Hollen of stilstaan

Hyacinth Bucket (‘it’s Bouquet!’) deed altijd bijzonder hard haar best om zich beter voor te doen dan ze was en als kind heb ik mening avond naar afleveringen Keeping up Appearances gekeken zonder er echt veel van te begrijpen. Maar tegenwoordig ben ik net Hyacinth. Niet omdat ik iedereen perse wil doen geloven dat ik upperclass ben, natuurlijk. Maar ik doe me wel vaak beter voor dan ik ben.

Ik heb mijn mond altijd vol over hoe goed ik alles onder controle heb. ‘Het begint bij acceptatie en van daaruit kun je naar je mogelijkheden zoeken’, zulke dingen. ‘Ik kan gewoon niet meer alles en geniet dan juist van de dingen die ik nog wel kan.’ ‘Je moet zelf je grenzen aangeven. Nee zeggen kan zó lekker zijn!’

Dat klinkt allemaal wijs en dat is het ook. Maar ik klets gewoon mijn therapeuten uit het revalidatiecentrum na en heb vervolgens de grootste moeite om niet precies het tegenovergestelde te doen. Want natuurlijk begint alles bij acceptatie en nee zeggen kan absoluut lekker zijn. Maar tegelijkertijd ben ik nog steeds ik en ik zou mezelf niet zijn als ik niet vijftig dingen tegelijk zou willen doen en in al die vijftig dingen de beste zou willen zijn.

Ik wil graag allerlei ingewikkelde handstandoefeningen kunnen met yoga. En ik wil ook graag eens echt kilometers gaan maken met hardlopen. Oefenen, uitbreiden, sterker worden. Blokjesbuik, strakke billen, droge armen. Dat wilde ik vóór het ongeluk al in de sportschool en dat wil ik nu graag op mijn matje of in mijn hardloopschoenen. Daar is niets aan veranderd. Het enige dat veranderd is, is mijn conditie. En die staat trainen of oefenen niet altijd toe.

Ik wilde serieus met hardlopen aan de slag, dus had ik een trainingsschema opgezocht en ingevuld op de kalender welke weken ik uit zou breiden en welke weken ik ‘rust’ zou pakken. Ik logde mijn kilometers en ging van 15 km per week naar 24 km. En toen had ik een drukke week met werk en een weekend met leuke dingen en was ik een week zó moe dat er van hardlopen niets kwam. De week erop had ik een afspraak bij de fysio, moest ik belangrijke dingen regelen met Lars en waren er weer leuke afspraken in het weekend. En zo stortte mijn trainingsschema weer in.

Vanochtend werd ik beroerd wakker. Na wederom een druk weekend en de start van een nieuwe cursus Spaans gisteren, deed alles in mijn lijf en hoofd pijn en tolde de wereld. En vanmiddag moet ik ook nog een steunles geven. Weer niet hardlopen dus. En daar baal ik zo onwijs van dat ik er chagrijnig van word.

Ik kan mijn mond vol hebben over controle houden en acceptatie enzovoorts, maar dat is maar schone schijn. Er blijven gewoon een heleboel momenten dat ik heel erg baal van alles. Momenten dat ik liever dan wat ook weer een ‘gewoon’ leven zou leiden, met een vaste baan, een abonnement op zowel sportschool als hardloopclub en een blokjesbuik waar Sylvie Meis nog jaloers op zou zijn.

Of in ieder geval een leven waarin ik op dinsdagochtend kan gaan hardlopen als ik dat op zondag zo gepland heb. Zodat ik eens vol vertrouwen aan de start van een 10 kilometer kan verschijnen omdat ik er daadwerkelijk voor getraind heb. Op dit moment teken ik daar al voor.

4862235b3b9577c592b29f48d57175eb

Advertenties

Beachen

90a396b5b03b8e4eb4ec411d3ab4725c

Op de spoedeisende hulp werd ik na een uur of twee onderzocht door een neurologe. Zij scheen met een lampje in mijn ogen, vroeg of ik buiten bewustzijn was geweest en toen ik antwoordde dat ik het niet meer wist (ik was op dat moment aangesloten aan een infuus vol pijnstilling en vond de hele episode vooral hilarisch), concludeerde zij dat er niet zoveel met mij aan de hand was. Even niet sporten en het rustig aandoen, was het devies.

