Jegens en pril

Wanneer ik vroeger een avond aan het stappen was, er enkele eenheden alcohol naar binnen waren gegleden en de toevallige passant waar ik een kletspraatje mee maakte net mijn nieuwe beste vriend was geworden, vond ik het ineens superbelangrijk dat ik goed begrepen werd. Maar écht goed begrepen, zeg maar. Volledig en op een dieper niveau. Snap je? Gewoon helemaal totaal begrepen.

Ik viel dus graag in herhaling. In nuchtere staat hoorde ik mijzelf ook graag praten, maar was ik wat beter in staat om een normaal gesprek te voeren. Ik kon met iedereen kletsen en het viel haast nooit stil. Lekker keuvelen, koetjes en kalfjes. Dat soort dingen. Ook zonder alcohol vond ik het belangrijk om mijn punt duidelijk te maken. Ik had er alleen nooit echt problemen mee.

Nu is dat wel anders. Gesprekken zijn een stuk vermoeiender geworden. Zolang ik fit ben, ben ik er nog altijd goed in. Maar zodra mijn energie een beetje opraakt en ik moeite moet doen om me te blijven concentreren, wordt het een krachtsinspanning. Ik probeer mijn aandacht erbij te houden, maar raak afgeleid door ieder geluidje, iedere aanraking. Ik wil graag meepraten, doorvragen, het gesprek op gang houden, maar mijn hoofd gaat trager werken en ik kom er pas op als er allang een nieuw onderwerp aangesneden is. Er zweven halve zinnen in mijn achterhoofd maar ik kan de juiste woorden niet vinden om ze af te maken. Of er blijven zinnen hangen en ik krijg ze niet weggeduwd om mee te praten over nieuwe zaken. Er floepen dingen uit mijn mond die ik helemaal niet wilde zeggen en wanneer ik het wel voor elkaar krijg te zeggen wat ik zo ongeveer wilde vertellen, blijf ik toch zitten met een onbestemd gevoel omdat ik niet op dat ene woord kon komen dat zo perfect uitdrukte wat ik bedoelde.

Soms ben ik daardoor wat ongepolijst. Soms grof, ongepast. Flap ik er dingen uit waar de situatie helemaal niet om gevraagd heeft. Soms begin ik een verhaal tegen Lars en haal ik alles door elkaar zodat het onbegrijpelijk wordt, en word ik boos op Lars omdat hij me niet begrijpt. Soms lijk ik ongeïnteresseerd, omdat ik niet snel genoeg schakel om door te vragen, interesse te tonen. Soms sta ik te vloeken tegen mijn telefoon, omdat de swype het woord dat ik zeggen wilde tot vier keer toe veranderde en ik nu niet meer weet welk woord ik wilde gebruiken. En soms ben ik ronduit grappig als ik weer eens de was kook en het eten was en er allerlei onzin uit mijn mond komt die mijn hoofd nog niet eens bedacht had.

Vandaag gaf ik een extra taallesje aan mijn brugklassers en bespraken we de woorden ‘jegens’ en ‘pril’. Lekkere woorden vind ik dat, jegens en pril. En dat zei ik natuurlijk tegen die leerlingen, dat het zulke lekkere woorden waren. Jegens en pril. En ineens zong het alleen nog maar in mijn hoofd over lekkere woorden en jegens en pril. Ik wilde het ineens nét zo vaak herhalen als alle lamme praat in de kroeg. Jegens en pril. Lekkere woorden. Lekker man! Vinden jullie dat geen lekkere woorden? Jegens en pril.

En ik zag ze naar me kijken alsof ik gek was. En dat flapte ik er ook maar even uit. En dat was bevrijdend. Dat is denk ik wat ik geleerd heb. Het is niet altijd fijn om uit de toon te vallen, maar dat ik een geldig excuus heb maakt het een stuk makkelijker. Ik heb een mateloze bewondering voor mensen die schaamteloos excentriek durven te zijn. Gekke oma’s die ‘ach joh, ik ben tachtig, kan mij het schelen!’, zeggen. En die houding ga ik ook maar eens aannemen.

