Adulting

Ik heb altijd behoorlijk veel haast gehad met volwassen worden. Ik wilde alles meemaken en wel binnen een aantal jaar. Zo kon het gebeuren dat ik op mijn 23e op kamers had gewoond, had samengewoond, was afgestudeerd, een vervelende breuk achter de rug had, een vaste baan had, een eigen huisje en een auto. En toen ik dat allemaal bereikt had vóór mijn 25e, ging ineens, onbewust, de rem erop. Want toegegeven, het huisje was sociale woningbouw en de auto een Corsa uit 1845, maar het was wel erg volwassen allemaal en als ik op dat tempo doorging zat ik op mijn 35e middenin een midlife crisis.

Ik wilde jong zijn, vrij zijn, genieten! Lekker stappen met vrienden, zoenen met vriendjes en zoveel mogelijk schoenen kopen als mijn salaris (net niet) toeliet. Ik wilde niet teveel denken aan later. Ik was nog jong en later was nog ver. Toen ik Lars ontmoette wist ik wel dat hij het was, voor altijd, maar ook dat ging redelijk bij de dag. Het klikte en het klopte en we hadden heel veel plezier samen. Meer hoefde niet.

Vaak heb ik het gevoel dat ik in die levensfase ben blijven hangen sinds het ongeluk. Alsof de auto mij daar in dat moment heeft gevangen de seconde dat hij mij raakte. In mijn hoofd ben ik nog altijd 25 en voelt wat ik doe regelmatig nog steeds als de onhandige acties van een post-puber die het ook nog allemaal niet heeft uitgevonden. Vrienden maken promotie, kopen grotemensenkleding, kopen huizen, trouwen, krijgen kinderen en ik vind het idee dat ‘ze’ me de verantwoordelijkheid over een hypotheek hebben gegeven al wonderbaarlijk. Laat staan dat ik een outfit in mijn kast heb hangen die ik op kantoor zou kunnen dragen. Toen Lars en ik tekenden voor ons samenlevingscontract dacht ik: ‘Wow, dat ze mij de autonomie geven om dit te doen! Dit is massive! Weten ze dan niet dat ik geen idee heb wat ik doe?’ Laat staan dat ik ooit de verantwoordelijkheid krijg over een zwangerschap of baby. Daar ben ik toch nog lang niet groot genoeg voor?

Natuurlijk is er wel wat veranderd. Ik voel me minder misplaatst. Het voelt niet langer alsof ik watertrappel en maar doe alsof ik weet wat er moet gebeuren. Ik voel me niet langer bekeken en beoordeeld op straat en heb niet meer de behoefte door iedereen aardig gevonden te worden. In mijn relatie met mijn ouders en schoonouders merk ik ook dat ik steeds vaker gelijkwaardige gesprekken voer, in plaats van dat ik in de kind-positie (sorry, cursus gesprekstechnieken heeft me gedeformeerd) blijf hangen. Ik ben meer tot rust gekomen in mijn eigen lijf en hoofd. Misschien dat ik gewoon de conclusie moet trekken dat dát volwassenheid is.

Ik ben (echt heel erg) bijna dertig en ik voel mij niet zoals ik had verwacht dat ik mij zou voelen. Als begin twintiger zei ik altijd dat het me ideaal zou lijken om ‘voor mijn dertigste mijn eerste’ te hebben. Nu vind ik het echt al enorm volwassen van mezelf dat ik het voor elkaar krijg boodschappen te doen voor een week en altijd iets bij de koffie in huis te hebben dat ik niet in één avond naar binnen snaai. Zorgen voor een hamster lijkt me op dit punt zelfs een te grote verantwoordelijkheid.

Maar misschien is dat wel gewoon hoe het is. We doen allemaal maar alsof we groot zijn en zijn als de dood ontmaskerd te worden. Misschien heb ik wat minder ‘haast’ dan mijn leeftijdsgenoten. Misschien is dat logisch na alles wat er met mij gebeurd is. Maar bovenal moet de conclusie misschien wel zijn dat ‘volwassen zijn’ ook maar schone schijn is. Fake it ‘til you make it. Ik ben bijna dertig en ik voel me twaalf. Maar waarschijnlijk ben ik daarin niet de enige.

