La gente esta muy loca

Taal is zeg maar echt mijn ding. Van jongs af aan al. Ik was nooit bang om een andere taal te proberen en kletste op mijn zesde al de oren van de kop van onze Nieuw-Zeelandse vrienden. Een tijd lang kregen wij iedere zomer een paar weken een Duits meisje te logeren, met wie ik gerust ruzies maakte in het Duits. De Duitse vrienden van mijn opa en oma kregen moppen van mij te horen die ik voor de gelegenheid zelf maar even vertaald had.

Ik was geobsedeerd door accenten. Het liefst wisselde ik tussen plat Amsterdams, Rotterdams en bekakt. Hoewel ‘krek, de biefstukk’n groei’n ook nie oan de bom’n’ uiteindelijk behoorlijk vloeiend ging, vond ik Haags en Utrechts moeilijk (hoewel een goede vriend van me beweert dat mijn tongval ondertussen behoorlijk Haags is gaan klinken. Bedankt, Lars…). Naarmate mijn Engels beter werd, wilde ik ook die accenten eigen maken. Nadat ik Braveheart had gezien, heb ik nog weken lang Mel Gibson na proberen te doen. Tot grote ergernis van mijn zussen, uiteraard.

Talen lagen mij gewoon goed. Ik had een ‘talenknobbel’. En hoewel de kleur van mijn haar en het kohlpotlood om mijn ogen op de middelbare school even prioriteit kregen boven die knobbel, bleef de interesse toch bestaan. Toen ik in de vijfde klas uitgenodigd werd om deel te nemen aan een Pre-university Programm, koos ik Zuid-Afrikaanse talen en culturen. Zo kon ik op den duur gedag zeggen in het Zulu. Ik ben vervolgens nooit in Zuid-Afrika geweest, maar voor even was het leuk.

Tijdens een reis naar Peru en Cuba kwam ik voor het eerst in aanraking met Spaans. Waar ik bij onze eerste stop in Lima nog ‘heeft u een boek’ zei, waar ik ‘ik heb een reisgids’ bedoelde, lukte het me een paar weken later in Cuba om gesprekjes te voeren met onze gids en het hotelpersoneel. Een paar jaar later ben ik in mijn zomervakantie een aantal weken naar Spanje gegaan, om in Salamanca écht Spaans te leren. Die weken waren fantastisch. En hoewel ik vooral de Spaanse cultuur goed heb leren kennen (when I went to Spain, and I saw people partying…), kon ik toch een aardig mondje Spaans.

Afgelopen voorjaar, toen ik het idee kreeg dat ik steeds iets meer controle over mijn leven hervond, kwam het idee op weer iets met Spaans te gaan doen. Ik had aan mijzelf bewezen dat ik weer (wat) kon werken, ik had aan mijzelf bewezen dat ik ook weer (iets) aan sport kon doen. Ik kon weer (kleine stukjes) autorijden, boodschappen doen en genieten van een diner in een restaurant. Ik wilde kijken of ik, naast alles wat ik weer herwonnen had, ook de volgende stap zou kunnen zetten. Ik wilde kijken of mijn gekke hoofd ook weer kon leren.

Vol goede moed schreef ik me in voor een cursus Spaans. Een paar dagen vóór aanvang kreeg ik ineens koudwatervrees. Want wat deed ik mezelf aan? Misschien kon ik het niet bijhouden. Was ik de slechtste uit de groep. Mijn zusje, zo’n dyslect en beelddenker dat ze als kind bij het liedje van De Kast uitriep: ‘Maar met vuur kussen doet toch pijn?!’, stelde me gerust. Ze zei: ‘Suus, jij kunt dit. Misschien niet meer zo gemakkelijk als vroeger, maar hier ligt jouw kracht. En je zult het altijd sneller leren dan ik.’

En natuurlijk had ze gelijk. De eerste les was loeizwaar. Hoewel ik alles begreep, kon ik niet op woorden komen, vergat ik de juiste uitgangen voor bepaalde werkwoorden te gebruiken en zei ik ‘patron’ in plaats van ‘jefe’, wat de chef van het restaurant in mijn verhaal ineens tot El Chapo maakte. Maar de tweede les ging gisteren al duizendmaal beter. Ik kon zinnen maken, vertelde wat ik aankomend weekend ga doen, kon de uitleg vrij goed volgen en (en ik weet ook wel dat dit vreselijk is om te zeggen, maar) ik ben niet eens de slechtste van de groep!

Toegegeven, ik heb moeite me het laatste half uur van de les te concentreren. En het huiswerk moet ik echt verspreiden over de dagen van de week. Ik doe er voor mijn gevoel ook vrij lang over en nakijken vanaf mijn laptop levert standaard hoofdpijn op. Verder ken ik geen enkele Spanjaard of Latino om mee te oefenen en gaat Lars al gillen als ik ‘Qué tal?’ roep. Maar ik leer Spaans. Aprendo español. En dat alleen al is weer een mijlpaal op zich.

5eede32583839282863f3c89009bbc66

Advertenties

5 gedachtes over “La gente esta muy loca

  1. Pingback: Champions League | Happy, hip en… hersenletsel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s