Smoothie kampioen

Lars en ik hebben de afspraak dat ik in het weekend een smoothie voor ons maak. Dat is zo ontstaan omdat Lars nooit fruit at en ik vond dat hij vitaminen binnen moest krijgen. Maar ondertussen vind ik het ook gewoon heerlijk knus en burgerlijk. Ik maak een smoothie met fruit of groente, hij zegt dat ik lief ben en giet hem in één keer naar binnen en ik ga zielsgelukkig aan de eettafel de ANWB Kampioen lezen. Het is zo heerlijk burgerlijk dat ik er bijna week van word.

De afgelopen weken ben ik niet aan smoothies maken toegekomen. Ik had het namelijk druk. In het echt en in mijn hoofd.

Er waren feestjes en werkdingen en vrienden en vriendinnen. Er waren afspraken met de hypotheker, afspraken op werk, zieke familieleden, Sinterklaasfeestjes, bruidsjurken van vriendinnen om te passen en kappersafspraken om alvast te regelen vóór de kerst. Er waren restaurants en telefoontjes naar de notaris en het UWV, extra taallesjes en cadeautjes kopen, belangrijke mails en fysiotherapie. En tussen al die drukte door kwam ik mijn bed met moeite uit, kreeg ik de was maar niet gedaan en raakte ik het overzicht kwijt.

Ik heb een duidelijke structuur nodig om mijn dagen aan op te hangen en mij goed te voelen. En die ontbreekt de laatste weken een beetje. Lars en ik zijn bezig ons huis te kopen, wat enorm leuk en spannend is. Maar het vraagt ook veel geregel en gedoe (hoe doen mensen met een fulltime baan dit?!) en mijn hoofd loopt regelmatig over. Mijn letselschadezaak loopt ook nog altijd, waarvoor ik binnenkort naar verschillende medische expertises mag en waarvan het regelen me ook de nodige energie heeft gekost. En daarnaast is het natuurlijk het einde van het jaar, gaan de kaarsjes aan en wil ik allemaal gezellige afspraken met familie en vrienden.

En dus kreeg Lars al een paar weken geen smoothies. Omdat het voor mij het één of het ander is. Het is nooit en/en. Hoewel hij een verdrietig hoofdje trok als ik me voor het gebrek aan vruchtensap excuseerde, heeft hij tot nu toe nog geen scheurbuik opgelopen. Maar ik vond het ergens wel jammer. Ik verlangde naar die rust.

Dus zat ik vanochtend heerlijk met mijn smoothie over de nieuwste Kampioen gebogen en las ik alles over de beste stationwagens (ik ben het nu alweer vergeten, don’t ask). Ik zat aan de eettafel in ons mooie huisje wat straks echt van ons is (of nou ja, van de bank) en was weer even volmaakt gelukkig. De was hing aan de lijn, er was eten in huis en zelfs mijn huiswerk voor Spaans had ik al gemaakt. Ik had eindelijk weer tijd en ruimte in mijn hoofd om terug te keren naar mijn oude structuur. Ik hou nog altijd enorm van mensen en drukte en leuke dingen, maar ik functioneer toch het beste bij rust, reinheid en regelmaat.

En bij alles wat zó burgerlijk is dat je er weeïg van wordt. Dat ook.

ad90e010e8944e9c42cf866fda7c21e1

Advertenties

Tsjakka, enzo.

Toen Lars en ik twee jaar geleden verhuisden, had ik grootse plannen. Niet alleen met het huis, maar ook voor mijzelf. Ik zou eens orde op zaken gaan stellen en nu eindelijk eens écht een nieuwe tandarts en huisarts zoeken. Lekker aanpakken, de schouders eronder, tsjakka enzo.

Het huis werd mooi ingericht, we regelden vrij snel een nieuwe keuken bij de huisbaas en ik richtte iedere kast steeds meer in zoals het mij goed uitkwam. Maar daar hield het ook wel mee op. Pas vorig jaar mailde ik op goed geluk een nieuwe tandarts.  En pas sinds deze week heb ik een nieuwe huisarts.

Het is niet zo dat ik het niet doe omdat ik onbewust eigenlijk niet écht wil. Dat vind ik domme kletspraatjes. Maar ondanks dat ik iets wél echt wil, lukt het me soms niet om me ertoe te zetten iets te regelen.

