Champions League

Oh jongens, ik heb het te pakken hoor: de decemberkriebels. Nu zelfs de droge kruidnoten met 40% korting uit de supermarkt zijn verdwenen, er alleen nog maar Mariah Carey op de radio gedraaid wordt en ik, net als mijn moeder vroeger, iedere avond in de weer ben met lucifers en knusse kaarsjes, blijk ik toch niet immuun. Ik heb zin in een terugblik.

(Vergeef me.)

Ze zeggen dat mensen met een hersenschudding / -kneuzing / -letsel de grootste vooruitgang boeken in het eerste jaar. Misschien is dat voor de meeste mensen zo, voor mij gaat dat niet op, vind ik. Bijna vier jaar na het ongeluk boek ik nog steeds enorm veel vooruitgang. Misschien niet meer enorm in mijn belastbaarheid, maar toch zeker in de manier waarop ik ermee omga. En dat heeft het afgelopen jaar ongelooflijk veel nieuwe mogelijkheden opgeleverd.

2016 begon met een contract en voor het eerst in lange tijd weer een salarisstrookje. Ik ben een uurtje per week taallessen gaan geven op een middelbare school. Ik ben met een beachvolleybalreis meegegaan naar Spanje, waar ik niet alleen ontdekte dat ik weer dolgraag beter Spaans wilde leren, maar ook dat mijn gekke hoofd best wel kon beachvolleyballen als ik maar genoeg pauze nam. Ik heb me vervolgens ingeschreven voor beachvolleybaltrainingen en ben na de zomervakantie gestart met een cursus Spaans. Samen met Lars ben ik naar de zon geweest en hebben we het tempo en de wijze van onze ideale vakantie ontdekt. Ik heb twee vrijgezellenfeesten georganiseerd, twee bruiloften bijgewoond (en vlak vóór de kerst komt hier nog een derde bij) en als klap op de vuurpijl ook nog een huis gekocht!

2016 voelt als het jaar waarin ik eindelijk volwassen ben geworden. Natuurlijk deed ik al heel volwassen vóór het ongeluk, met een eigen huis, een auto en een grotemensenbaan, maar ik was nog erg onzeker en het voelde alsof ik ieder moment ontmaskerd kon worden als een fraudeur, een imitator. Na het ongeluk heb ik heel lang het gevoel gehad dat ik mijn leven niet in eigen handen had, dat ik niet onafhankelijk van anderen kon zijn. Het afgelopen jaar pas heb ik de touwtjes weer écht in handen weten te nemen. Mijn leven is weer echt van mij. Met een baan en sport, niet meer afhankelijk van anderen en met een zelfverzekerde kijk op de wereld. Ik ben een Groot Mens geworden (dat mocht ook wel, ik ben bijna dertig). En we hebben dus ook nog een huis gekocht! Als dit niet de Champions League van het volwassen worden is, weet ik het ook niet meer!

Toen ik in het revalidatiecentrum een diagnose en behandelplan kreeg, wilde ik graag luisteren en de regeltjes volgen. Eindelijk had ik duidelijkheid en houvast. Maar tegelijkertijd dacht ik, wanneer de therapeuten zeiden dat dit het wel zo’n beetje was en ik ermee moest leren leven: ‘ja ja, dat geldt misschien voor andere mensen, maar niet voor mij. Wacht maar af.’ (ik ben verder niet eigenwijs, ik weet het vaak gewoon beter). En natuurlijk is het goed te luisteren naar artsen, therapeuten, geleerden of je eigen grenzen. Ergens moet je jezelf eerst verzoenen met die nieuwe status quo. Maar mezelf daar vervolgens bij neerleggen, kon ik niet. Ik ben altijd blijven proberen verder te komen, méér te kunnen, die grenzen te verleggen.

Met uiteindelijk als resultaat dat 2016 een topjaar was. Ondanks de Brexit, Trump, alle ellende in de wereld, een te nat voorjaar, een te heet najaar en de scheiding van Brangelina. Het was fantastisch en ik ben een gelukkig mens.

In 2016 heb ik mijn leven weer heroverd. In 2017 de wereld.
Stay tuned.

f3447e3f8a42ba4ea147093fe04d5f2e

Advertenties

Blije olifant

We hebben een nieuwe douchekop omdat de oude lekte. En dat lijkt misschien niet zo’n big deal, voor mij is het een feestje. Het is namelijk een douchekop met verschillende standen, waaronder een massagestand. En die massagestand is hard, waardoor het washandje om de douchekop niet meer nodig is. En dat is fijn, want met dat washandje voelde ik me toch altijd een beetje een patiënt.