Ik voer rare gesprekken en flap er ongepaste dingen uit. Ik val regelmatig in herhaling en roep ineens dingen waar ik vier uur geleden maar niet op kon komen. Lars moet regelmatig gokken wat ik bedoel, mijn toekomstige hypothetische kinderen gaan zich verschrikkelijk voor me schamen en voor alle kinderen in mijn omgeving word ik die excentrieke tante Suus (‘Mama, tante Suus zei vandaag…’ ‘Tante Suus is een beetje gek, lieverd’). Maar ach joh, ik ben keihard op mijn hoofd gevallen. Kan mij het schelen!

Jegens en pril. Lekker hè?

23c394b254c949eeabd3a9513ebb4b3e

In het diepe

Tijdens mijn re-integratietraject leerde mijn coach me dat ik nog altijd mezelf was. Ik voelde dat niet meer zo. Het was alsof met alle dingen die ik niet meer kon, ik een groot deel van mijzelf kwijtgeraakt was. Maar mijn juf ging met me op zoek naar wie ik was zónder alle dingen die ik deed. Gewoon die kern van binnen, die je maakt wie je bent. Uiteraard vond ik dat in het begin zweverige lulkoek. Maar uiteindelijk had ze toch weer gelijk.

Dat ik inderdaad nog altijd ben wie ik altijd ben geweest, bleek afgelopen feestdagen wel weer. Ik was altijd iemand van de extremen. Jantje lacht, jantje huilt. Ook met alle dingen die ik deed – werken, sporten, feesten – was ik van de filosofie ‘go big or go home’. Of de immer populaire ‘work hard, play hard’. De afgelopen jaren heb ik mij tijdens feestdagen en feestjes op rantsoen gezet. Rustig aan, veel rust, eerder weg, op tijd naar bed. Maar wat werd ik daar ongelukkig van, zeg. Want in mij zat nog altijd dat drukke meisje dat ‘Willen we méér, of minder grenzen?!!’ riep.

En dus heb ik afgelopen feestdagen die regeltjes en grenzen lekker aan de kant geschoven. Ik besloot er vólop van te gaan genieten. Het resultaat van deze drukke feestmaand is toch altijd dat ik nog dagen als een dood vogeltje in bed lig. Dan maar liever zorgen dat al die ellende de moeite waard is.

Vrijdag vóór de kerst begon met een bruiloft van één van mijn beste vriendinnen. Natuurlijk heb ik tussendoor wel even gerust, maar ik heb er wel grenzeloos van genoten. Zo ook van de kerstdagen. Waar ik overdag mijn bed niet uit te trappen was, heb ik tijdens de verschillende kerstdiners alle regeltjes in de wind geslagen en gewoon geschranst en gefeest. De week tussen kerst en oud&nieuw spendeerde ik goeddeels in comateuze toestand, maar oudjaarsavond heb ik het feestje dat Lars en ik in ons ‘nieuwe’ huis vierden vollop meegevierd.

Het is alsof ik op vrijdag de 23e mijn neus en ogen dichtgeknepen heb en in het diepe ben gesprongen en pas gisteren zo’n beetje spartelend boven ben gekomen. En zo lunchte ik vanmiddag op de Denneweg met mijn beste vriendinnetje. Sinds lange tijd was ik weer eens in de stad en voor het eerst sinds Tweede Kerstdag zat ik weer op de fiets. Ik heb een enorme klap gehad van al dat feesten en ik heb Lars in zijn vakantie vrijwel alleen gezien als hij me wakker kwam maken. Maar wat was het leuk!

Echt verstandig was het waarschijnlijk niet. En het was al helemaal niet volgens de regeltjes. Maar ik heb meer genoten dan de afgelopen jaren en, niet geheel onbelangrijk: ik leef nog. Natuurlijk zijn de naweeën gigantisch, maar dat wist ik vooraf. Het feit dat ik hiervoor heb kunnen kiezen, dat ik er vol overgave in het kunnen springen, dat ik me eindelijk weer een beetje mijzelf voelde en dat het zo goed bevallen is… Dat is stiekem gewoon ontzettend vet!

c69f9947a89c7789b3bf96ca25ee6343