241531aeac8373bc84251bc81b400084

Plafond

Ik zou liegen als ik mijzelf ambitieus zou noemen. Ik had dat nooit zo. Niet in de zin van: flitsende carrière, waanzinnig inkomen, mooie auto, dure designerkat of -hond en iedere maand frisse, nieuwe nepnagels. (Dát kost een hoop geld trouwens! Ongelooflijk. Waar doen vrouwen dat van?!) Als ik dat had gewild, had ik na het VWO iets anders moeten kiezen dan de lerarenopleiding. Ik wilde gewoon graag de hele dag aan het woord zijn en van blije bruggers bijdehante opmerkingen krijgen over mijn schoenen. Dat tot mijn zeventigste. Daar had ik voor getekend.

Toen ik mijn baan niet meer uit kon voeren, moest ik eerst door een rouwproces. Ik was geen docent meer. Het voelde alsof ik beroofd werd van een deel van mijn identiteit. Ik miste de kinderen, ik miste mijn collega’s. Maar ik miste ook de regelmaat, het doel in mijn dag, de structuur in mijn jaar. Toen ik door het UWV volledig werd afgekeurd, was dat pijnlijk: het voelde alsof ik afgeserveerd werd. Tegelijkertijd was het ook een opluchting. Ik was toen nog zo druk bezig met mijzelf opnieuw leren kennen, er was simpelweg geen ruimte in mijn hoofd om naar de toekomst te kijken.

Twee jaar geleden kwam ik terecht bij de huiswerkbegeleiding. Dat bleek een enorme eyeopener. Heel langzaam wist ik daar op te bouwen en vorig jaar januari kreeg ik voor het eerst weer een contract. Dat was geweldig! Waar ik nog niet zo lang geleden had gedacht dat ik mijn dagen op de bank achter de geraniums zou moeten slijten, had ik ineens weer werk! Ik had een doel, een structuur, een uitdaging. Wat een feest!

Niet zo lang geleden dronk ik een kopje koffie met mijn directrice. Ik gun iedereen met een ‘arbeidshandicap’ een directrice zoals zij. Ze denkt altijd ontzettend fijn mee en ik heb altijd alle ruimte gekregen om mijn eigen pad te bewandelen. Eén keer in de zoveel tijd praten we even bij, kijken hoe we ervoor staan. En daar zaten we dus weer en ik vertelde dat het goed ging. Dat ik het nog altijd naar mijn zin heb. Dat de kinderen leuk zijn. En dat ik misschien wat meer uitdaging zou willen.

Ik schrok zelf van die laatste opmerking. Méér uitdaging?! Maar ik ben nog steeds uitgeput als ik thuiskom van drie uur werk! Ik moet nog steeds al mijn activiteiten om mijn werk heen plannen! Ik zie mezelf nog altijd niet uitbreiden naar méér dan die zeven uur per week! Waar had ik het in vredesnaam over?

Maar ik realiseerde me ineens dat huiswerkbegeleiding geven ontzettend leuk werk was, maar niet zo heel spannend voor iemand met een tweedegraad en ervaring voor de klas. Dat mijn directe collega’s allemaal ontzettend leuk zijn, maar wel allemaal nog student. Dat de volgende functie die mij binnen het bedrijf ontzettend leuk lijkt vestigingsmanager is en dat dit een fulltime functie is. Dat ik het aller-, aller-, allerliefste weer ‘gewoon’ terug zou gaan voor de klas, maar dat er geen enkele school is die mij voor vier uurtjes aan gaat nemen als ik ook alle taken en vergaderingen skip (‘nee jongens, ik doe geen teamvergaderingen en surveilleer niet tijdens de SE-week. Succes, hè!’).

Mijn directrice is geweldig. Mijn werk is geweldig. Ik weet dat ik het daar ontzettend mee getroffen heb. Maar er is geen andere werkgever die het goed vindt als ik na een uurtje werk een half uurtje pauze ga houden. Er is geen enkele andere werkgever die overal maar uitzonderingen voor wil bedenken voor mij. Er is geen andere functie die ik zó goed aan kan passen aan mijn eigen behoeften.

Er was me daar tijdens dat kopje koffie, in een onbewaakt ogenblik ineens iets bekropen: Ambitie. En eerlijk gezegd beviel me dat voor geen meter. Ik heb een leuke baan en ik ben allang blij dat ik geen geestdodend lopendebandwerk hoef te doen. Maar het idee dat ik nog geen dertig ben en al keihard tegen mijn eigen glazen plafond aan geplakt zit, maakt me soms best verdrietig.