Die tandarts was een mijl op zeven. Iedere keer zoeken naar een tandarts die een contract had met mijn verzekering, dan uitzoeken of die tandarts nog nieuwe patiënten aannam en vervolgens stuiten op telefoons die niet opgenomen werden. Het helpt natuurlijk niet dat ik moeite heb met structuur en overzicht te bewaren en snel moe ben. Na het lijstje van tandartsen opgezocht te hebben op de site van mijn zorgverzekering, was ik vaak al uitgeput voor de rest van de dag. Het helpt ook niet dat ik doodmoe word van bellen. En ook niet dat ik, zodra ik mijn laptop openklap, vaak al vergeten ben wat ik wilde doen.

Het is geen onwil, maar veel dingen die ik moet doen, komen er niet van. Ik moest een simpel berichtje sturen naar mijn tante en oom om Lars af te melden voor een feestje dat zij geven. Heeft drie weken geduurd voordat ik het voor elkaar had gekregen. En dat is gewoon een simpel whatsappje! Of even reageren op een mailtje, een kaartje op de post doen… Waar hebben we het helemaal over? Het is alsof het achterin mijn hoofd blijft hangen, als een droom die je denkt te kunnen herinneren, maar niet tastbaar of concreet kunt maken.

Zo was het ook met de huisarts. Al die tijd zat er ergens in mijn hoofd dat ik een huisarts in de buurt wilde zoeken. Dat ik een nieuwe huisarts wilde regelen. Huisarts. Huisarts… Maar daadwerkelijk actie ondernemen om die huisarts te zoeken, gebeurde niet. Het hield zich verstopt in mijn hoofd. Aanwezig, maar ongrijpbaar.

Vorige week kreeg ik ineens de smaak te pakken. Ik was op het feestje voor mijn vaders zestigste verjaardag geweest en had me daar stiekem behoorlijk beroerd gevoeld en ineens dacht ik; ‘Ik wil weten of ik ergens nog meer hulp kan krijgen om zo’n avond te overleven’. Er komen meer van zulke feesten, meer van zulke avonden. Mijn beste vriendinnetje trouwt binnenkort. Hoe kom ik zo’n dag door, terwijl ik er ook van kan genieten? Ineens was de noodzaak er die huisarts te zoeken. En binnen twee dagen was het geregeld.

Ik belde een praktijk in de buurt, informeerde over het hoe en wat. Ik maakte een afspraak voor een rondleiding door de praktijk. De volgende dag al ging ik langs, keek rond, leverde mijn inschrijfformulier in en maakte een kennismakingsafspraak met mijn nieuwe arts.  Heel even leek het te stokken op mijn oude huisartsenpraktijk, die ik na vier keer proberen nóg niet te pakken kreeg om mijn dossier op te vragen. Ik was gesloopt, wilde alleen nog maar slapen, maar wist ook: als ik dit nu niet regel, gebeurt dit vervolgens het komende half jaar weer niet. De vijfde keer werd de telefoon opgenomen. Gelukkig.

Soms is het alsof ik het initiatief niet kan vinden om iets te ondernemen. Ik weet dat het moet, maar het moet uit mijn tenen komen en daar heb ik dan de energie niet voor. Maar eens in de zoveel tijd, als alle sterren goed staan en de maan voor Saturnus (ofzo), lukt het ineens. En zo heb ik nu een nieuwe huisarts. En tandarts. Het duurt een jaar of twee, maar dan heb je ook wat!

8bd876da33dad95e0fcfd96cefcf34c9

Wie heb ik aan de lijn?

Vroeger nam ik privénummers nooit op. Uit principe niet. En pure eigenwijzigheid natuurlijk. Tot ik te maken kreeg met revalidatiecentra, ziekenhuizen, advocaten en het UWV. Die bellen vrijwel allemaal privé, dus dat principe kon de deur uit.

Ik ben ook nooit echt een beller geweest. Ik ergerde me altijd een beetje aan telefoongesprekken die niet nodig waren, omdat je elkaar tien minuten later zou zien bijvoorbeeld. “Ik zit nu op de fiets, hoe was je dag?” vond ik bijvoorbeeld iets wat heel goed in een whatsappje gestuurd kon worden. En verder sprak ik liever met je af om je vervolgens de oren van je hoofd te kletsen.

Maar sinds het ongeluk vind ik bellen echt verschrikkelijk. Het kost namelijk bakken vol energie. Het plotselinge karakter is daar een oorzaak van. In nanoseconden moet ik van 0 tot 100  en begrijpen wie ik aan de lijn heb, waar het over gaat en ook nog een samenhangend antwoord produceren. Zo snel werkt mijn hoofd gewoon niet. En daarnaast kost het concentreren me buitengewone inspanning. Ik heb aan één oor geluid. Iemand die ik niet kan zien, dus waar ik niet de lichaamstaal van kan lezen en op inspelen. Omgevingsgeluiden van de andere kant van de lijn. En dan bevind ik mijzelf natuurlijk ook nog ergens. Waar de tv ineens uit moet, de krant weg, de laptop dicht. En dan weer open omdat ik hem nodig heb. Alles om mij heen leidt af en ik moet mij proberen te concentreren op dat ene oor, waarin ook nog eens belangrijke informatie getetterd wordt alsof het van het grootste belang is dat ik het gisteren al begrepen heb.

