleerlingen nakijken, een beachvolleybaltraining volgen, een dagje extra werken… Als het me gevraagd wordt, wil ik het liefst direct heel hard ja roepen.

Dit was voor het ongeluk ook al mijn valkuil. Ik wilde alles zien en meemaken, met iedere vriend of vriendin af kunnen spreken op ieder willekeurig tijdstip, iedere nieuwe les in de sportschool uitproberen, de beste docent zijn die Nederland ooit gezien had en ook nog eens goed leren koken. Maar waar ik toen de luxe had dat ik dan maar eens een nachtje wat minder slaap pakte en bijkwam in het weekend (of drie weekends later), moet ik nu oppassen waar ik ja op zeg.

Ik ben gewoon te enthousiast. Dit klinkt als een slap antwoord op de vraag wat mijn minpunten zijn tijdens een sollicitatiegesprek, maar het is wel echt mijn valkuil. Hoewel ik vrij snel mijn interesse verlies, vind ik in principe ALLES leuk! Maar geen enkel mens kan alles, en ik kan nog net iets minder.

Ik vind nee zeggen nog altijd heel moeilijk. Maar sinds kort leg ik nieuwe ideeën eerst aan Lars voor. Die weet vaak beter dan ikzelf de vinger op de zere plek te leggen, en te wijzen op de rustmomenten waar ik niet aan toe zal komen, de andere zaken die ik zal moeten laten vallen, de plannen die ik het weekend erop volgend ook al heb. Als ik dan weer in mijn doldwaze ‘that’s like the best thing ever!’-modus zit, lijkt Lars dan al snel de ietwat knorrige oude man die zijn hoofd alleen maar misprijzend schudt. Maar het is precies wat ik nodig heb.

Dinsdag werd op mijn werk gevraagd of ik een extra uurtje bijles op wilde pakken. Geschiedenis ook nog. Hartstikke leuk, natuurlijk. Maar ik heb gezegd dat ik er eerst even over na wilde denken. En nu thuis, weg van die ontzettend leuke kinderen en mijn geweldig leuke werk, weet ik wel dat het antwoord voorlopig nog even ‘nee’, moet zijn. Misschien volgend schooljaar. Nu heb ik even genoeg aan de paar uurtjes huiswerkbegeleiding die ik geef. En zoals Lars haarfijn aanstipte: ik moet ook energie overhouden om terug te kunnen praten als hij ’s avonds iets vraagt.

0b1503c7ec39df4817899a7772736a40