De afgelopen jaren heeft het leven me vaak weten te verrassen. Steeds als ik dacht dat ik mijn grenzen nu wel zo’n beetje bereikt had, bleek er voorbij die grens nog een wereld aan mogelijkheden te liggen. Die hoop wil ik ook vasthouden. Maar die onbekende wereld vol verrassingen, zie ik nu even niet. En hoewel ik ieder blog graag zo hilarisch mogelijk wil eindigen, mogen dipjes er soms ook even zijn. Dus mocht je in je broek hebben willen piesen van het lachen (of gewoon even grinniken, dat kan natuurlijk ook), kom dan snel weer terug. Vanavond zitten ik en mijn plafond helaas even vast.

32be8cf9f008ea094121e62274365ac6

Ik voel het aan mijn wangen…

Ik ben op mijn gezicht terechtgekomen. Dat is alvast een dikke tip voor iedereen die in de toekomst van plan is een auto te koppen: vang jezelf op met je handen. Je gezicht is er niet voor gemaakt.

Ik brak niet alleen wat tanden, maar ook mijn gehemelte en jukbeen. In het jukbeen zat een scheurtje en de eerste dagen na het ongeluk zat er een enorme bult bovenop. Die bult trok langzaam weg. Hij zakte steeds een beetje verder af, tot ik een hamsterwangetje aan mijn kin had hangen waar Knabbel en Babbel jaloers op zouden zijn. Ook de kleur, die veranderde van rood naar paars en blauw en uiteindelijk geel met groen, zakte van mijn wangen naar mijn kaken om uiteindelijk compleet te verdwijnen. Vervolgens zat er nog lang een harde verdikking op mijn jukbeen die slecht te zien was, maar die ik wel kon voelen. ‘Littekenweefsel’ hoorde ik zeggen en dat vond ik aannemelijk. Soms moet je het ook niet moeilijker maken dan het is.

Het duurde even, maar ook die verdikking verdween. Er is nu niets meer te voelen of zien (hoewel ik mijn gezicht bijzonder asymmetrisch vind, maar misschien was dat altijd al wel zo), van die bobbel op mijn jukbeen. En toch voel ik hem nog steeds.

Wanneer ik stress heb of moe ben, wanneer ik mezelf te druk maak of overprikkeld raak, voel ik de plek op mijn jukbeen kloppen en zeuren. Alsof de zenuwen niet goed geheeld zijn en precies weten wanneer ze mogen komen feesten. Toen we in onderhandeling waren over ons huis, toen ik een afspraak had met een psychiater voor een medische expertise, toen ik kapot was na iets te enthousiaste feestdagen. Toen ik weer voor het eerst een uurtje voor de klas gestaan had, ik moe was maar toch even ging eten bij mijn beste vriendinnetje of toen ik na haar bruiloft stond te tollen in de supermarkt. In al die situaties voelde ik mijn jukbeen pijn doen alsof iemand me net een rake rechtse onder mijn oog had gegeven.

Die plek op mijn jukbeen is mijn wichelroede. Ik doe heus mijn best, maar in mijn enthousiasme vergeet ik nog wel eens dat ik op mijn grenzen moet letten. Hoofdpijn is zo normaal geworden dat ik zelfs dat soms besluit te negeren. En verder ben ik doorgaans ook totaal niet eigenwijs. Dus wanneer mijn jukbeen opspeelt, weet ik dat ik écht op mijn tellen moet gaan passen. Die pijn fluit me terug en zet me even op het strafbankje.

Dit weekend was weer allemaal iets te leuk en iets te druk. Gisterochtend riep ik nog enthousiast dat ik me bijzonder goed voelde gezien het etentje de vorige avond. Gisteravond zat ik met een kloppende wang en een tollend hoofd rechtop in bed omdat ik vreselijke nachtmerries had door de drukte in mijn hoofd. En ook nu is het nog alsof er een bonte specht een gat in mijn wang probeert te hameren.

Dus heb ik net de boodschappen bij de Albert besteld en doe ik vandaag verder even helemaal niets. Ik voel namelijk aan mijn water – ik bedoel: wangen – dat ik even op de rem moet. Dus dat doen we dan ook maar.

1bdccc2c35cc7469b2318ad610234851

Jegens en pril

Wanneer ik vroeger een avond aan het stappen was, er enkele eenheden alcohol naar binnen waren gegleden en de toevallige passant waar ik een kletspraatje mee maakte net mijn nieuwe beste vriend was geworden, vond ik het ineens superbelangrijk dat ik goed begrepen werd. Maar écht goed begrepen, zeg maar. Volledig en op een dieper niveau. Snap je? Gewoon helemaal totaal begrepen.