Ik volleybalde toen nog, en besloot die dinsdagavond dat ik de wedstrijd aankomende zaterdag wel zou laten schieten. Enthousiast bedacht ik dat ik nog wel even zou kunnen gaan aanmoedigen, maar op die bewuste zaterdag voelde ik me zo beroerd dat ik mijn bed nauwelijks uit kon. Een paar weken later, het zaalseizoen was intussen afgelopen, bedacht ik samen met Sanne, een vriendin van Lars, dat we ons dat zomerseizoen wel op konden geven voor beachvolleybaltrainingen. Ik kon de eerste trainingen misschien nog niet meedoen, maar vanaf juni toch zeker wel?

Dat bleek natuurlijk allemaal veel te overmoedig. Die eerste zomer heb ik onder begeleiding van een fysiotherapeute een beetje fitness gedaan. Na de zomer begon ik heel rustig met hardlopen. Veel verder kwam ik niet. Soms ging ik kijken naar Lars zijn wedstrijden. Ik probeerde dat zo goed mogelijk te plannen, zodat ik bijvoorbeeld alleen de laatste set mee zou pakken. De sporthal was namelijk een verschrikkelijke plek voor mij geworden. Overal was herrie, alle klappen en stemmen weerkaatsten tegen de kale muren. Zoveel mensen die tegelijkertijd aan het sporten waren, publiek op de tribune, sommige enthousiastelingen zelfs met gastoeter… Dat ene setje kijken was vaak al genoeg inspanning voor een heel weekend.

Maar ik miste volleybal wel. Niet zozeer het spelletje (hoewel ik dat ook altijd leuk vond), maar vooral het sociale aspect. Het feit dat je twee keer per week optrekt met je team. Dat één dag in het weekend sowieso gevuld is met een beetje sporten, en daarna bier drinken en dom kletsen. Dat de wereld groter is dan werk en thuis. Maar als ik dan bedacht hoe zwaar het was om de hele tijd geconcentreerd een bal te moeten volgen met mijn ogen, veel te moeten bewegen en dan ook nog eens in zo’n lawaaiige hal te moeten staan, wist ik dat volleybal voor mij er niet meer in zat.

Afgelopen meivakantie ging ik met Lars mee op beachvolleybalreis. Hij gaat ieder jaar, training geven en zelf trainen, en ik ging mee om in de zon te zitten en boeken te lezen. Sanne (die drie jaar geleden wel was begonnen) ging ook mee met een aantal van haar teamgenoten. Halverwege de week maakten zij mij enthousiast om toch vooral even mee te spelen. Al was het maar tien minuten. Gewoon even proberen, kijken hoe het ging.

Wonder boven wonder ging het. Niet te lang achter elkaar en niet op topniveau (wat ik vroeger ook niet bereikte hoor, daar niet van), maar het ging! De yoga en het hardlopen wat ik de afgelopen tijd veel doe, wierpen hun vruchten af. En het was in de buitenlucht, op het strand. Herrie vervliegt daar, prikkels waaien weg. Enthousiast gemaakt besloot ik me voor de zomertrainingen aan te sluiten bij hun groep. Misschien wat overmoedig, maar ik wilde het hoe dan ook proberen.

De afgelopen weken was ik één avond in de week op het strand te vinden. Mijn werkrooster moest ervoor omgegooid en ook de boodschappen en schoonmaakster moesten anders gepland. Daarnaast ontdek ik iedere training (en de dagen die erop volgen) weer wat wel en niet handig is. Door trial en error ontdek ik hoeveel rust ik moet nemen voor, na en tijdens de trainingen en welke specifieke oefeningen ik moet laten schieten. Ik ontdek dat wanneer ik een aanwijzing krijg van de trainer en ik me daarop probeer te concentreren, ik direct de basis vergeet. Dat ik de puntentelling kwijt ben zodra er een meeuw over vliegt. Dat ik niet ‘oh, ik doe deze nog wel even mee want de training duurt nog maar een kwartiertje’ moet denken als ik al weet dat ik genoeg heb gedaan en zelfs dat ik tussen mijn opgooi en mijn service afgeleid kan raken.