Het zijn de kleine dingetjes waar ik heel erg van kan genieten. Bloemetjes in huis, de tuinkers die in het keukenraam langzaam opkomt, donkerder gordijnen in de slaapkamer zodat ik niet meer overprikkeld wakker word, vogeltjes die hun nest bouwen in de tuin van de buren, paaseitjes, een goede kop koffie, de nieuwe poncho die ik voor mijzelf gehaakt heb… Wat voor anderen een langpootmug is, is voor mij een blije olifant.

Blije olifanten

Blije olifanten

Het zijn futiliteiten, kleinigheidjes, maar het is waar mijn leven nu uit bestaat. Ik doe weinig spannende dingen en zit veel thuis. Vandaar ook dat ik het belangrijk vind dat het thuis klopt, dat het goed voelt. Afgelopen weken hebben we ons nog even heel druk gemaakt met de laatste dingen na de verhuizing (ik weet het, dat is een half jaar geleden). De laatste zooi naar het grofvuil, de laatste kasten uit-, op- en ingeruimd. Nu dreutel ik de hele dag gelukzalig door het huis omdat het zó mooi is! (oké, ik ben nog niet tevreden over de kleur van de schouw in de woonkamer en de smoezeligheid van het trapgat, maar er moet iets te wensen overblijven natuurlijk).

En we hebben dus een nieuwe douchekop, waardoor dat me ’s ochtends vroeg al een stuk minder energie kost. Douchen vind ik nog altijd niet echt ontspannend zoals vroeger, maar het is geen straf meer. Nu ben ik gewoon ‘normaal’ en douche ik gewoon net als ieder ander mens. En dat is reden voor een feestje!

df2cca8b1ca23a8b86643fa0db7503e0

 

Zenmeester

b935caaabc897a3323f3f4a7ac633917

De mevrouw van het re-integratiebureau wilde twee dingen van mij weten: Wat het moeilijkste was van mijn letsel en (ze vond het moeilijk om te kiezen tussen ‘fijne’ en ‘makkelijkste’ want het dekte allebei de lading niet) wat het makkelijkste was van mijn letsel. Die eerste vraag is snel te beantwoorden. Het moeilijkste is dat alles voorwaardelijk is. Ik kan dingen doen, erop uit, plannen maken enzovoorts, maar er zitten altijd mitsen en maren aan. Koffie bij een vriendin kan, mits ik de rest van de dag rustig aan doe. Boodschappen op zaterdagochtend kan, maar dan wel om half 9. Nieuwe kleren kopen, natuurlijk! Maar dan wel online. Dat nooit meer iets spontaan kan, dat ik de luxe niet meer heb iets impulsief te besluiten, dat is het allermoeilijkste.

Over die tweede vraag moest ik iets langer nadenken. Natuurlijk is het lekker makkelijk dat ik bepaalde dingen uit kan besteden of niemand raar opkijkt als ik hulp vraag, maar dat is voor iemand zoals ik die graag alles zelf doet en er niet van houdt afhankelijk te zijn, juíst een moeilijke stap. Het lijkt ook wel lekker makkelijk om niet meer iedere dag te hoeven werken en gewoon op je luie kont thuis te mogen zitten, maar ook daar is het plezier na een week of drie wel vanaf. Nee, gemakkelijk is het niet, maar er zijn wel fijne dingen te benoemen. Het is bijvoorbeeld heel fijn dat ik de band met vrienden en familie zo bevestigd heb zien worden. Het is fijn dat ik mijzelf beter heb leren kennen en meer tijd heb gekregen voor hobby’s, iets waar ik vroeger nooit aan toekwam. Maar het fijnste van deze situatie is dat ik rust heb gekregen, in mijn leven en in mijn kop.