Ik viel dus graag in herhaling. In nuchtere staat hoorde ik mijzelf ook graag praten, maar was ik wat beter in staat om een normaal gesprek te voeren. Ik kon met iedereen kletsen en het viel haast nooit stil. Lekker keuvelen, koetjes en kalfjes. Dat soort dingen. Ook zonder alcohol vond ik het belangrijk om mijn punt duidelijk te maken. Ik had er alleen nooit echt problemen mee.

Nu is dat wel anders. Gesprekken zijn een stuk vermoeiender geworden. Zolang ik fit ben, ben ik er nog altijd goed in. Maar zodra mijn energie een beetje opraakt en ik moeite moet doen om me te blijven concentreren, wordt het een krachtsinspanning. Ik probeer mijn aandacht erbij te houden, maar raak afgeleid door ieder geluidje, iedere aanraking. Ik wil graag meepraten, doorvragen, het gesprek op gang houden, maar mijn hoofd gaat trager werken en ik kom er pas op als er allang een nieuw onderwerp aangesneden is. Er zweven halve zinnen in mijn achterhoofd maar ik kan de juiste woorden niet vinden om ze af te maken. Of er blijven zinnen hangen en ik krijg ze niet weggeduwd om mee te praten over nieuwe zaken. Er floepen dingen uit mijn mond die ik helemaal niet wilde zeggen en wanneer ik het wel voor elkaar krijg te zeggen wat ik zo ongeveer wilde vertellen, blijf ik toch zitten met een onbestemd gevoel omdat ik niet op dat ene woord kon komen dat zo perfect uitdrukte wat ik bedoelde.

Soms ben ik daardoor wat ongepolijst. Soms grof, ongepast. Flap ik er dingen uit waar de situatie helemaal niet om gevraagd heeft. Soms begin ik een verhaal tegen Lars en haal ik alles door elkaar zodat het onbegrijpelijk wordt, en word ik boos op Lars omdat hij me niet begrijpt. Soms lijk ik ongeïnteresseerd, omdat ik niet snel genoeg schakel om door te vragen, interesse te tonen. Soms sta ik te vloeken tegen mijn telefoon, omdat de swype het woord dat ik zeggen wilde tot vier keer toe veranderde en ik nu niet meer weet welk woord ik wilde gebruiken. En soms ben ik ronduit grappig als ik weer eens de was kook en het eten was en er allerlei onzin uit mijn mond komt die mijn hoofd nog niet eens bedacht had.

Vandaag gaf ik een extra taallesje aan mijn brugklassers en bespraken we de woorden ‘jegens’ en ‘pril’. Lekkere woorden vind ik dat, jegens en pril. En dat zei ik natuurlijk tegen die leerlingen, dat het zulke lekkere woorden waren. Jegens en pril. En ineens zong het alleen nog maar in mijn hoofd over lekkere woorden en jegens en pril. Ik wilde het ineens nét zo vaak herhalen als alle lamme praat in de kroeg. Jegens en pril. Lekkere woorden. Lekker man! Vinden jullie dat geen lekkere woorden? Jegens en pril.

En ik zag ze naar me kijken alsof ik gek was. En dat flapte ik er ook maar even uit. En dat was bevrijdend. Dat is denk ik wat ik geleerd heb. Het is niet altijd fijn om uit de toon te vallen, maar dat ik een geldig excuus heb maakt het een stuk makkelijker. Ik heb een mateloze bewondering voor mensen die schaamteloos excentriek durven te zijn. Gekke oma’s die ‘ach joh, ik ben tachtig, kan mij het schelen!’, zeggen. En die houding ga ik ook maar eens aannemen.

Ik voer rare gesprekken en flap er ongepaste dingen uit. Ik val regelmatig in herhaling en roep ineens dingen waar ik vier uur geleden maar niet op kon komen. Lars moet regelmatig gokken wat ik bedoel, mijn toekomstige hypothetische kinderen gaan zich verschrikkelijk voor me schamen en voor alle kinderen in mijn omgeving word ik die excentrieke tante Suus (‘Mama, tante Suus zei vandaag…’ ‘Tante Suus is een beetje gek, lieverd’). Maar ach joh, ik ben keihard op mijn hoofd gevallen. Kan mij het schelen!