Maar ik doe het weer. Ik volleybal weer. Ik heb één keer per week een avond helemaal voor mij. Met meiden die ik anders nooit had leren kennen en met wie het idioot gezellig is. Op het strand, waar het leeg en open is, de herrie en drukte vervliegt en al het andere even wegvalt. En ik geloof oprecht dat ik mijn overprikkeling hiermee ook train. Dat als ik zes keer omval in het mulle zand, mijn evenwicht er uiteindelijk baat bij heeft. Dat dit goed voor mij is, voor mijn hoofd maar ook voor mijn algehele gevoel van welzijn. Ik serveer dertig keer in het net, begrijp oefeningen niet en vergeet dat ik geen ‘zacht contact’ mag hebben. Maar ik doe het weer. En man, wat is dat fijn!

IMG_8056

Yes-man

Mijn eerste reactie op dingen is vaak óf: ‘Mijn hemel, wat vol-sla-gen belachelijk!’, óf: ‘JAAAAA wat ongelooflijk, onwijs, bizar leuk!!’ Er zit niet vaak iets tussenin en meestal wint de laatste. Dit was vroeger al zo en het is na het ongeluk niet veranderd.

Nog altijd vind ik de meeste ideeën en voorstellen hartstikke leuk. Een dagje naar de sauna, een uurtje bijles geven, meubels helpen uitzoeken voor het nieuwe huis van een vriendin, opdrachten van mijn hulpuurleerlingen nakijken, een beachvolleybaltraining volgen, een dagje extra werken… Als het me gevraagd wordt, wil ik het liefst direct heel hard ja roepen.

Dit was voor het ongeluk ook al mijn valkuil. Ik wilde alles zien en meemaken, met iedere vriend of vriendin af kunnen spreken op ieder willekeurig tijdstip, iedere nieuwe les in de sportschool uitproberen, de beste docent zijn die Nederland ooit gezien had en ook nog eens goed leren koken. Maar waar ik toen de luxe had dat ik dan maar eens een nachtje wat minder slaap pakte en bijkwam in het weekend (of drie weekends later), moet ik nu oppassen waar ik ja op zeg.

Ik ben gewoon te enthousiast. Dit klinkt als een slap antwoord op de vraag wat mijn minpunten zijn tijdens een sollicitatiegesprek, maar het is wel echt mijn valkuil. Hoewel ik vrij snel mijn interesse verlies, vind ik in principe ALLES leuk! Maar geen enkel mens kan alles, en ik kan nog net iets minder.

Ik vind nee zeggen nog altijd heel moeilijk. Maar sinds kort leg ik nieuwe ideeën eerst aan Lars voor. Die weet vaak beter dan ikzelf de vinger op de zere plek te leggen, en te wijzen op de rustmomenten waar ik niet aan toe zal komen, de andere zaken die ik zal moeten laten vallen, de plannen die ik het weekend erop volgend ook al heb. Als ik dan weer in mijn doldwaze ‘that’s like the best thing ever!’-modus zit, lijkt Lars dan al snel de ietwat knorrige oude man die zijn hoofd alleen maar misprijzend schudt. Maar het is precies wat ik nodig heb.

Dinsdag werd op mijn werk gevraagd of ik een extra uurtje bijles op wilde pakken. Geschiedenis ook nog. Hartstikke leuk, natuurlijk. Maar ik heb gezegd dat ik er eerst even over na wilde denken. En nu thuis, weg van die ontzettend leuke kinderen en mijn geweldig leuke werk, weet ik wel dat het antwoord voorlopig nog even ‘nee’, moet zijn. Misschien volgend schooljaar. Nu heb ik even genoeg aan de paar uurtjes huiswerkbegeleiding die ik geef. En zoals Lars haarfijn aanstipte: ik moet ook energie overhouden om terug te kunnen praten als hij ’s avonds iets vraagt.

0b1503c7ec39df4817899a7772736a40

Twilight Zone

Een gevleugelde wijsheid in hersenletselkringen (ja, die bestaan) is dat hersenletsel een breuk in je levenslijn is. Nu kan ik daar natuurlijk sceptisch over gaan lopen doen, maar het is gewoon waar. Mijn diepste zijn is op zich niet veranderd (ik ben nog altijd humeurig, luidruchtig, betweterig en bijzonder grappig), maar wat ik kan is wel degelijk 180 graden omgedraaid. Vergelijk het met een nieuwe telefoon. Je switcht van Android naar Iphone. In wezen kun je er nog altijd dezelfde dingen op, bellen, appen, je Facebook checken, maar het kost tijd om te wennen aan de nieuwe besturing. Zo zit dat in mijn hoofd.