Vroeger wilde ik altijd alles doen en overal de beste in zijn. Ik denk dat dit een probleem is van mijn generatie. Via sociale media brengen wij elkaar het hoofd op hol. We willen allemaal de meest uitdagende baan, de leukste vrienden, het strakste lijf, de gezondste chiazaden op ons brood, het beste kunnen koken, de vetste feesten bezoeken en de leukste vriend of vriendin zijn of hebben. Ik heb daar gedwongen afstand van moeten nemen en eigenlijk bevalt mij dat wel. Ik was perfectionistisch, nu durf ik mezelf ambitieus te noemen. Ik wil beter worden in wat ik doe, maar niet ten koste van alles. En ik heb geleerd prioriteiten te stellen. Ik moet nu wel, natuurlijk, maar ik zou willen dat ik deze vaardigheid eerder in mijn leven had leren toepassen. Mijn leven is nu kalm en rustig. Ik volg mijn eigen ritme, kies de activiteiten waar ik blij van word en zie de mensen die mij gelukkig maken en het belangrijkste van alles; ik ben lief voor mijzelf. Manon noemt mij de Zenmeester en soms voelt het ook zo.

Een rustig leven is niet erg. Ik geniet er juist van om langzaam te lopen, omhoog te kijken en te zien hoe de blaadjes aan de bomen kleuren en de wolken steeds andere vormen aannemen. Genieten van de kleine dingen klinkt suf en bedaard, maar ik vind het ontzettend waardevol.

Mijn zus gaf mij laatst het mooiste compliment ter wereld en ik zou mijn hoofd nog vergeten als die niet vast zat, maar dit onthoud ik de rest van mijn leven. Zij zei:
“Vroeger was je altijd bezig met zijn wie je dacht dat je moest zijn. Nu ben je gewoon jezelf.”

En dat is de essentie.

e893baf043daa16f663dec6a841ee136

‘Naar omstandigheden goed’

3dbf044f05340426aafb6ac0f8d4fe47

“Hey Suus! Lang niet gesproken. Hoe is het nu met je?”
Dat is een vraag die ik op prijs stel en goed begrijp. Meestal wordt hij gesteld door mensen met wie ik altijd ontzettend fijn contact heb gehad, maar dat nu verminderd is omdat ik zo’n beetje in stilteretraite ben gegaan en de rest van de wereld gewoon doordraait. Ze bedoelen het goed en de vraag is oprecht.

Maar ik vind hem steeds moeilijker te beantwoorden.

Het antwoord is namelijk iedere keer weer hetzelfde: ‘Naar omstandigheden goed, nog altijd druk met revalidatie. Ik leer er steeds iets beter mee omgaan’. En stiekem word ik het langzamerhand zat dat antwoord te moeten geven. Niet omdat ik niet wil dat mensen interesse in mij tonen, maar omdat ik zo graag zou willen dat ik een ander antwoord voor ze had.

Wij mensen kunnen met twee dingen goed omgaan; vooruitgang en verval. Als je iets net kunt, probeer je er beter in te worden. Als je je been breekt, leer je opnieuw lopen. Als je ziek wordt, wordt je beter en wanneer je aan een nieuwe baan begint, wil je binnen drie jaar doorgegroeid zijn naar een betere positie. Het tegenovergestelde snappen we ook. Iemand die ziek wordt en er steeds slechter aan toe is, hoe vreselijk ook, daar kunnen we mee omgaan. “Hoe is het met je vader?” “Die wordt iedere dag verwarder. Laatst was hij verdwaald in zijn eigen straat.” Doodnormale vraag, acceptabel antwoord. Je kunt na het krijgen ervan even begripvol knikken, spijtig zuchten, vrijblijvend zeggen ‘als ik je ooit ergens mee kan helpen…’

Dat je na één dom ongeluk de rest van je leven ergens in blijft hangen, is niet te verstouwen. En er is ook heus nog wel vooruitgang. Toen ik begon met revalidatie kon ik even alles loslaten, waardoor ik voelde hoe moe en beroerd ik was. In vergelijking met toen, voel ik me over het algemeen een stuk beter. Maar dat is niet perse omdat het daadwerkelijk zo ontzettend veel beter met mij gaat. Het is vooral omdat ik weet wat veel van mij vraagt, mijn energie beter weet te verdelen, kortom; een flinke dosis inzicht in mijzelf en mijn beperkingen heb gekregen en me daar naar gedraag, dat het beter met me gaat. En er zit ook echt nog wel meer vooruitgang in de koker. Bij de sensorische integratie behandeling gaan we langzamerhand toewerken aan wat prikkelopbouw. In de activiteitenweger zit ik nu op zo’n 26 punten die ik per dag te besteden heb (tegenover zo’n 50 ‘vroeger’) en de verwachting is dat ik dat nog wel op kan bouwen tot ongeveer 35. Maar ik zal voor altijd afwegingen moeten maken, verstandige keuzes maken, belasting en belastbaarheid tegen elkaar afwegen. Het zal altijd ‘naar omstandigheden goed’ gaan, want die omstandigheden blijven bestaan.