Jegens en pril. Lekker hè?

23c394b254c949eeabd3a9513ebb4b3e

De terloops turende twintiger

Gisteravond keek ik per ongeluk ‘De dolende dertiger‘ van Marlijn Weerdenburg. Per ongeluk, omdat ik twee weken geleden de aflevering over kinderen en de kinderwens had zitten kijken en ik me er door op liet fokken. Ik kan mezelf natuurlijk wel voorhouden dat ik helemaal niet tot de doelgroep behoor omdat ik nog geen dertig ben, maar voor ratio was geen plaats meer na het zien van een babywens-retreat op Ibiza. Door die uitzending voelde ik ineens al mijn eitjes mijn lijf uit rennen als bruggers uit een klaslokaal na de bel en ik voelde een onaangename hoeveelheid druk dat het ineens allemaal ‘nu nu NU‘ moest terwijl ik nu nog helemaal niet wil!

Maar voor ik het wist was ik er gisteren dus opnieuw ingetrapt. Deze aflevering ging over alles willen kunnen doen. Dertigers van nu schijnen niet te kunnen kiezen tussen vier verschillende carrières, een gezin, achthonderd allerbeste vrienden, vijf favoriete sporten, zeven hobby’s, allemaal verre reizen, de beste restaurants en duizend toekomstdromen en dat levert stress en burn-out (en gisteren hoorde ik zelfs voor het eerst de term ‘bore-out’) klachten op.

Zoals Marlijn in de intro zelf al zegt: ‘Het lijkt een luxe-probleem…’

Waar ik twee weken geleden de televisie uitzette met een beetje een ranzig en gestrest gevoel, voelde ik me na het kijken van de uitzending gisteren eerlijk gezegd behoorlijk zen. Want al die keuzestress, al dat moeten-moeten-moeten van jezelf en de maatschappij, alle ballen in de lucht willen houden en overal 100% op moeten scoren: mij wordt dat bespaard.

Ik heb moeten leren om keuzes te maken om de juiste redenen. Zoals iemand in de aflevering gister zei: ‘Nee zeggen tegen afspraken, is ja zeggen tegen jezelf’. Ik riep ‘DÛH!!’ naar de tv en at een chocoladekruidnoot. Ik heb moeten leren om te prioriteren en mild richting mezelf te zijn in de keuzes die ik maak. Dit had ik achteraf graag op de middelbare school al als vak gehad, maar ik ben desalniettemin blij dat ik het geleerd heb vóór ik de extra druk van een hypothetisch gezinsleven er bovenop krijg. Ik heb tijdens mijn re-integratie mogen uitzoeken waar mijn hart écht ligt, zodat ik mijn energie kan steken in iets waar ik echt gelukkig van word. Ik hoef niet meer alle balletjes in de lucht te houden en in alles wat ik doe de beste te zijn. Ik ga naar de huiswerkbegeleiding of mijn extra taallesjes en maak wat domme grappen met die guppen, ik geef ze aanwijzingen en structuur en ben de gelukkigste vrouw op aarde als het lichtje bij ze gaat branden. Ik ga naar een verjaardag als ik daar tijd en puf voor heb en ik voel me niet meer schuldig als ik iets af moet zeggen. Zo belangrijk ben ik ook niet. Ze redden het wel zonder mij.

De oplossing voor die keuzestress was volgens alle aan het woord gekomen deskundigen (deskundigen is een breed woord, ook Hadewych Minis mocht slimme dingen zeggen), om vooral dingen te doen waar je blij van werd. Hallo, open deur! Maar toch is het waar en toch verliezen we onszelf te gemakkelijk in dingen die zogenaamd ‘moeten’.

Dus gisteren zette ik, na een dag waarin ik een lesje had gegeven aan vijftien blije bruggers, met een gelukzalig gevoel de tv uit, spande een haakwerkje op en ging een lekkere chicklit lezen op mijn e-reader op bed. Ik ben veel kwijtgeraakt met het ongeluk, zoals een deel van mijn zelfstandigheid en zelfredzaamheid, maar blijkbaar heb ik in de periode erna toch ook een hoop gewonnen. Want ik was misschien een ‘terloops turende twintiger’, ik geloof oprecht dat ‘de dolende dertiger’ me bespaard zal blijven.

fddd25123f6c64ee3a9a2f88f3165d3e