Wat voorheen een gegeven was, is nu niet meer vanzelfsprekend. Wat nu vanzelfsprekend is, is nog niet altijd gewend. Bijna drie jaar na het ongeluk heb ik aardig zicht op waar mijn grenzen, beperkingen en valkuilen liggen en kan ik behoorlijk goede keuzes maken om mijn klachten te verminderen of prikkels zo goed mogelijk te vermijden. Maar nog altijd kom ik nieuwe situaties tegen die ik nog niet post-crash meegemaakt heb. Nog steeds moet ik soms teruggrijpen op oplossingen die ik pre-boem inzette en die nu uiteraard niet meer werken.

Afgelopen zaterdag vierden Lars en ik een feestje. Lars was jarig geweest en ik vier eigenlijk nooit meer mijn verjaardag, dus het was wel weer een keer tijd voor iets uitbundigs. We nodigden veel mensen uit, want het verschil tussen 5 en 15 gasten is groot, maar boven de 15 zijn het er gewoon veel en dan maakt eentje meer of minder wat prikkels betreft ook niet meer uit. We regelden genoeg bier, schoven de eettafel aan de kant, zetten de statafel neer en ik sliep een uur of wat van tevoren. En het was LEUK!

En toen kwam de day after. Ik weet dat ik uitspattingen moet bekopen met vermoeidheid, pijn, verwardheid, wankele emoties. Dat geeft extra druk op alle leuke dingen die ik doe, want dat moet die ellende die volgt wel waard zijn natuurlijk. Tegelijk blijft het spannend. Want zo vaak vieren we geen feestjes. Ik kan nog altijd moeilijk inschatten hoeveel boete ik precies moet doen voor mijn losbandigheid (ik dronk drie wijn en praatte wat met mensen. ‘Losbandig’ is ook behoorlijk aan inflatie onderhevig tegenwoordig).

Zondag bleef ik in bed. Maandag deed ik wat yoga en ging vervolgens terug naar bed tot ik moest werken. Dat kostte me dit keer extra moeite. Concentreren, slimme geschiedenisdingen zeggen, leermethodes opsnorren vanuit mijn geheugen… Het ging een stuk minder soepel dan anders. Vanochtend liep ik te kip-zonder-koppen in de supermarkt omdat mijn hoofd volledig ongestructureerd was. En daarna kon ik weer naar bed.

Maar vanmiddag heb ik een rondje hardgelopen. Daar had ik ineens weer zin in. En ik denk dat ik dat kan noteren als nieuwe bevinding. Het einde van mijn Twilight Zone begint in zicht te komen wanneer ik weer wil sporten. De rest van de week zal ik nog wel vermoeider zijn dan anders en een tikkeltje verwarder, maar de mist begint op te trekken.

Langzamerhand leer ik mijzelf weer steeds beter kennen. En over een paar jaar, als ik zestig ben ofzo, is het vast weer zó normaal dat ik niet beter weet. Tot die tijd aanschouw ik maar en merk ik op. En blog ik erover, uiteraard. Dat helpt.

fc547909a32e6fcb17a8eb760ca6682d

Lezen, hollen en een patatje met*

(*vrij naar Eten, bidden, beminnen)

Afgelopen weekend was een topweekend. Niet alleen omdat het prachtig weer was en zeker niet omdat ik zaterdagavond te moe was om mee te gaan naar een verjaardag. Maar wel omdat het in het teken stond van nieuwe dingen, nieuwe mijlpalen. En die moeten gevierd worden.

Een tijdje geleden las ik mijn eerste boek uit. Sinds het ongeluk kan ik niet goed lezen. Letters dansen op papier, na drie zinnen ben ik de draad van het verhaal kwijt, ik raak afgeleid door werkelijk alles. De rust die ik vroeger ervoer tijdens het lezen van een lekker boek, heb ik lange tijd niet meer gevonden. Het boek wat ik een tijdje geleden uitlas, Het rampjaar 1672, was dan ook topsport. Ik heb er een half jaar over gedaan en mezelf gedwongen door te zetten. Het was een hele prestatie, maar niet echt fijn.

Maar zaterdagavond, toen ik Lars alleen naar de verjaardag had laten gaan, zette ik de tv uit en las een boek uit. Ik las een heerlijk boek uit wat ik eigenlijk nog lang niet weg had willen leggen.
IMG_20151102_103756IMG_20151102_103805

De omslag had me al gegrepen voordat ik überhaupt begonnen was met lezen. Een bijzonder boek, ook nog eens over nazi-Duitsland. Meer is er eigenlijk niet nodig om de geschiedenisnerd in mij te overtuigen.