Vanochtend belde het UWV. Dat eerste verstond ik niet. Ik hoorde alleen dat de meneer ‘Heerlen’ zei en met een vet Limburgs accent sprak. Daar kan deze meneer ook niets aan doen. En als ik zelf uit Venlo was gekomen was het waarschijnlijk geen enkel punt geweest. Maar zijn accent leidde af. Hij plaatste sommige klemtonen net even anders en het duurde uitzonderlijk lang voordat ik doorhad waar het over ging en wat hij van mij wilde horen. En toen moest ik ook nog eens bedenken én duidelijk maken wat ik zelf wilde. Het gesprek duurde nog geen tien minuten, maar ik was bekaf. Mijn hoofd tintelde en suisde en leek vertienvoudigd (nóg groter, ja!) en uit elkaar te knallen.

Ik probeer het zoveel mogelijk te ondervangen. Gesprekken met bekenden probeer ik zo kort mogelijk te houden of via Skype te doen. Als ik iemand kan zien, is het al de helft minder zwaar. Wanneer het kan, zet ik het gesprek op de speaker. Dan hoef ik niet maar op één oor te concentreren en scheelt dat weer. En met anderen probeer ik af te spreken dat zij mij even laten weten wanneer zij bellen. De tandarts meldt altijd lief hoe laat ze mij de volgende dag even bellen ter controle. Vrienden sturen eerst een appje of ze kunnen bellen en met mijn letselschadeadvocate mail ik zoveel mogelijk. Maar instanties, zoals het UWV bijvoorbeeld, die bellen gewoon. En die willen dan ineens belangrijke dingen bespreken en verwachten dan antwoord. Wat ik geef en waarvan ik een kwartier later alweer baal. Omdat ik dan pas heb kunnen verwerken wat er gezegd is.

Vanochtend ging het redelijk, maar laatst was ik pas echt trots op mezelf. Het UWV belde met een vraag en ik werd wat overvallen. Maar ik vroeg of zij mij een half uurtje later konden terugbellen, zodat ik er even over na kon denken. En zo geschiedde. Ideaal!

273e44213cbb901082ae5352922e5ac4

De pik

In mijn eerste jaar als afgestudeerd docente, zat er een leerlinge in één van mijn brugklassen waar het niet mee boterde. Ze had een grote mond, riep door de klas heen, lachte besmuikt om vrijwel ieder woord dat ik zei. Ze zat het liefst vooraan om mij de hele les brutaal aan te kijken, van een weerwoord te voorzien of ineens, uit het niets te vragen waarom mijn vriend mij gedumpt had (het was andersom, dat wil ik toch even gezegd hebben). Als ik mij even omdraaide gebeurde er iets in haar buurt. Er viel een etui, er verdwenen blaadjes, er werd gesmoesd en altijd zat ze daar, mij grijnzend aan te kijken. De gevleugelde uitspraak is altijd dat leraren geen lievelingen hebben, maar dat is natuurlijk lariekoek. Docenten zijn ook maar mensen. Ik had favorieten, maar ook leerlingen die in mijn allergie zaten. Zij was er zo één. En ik had haar nergens mee. Strafwerk, nablijven, een goed gesprek… Het deed haar niets. Toen ik haar betrapte met een spiekbriefje bij een toets, heb ik haar ouders verzocht naar de ouderavond te komen. Ik dacht dat zij misschien zouden schrikken als ik vertelde wat hun dochter uithaalde in mijn les. Niets was minder waar. Ouders stonden vierkant achter dochterlief. Het was geen spiekbriefje geweest, want het was knalroze (Ik: “Dan was het dus niet een heel handig spiekbriefje, maar het lag wel degelijk onder haar been.”) en hun kind deed niets verkeerd. Ik had gewoon de pik op haar.

Ze hadden natuurlijk best gelijk. Ik had ook een beetje de pik op haar. Ik was me er ook terdege bewust van. Ik sprak met mijzelf af dat ik niet op haar zou letten, dat ik niet zou reageren op alleen maar blikken, of gegniffel. Maar het ging niet. Ze trok mijn aandacht met alles wat zij deed en bij het minste had ik zin om haar een knal te verkopen. Dus stuurde ik haar de klas uit. Het sneue was dat het kind ook niets goeds meer kon doen in mijn ogen. Ik twijfelde altijd aan haar motieven. Ook dat verbeterde onze band niet echt, natuurlijk.