Komende week begin ik aan het re-integratietraject. De inzet is om uiteindelijk betaald werk te vinden voor 1 (of misschien meerdere) uren per dag, voor 1 (of misschien meerdere) dagen per week. Ik hoor dat, ik begrijp dat. Maar ik kan het idee nog steeds niet loslaten dat ik over een jaar of vijf gewoon een ‘normale’ parttime baan ergens heb en gewoon ‘normaal’ meedraai in de maatschappij.

Ik ben namelijk ziek. En wie ziek is wordt beter. Zo werkt dat nu eenmaal.

25141164070ae0f76cfcf172ee579893

Hoera voor de zelfscankassa!

Sommige mensen verdienen een lintje. Anderen een medaille. Lars, mijn familie en vrienden verdienen stuk voor stuk de hele regenboog aan speldjes en penningen op hun revers. Maar er is één iemand die een standbeeld verdient. En dat is de persoon die de zelfscankassa heeft uitgevonden.

Boodschappen doen is nog altijd behoorlijk pittig voor mij.  Als je een klein beetje zou willen ervaren hoe het voor mij is, raad ik je aan om een avond goed door te zakken en niet op een cocktail meer of minder te kijken. Ga vooral lekker dicht bij de boxen staan zodat je oren de volgende dag goed piepen. En zet dan je wekker om half acht ’s ochtends en ga naar de drukste supermarkt die je kent. Blijf even stil staan om alles te horen en te zien. De boerderijactie waar je direct tegenaan loopt, alle kleuren groenten, fruit en verpakkingen tegen de wanden en langs de paden, de muziek uit de speakers, de bliepjes van de kassa’s, de stemmen van de klanten, het suizen van de wieltjes van de wagentjes en de mandjes die je tegenwoordig zo fijn kunt slepen, de omroepberichten, de voegen tussen de tegels, de krijsende kinderen die een ijsje willen en niet mogen, de mensen die tegen je aan stoten… Bij de kassa moet je je haasten want de volgende klant staat al met zijn karretje tegen je hielen te duwen voordat jij goed en wel je pincode hebt herinnerd. En dat je dan zwetend, zuchtend, puffend, met piepende oren en een bonkend hoofd thuiskomt, nog even alle boodschappen die je net gedaan hebt in de koelkast moet opbergen, in de kastjes waar ze horen, voordat je weer terug je bed in kunt.

Zo is boodschappen doen altijd voor mij. Waar mogelijk heb ik het me zo gemakkelijk mogelijk gemaakt. Oordoppen in, zonnebril op. Standaard boodschappenlijstje mee, op een rustig moment van de dag. Alle gekoelde spullen in één tas, zodat ik alleen die tas echt perse uit hoef te ruimen bij thuiskomst. En dan nog blijft het pittig.

En daarom is het zelfscannen zo’n uitvinding. Op mijn eigen tempo waggel ik de Appie door, twee boodschappentassen al uitgevouwen in mijn wagentje. De koude spullen kunnen in de ene tas, de houdbare in de andere. Op ieder gewenst ogenblik kan ik stilstaan en de spullen in mijn scanner vergelijken met mijn lijstje. En bij de kassa staat geen rij! Ik kan op mijn dooie gemak afrekenen, mijn pincode bedenken en de boodschappen zitten al in mijn tas!

Ik word tot nu toe wel steeds uitgekozen voor de steekproef. Blijkbaar kom ik over als iemand die regelmatig een paar zakken eierkoeken achterover drukt. Maar dat mag de pret niet drukken. De supermarkt zal nooit mijn lievelingsplek worden, maar het is een stuk minder grote nachtmerrie zo.

2daa0626ed17d559aacae154e8046883

 

Oh. En ik heb net 3,5 minuten diepgezeten met zakken. Dat zegt de meeste mensen niets, maar voor mij is het alsof ik train voor de marathon en de 21 km heb gehaald!