Maar het onderwerp was niet de enige of belangrijkste reden waarom dit boek mij zo gegrepen heeft. Het las namelijk lekker. NAH-lekker. Ik ben erachter gekomen dat hele lappen tekst mij niet goed afgaan. Dat lange hoofdstukken, weinig witregels of alinea’s en lange zinnen de kans dat ik afdwaal of de zinnen zie dansen alleen maar vergroten. En daarom was dit boek zo fantastisch!

IMG_20151102_103840

Ik denk dat die inzetjes, de korte alinea’s en het geklooi met verschillende lettertypes mij vroeger enorm hadden geïrriteerd. Maar nu was het geweldig. Het zorgde ervoor dat ik na ieder kort stukje even af mocht dwalen, dat ik gemakkelijker kon vinden waar ik gebleven was. Ik hield overzicht over het verhaal en dat zorgde ervoor dat ik er extra van kon genieten. Dikke tip dus, The Book Thief!

Ik was niet voor niets thuisgebleven zaterdagavond. Ik wilde zondag fris en fit zijn. Gisteren liep ik namelijk, voor het eerst in meer dan anderhalf jaar, een hardloopwedstrijdje.

Halverwege mijn revalidatie, begon ik last te krijgen van mijn heup en onderrug. Het gekke was dat ik dat tot die tijd helemaal niet gevoeld had. Blijkbaar had ik zoveel klachten van mijn hoofd en was ik zó gespannen door de Sensorische Integratie dat mijn fysieke klachten nog niet op waren gevallen. Na mijn revalidatie heb ik hulp gezocht bij een fysiotherapeute. Daar loop ik nu al meer dan een half jaar. Het gaat beter, maar mijn heup blijft pijnlijk.

Ondanks dat ben ik gaan hardlopen. Ik wilde mijzelf weer uitdagen, weer fit worden, buiten zijn. Ik wilde mijn fysieke uithoudingsvermogen vergroten zodat dat mijn mentale uithoudingsvermogen positief kon beïnvloeden. Dat is met ups en downs gegaan, maar ik durfde het aan om me in te schrijven voor de Laan van Meerdervoortloop van afgelopen zondag.

Het was heerlijk weer, mijn zusje liep mee en ik had mij goed voorbereid. Hoewel de drukte aan de start en vooral de HELE harde muziek me niet lekker zaten, kon ik me vrij snel afsluiten van alle prikkels en gewoon lekker lopen. Pas aan het einde van de 5 km, toen we door het mulle zand van het strand de boulevard van Kijkduin op moesten, kon ik ineens niet meer. Alles deed pijn en ik ging een beetje dood. Mijn zusje liep naast me en schreeuwde naar me. “Kom op, Suus! Je kunt het! Dit is twee jaar, hè! Twee jaar waarmee je afrekent! Je doet het weer! Je hebt geen adem nodig, nog maar een paar meter! Straks mag je instorten. Gaan!”

Als mijn zusje ooit haar druktemakers op haar school in hartje Rotterdam zat is, kan ze nog drilsergeant of personal trainer worden. Want het hielp. Met de finish in zicht kon ik het ineens weer. De laatste meters gaf ik alles wat ik had en na de finish moest ik ineens keihard janken.

Want dit was twee jaar. Dit was wat ik lange tijd niet kon en waarvan ik niet wist of ik het ooit weer zou kunnen. Dit was herrie, licht, drukte, uitputting. Alles waarvan ik me lange tijd afzijdig heb moeten houden. En nu was ik er weer. En ik deed het weer. En ik liep deze zware 5km, inclusief dat zware, mulle strand, binnen de 32 minuten. Als 53e vrouw van de 276. En dat laatste doet er eigenlijk niet toe, de tijd niet en de ranking niet, want ik was binnen. Na twee jaar afzien, was ik binnen.

Na afloop aten we, Esther, Marco die net 10 km had gelopen, Kitty en ik, een patatje met. En natuurlijk mekkerde er een stemmetje in mijn hoofd dat ik eigenlijk wel binnen de 30 minuten had willen lopen, maar dat stemmetje moet zijn kop houden. Want dit was 5 kilometer mét. En ik heb het gedaan.

IMG_20151101_133802   3422139d8465741f0d81890d5bea80fc