Innerlijke paniekfreak

“Als jij mij nou even af kunt zetten, dan rijd je tenminste ook nog eens!” Lars kan het vaak leuk brengen. Vooral als hij er zelf erg bij gebaat is. Maar hij had wel gelijk: ik rijd bijna nooit meer. Het enige ritje dat ik nog regelmatig maak, is naar de supermarkt op maandagochtend.

Vaak vind ik het te druk op de weg. In de spits moet ik te veel en te lang achter elkaar opletten. Na een half uur in de auto neemt mijn concentratie af. Dan krijg ik niet alleen heel veel hoofdpijn en voel ik me beroerd, het wordt ook nog eens een stuk minder veilig. Ik ben dan ook vaak afhankelijk van Lars, die daardoor veel vaker dan hem lief is moet Bob-en.

Het ritje naar de supermarkt is bekend. Ik ga altijd op maandagochtend half negen. Dan loopt er geen kip in de Lidl, is er nog parkeerplek zat en kan ik op mijn dooie akkertje mijn lijstje afwerken. Ik heb in de loop der tijd allerlei handigheidjes ontwikkeld om het boodschappen doen makkelijker te maken voor mijzelf: Lijstjes op volgorde van de supermarkt, alle gekoelde boodschappen in één tas zodat ik thuis alleen die tas echt uit hoef te pakken, een rustig moment kiezen, een bekende supermarkt. Niet altijd gaat dat goed. Soms is mijn weekend te druk geweest en besluit ik boodschappen te bestellen. En soms gebeurt er iets waar ik totaal geen controle over heb…

De laatste maanden waren ze bij ‘mijn’ winkelcentrum bezig om de riolering… (te vernieuwen? Vervangen? Verbeteren? Wat doe je met riolering?) – In ieder geval: de straat lag open. Steeds op een andere plaats. Iedere maandag dat ik aan kwam rijden in mijn gifgroene Opeltje, wist ik nooit of de parkeerplaats waar ik altijd parkeer te bereiken was of niet. En of ik dus om moest rijden, uit mijn hum een ander plekje moest zoeken, of het in paniek maar op moest geven en huilend naar huis moest rijden. Ieder mens heeft zo zijn innerlijke autist en de mijne is sinds het ongeluk nog ietsje luidruchtiger aanwezig. Ik raak van slag als ik niet op mijn manier mijn dingen kan doen. Ik heb zo mijn structuren en mijn ‘maar zo doe ik het altijd!’-en en ik kan moeilijk inspringen op een onverwachte, nieuwe situatie. Het liefste had ik dan natuurlijk ook die mannen in hun fluoriserende oranje jasjes overhoop gereden om maar bij mijn parkeerplaats te komen. Maar ja, dat schijnt dan weer niet te mogen.

Vanochtend, na een paar weken mijn heil gezocht te hebben bij de Albert en de Picnic, waagde ik het er maar weer eens op. Mijn afslag was open, mijn parkeerplaats bereikbaar en de hectiek die een afgesloten parkeerterrein oplevert zowel in mijn hoofd als onder overige automobilisten, hoorde tot een ver verleden. Mijn innerlijke paniekfreak haalde dolgelukkig (en enigszins opgelucht) adem. Ik weet niets van rioleringen, maar ik ga er toch vanuit dat ik de komende jaren weer veilig op mijn eigen kleine plekje kan parkeren. Rijd ik tenminste ook nog eens.

b45140fe617b2a35a35dd6110cb83ace

Advertenties