Degene die mijn blog vaker lezen, weten dat ik niet echt een soepele relatie met de wederpartij heb. De jongen die mij aangereden heeft is veroordeeld, zijn verzekering heeft aansprakelijkheid erkend. Maar daar houdt het wel zo’n beetje op. Al bijna drie jaar weet de verzekering namelijk alles wat ik zeg, doe of laat aan te grijpen om mijn verhaal in twijfel te trekken. Anything I say or do, can en will be used against me. Ik word er moedeloos van. Het voelt alsof de wederpartij de pik op mij heeft en ik niets meer goed kan doen.

Ik heb een letselschadeadvocate ingeschakeld en even leek er schot in de zaak te komen. Ik kreeg na een jaar zelfs weer een voorschot! Maar toen stokte het proces weer. Er wordt nog altijd getwijfeld aan causaliteit tussen ongeval en klachten.

Vorige week kreeg ik een mailtje van de wederpartij. Ik had ooit tegen mijn neuroloog gezegd dat het steeds wat beter met mij ging. Dat ik weer wat probeerde hard te lopen en dat ik een blog bijhield over mijn leven met NAH. De wederpartij heeft deze informatie van de neuroloog gekregen. In het mailtje stond dat zij vinden dat bloggen over mijn letsel zou leiden tot ‘victimisatie’. Door ermee bezig te blijven, zou ik mijzelf als slachtoffer blijven zien.

En ik weet ook wel dat het voor die verzekering zakelijk is. Voor hen is het een dossier met hiaten en feitelijkheden. Maar voor mij is het mijn leven. En het voelt alsof de wederpartij de pik op mij heeft. En dat pik ik niet erg, eerlijk gezegd.

bc0c7c76a71979af388ed54d4d5444af

Emmerrie

10 001

De wederpartij tegenpartij is er nog altijd niet van overtuigd dat mijn klachten door het ongeval komen. Met chique woorden: ‘de causaliteit tussen ongeval en letsel is ons inziens niet aangetoond.’ Dat ik vóór het ongeval alles kon en erna niet meer, dat ik tien maanden rond heb gehuppeld in het revalidatiecentrum en de diagnose NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel) door HET (High Energy Trauma) heb gekregen, dat al mijn klachten verklaard kunnen worden vanuit deze diagnose, dat is voor hen geen bewijs genoeg.

Daarom ging ik nog maar weer eens terug naar de neuroloog. Om aan te tonen dat er écht geen andere oorzaak van mijn klachten is. Gisteren mocht ik gelukkig weer plaatsnemen onder het MRI apparaat. Dat is fijn, want ik heb al heel veel energie dus op en neer naar het ziekenhuis en alles wat daarbij komt kijken, kan er ook nog wel bij.

Ik zei tegen de radiologe van dienst dat ik de vorige keer zó angstvallig stil probeerde te liggen dat ik er kramp van kreeg. ‘Probeer maar gewoon te ontspannen’, zei zij. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Mijn claim dat ik licht claustrofobisch ben, is nergens op gebaseerd. In dat apparaat had ik dáár namelijk geen last van. Wat wel een uitdaging was, was de herrie.

Ik ben altijd oprecht onder de indruk van wat de medische wetenschap voor elkaar weet te krijgen. Je gaat een half uurtje in zo’n futuristische buis liggen en de dokter kan ín je hoofd kijken! Dat is toch wonderbaarlijk?! Maar dat ze nog geen oplossing hebben gevonden voor het geluid dat zo’n apparaat maakt, vind ik pure armoe. Een half uur lang lag ik tussen het gebonk, gekraak, gezoem dat zo hard was dat de plank waarop ik lag meetrilde. Het klapte en suisde en bonkte en siste en dan duurt een half uur dus héél lang!

Helemaal suf, gedesoriënteerd en overprikkeld kwam ik de onderzoekskamer weer uit. Op de terugweg verdwaalde ik nog even in het ziekenhuis, ontmoette ik een hele cameraploeg van RTL Boulevard omdat Michael en Samantha er nog eentje hadden gekregen en op de fiets vergat ik te gaan rijden toen het stoplicht groen werd.

Als jullie zorgverzekering volgend jaar weer omhoog gaat vanwege al die onnodige zorgkosten, geef dan even een gil. Ik weet namelijk een verzekeraar die zijn eigen kosten wil drukken en mij lekker in het zorgcircuit houdt. Sorry daarvoor.

For-all-cat-obsessed-9gaggers