Geland

In het begin van mijn revalidatie was het revalidatiecentrum de veiligste plek op aarde voor mij. Het was de eerste plek waar mensen ‘uhuh’ en ‘dat kan kloppen’ zeiden in plaats van ‘goh wat vreemd’ en ‘misschien moet je er even doorheen’, wanneer ik vertelde over mijn klachten. Het was de plek waar ik een behandeling kreeg die vruchten afwierp, waar ik enorm begripvolle (en soms heel knappe) therapeuten trof en waar ik hulp en hulpmiddelen kreeg voordat ik er zelfs maar om gevraagd had.

Maar toen mijn behandeling na een jaar stopte, was ik ook wel klaar met het revalidatiecentrum. In de periode dat ik daar drie keer per week naartoe ging, voelde het alsof mijn leven op pauze stond. Het was confronterend om een gebouw binnen te lopen waar mensen zonder armen of benen in rolstoelen rondreden en te beseffen dat ik eenzelfde soort specialistische hulp nodig had, alleen dan voor mijn hoofd. Het was zwaar om steeds over mijzelf en mijn beperkingen te praten en oefeningen te doen die altijd net even verder gingen dan ik comfortabel aankon. De therapieën vraten zoveel energie, dat ik er niet veel anders naast kon hebben. Knappe therapeuten of niet, toen ik voor het laatst door de draaideur naar buiten liep, was ik behoorlijk opgelucht.

Een aantal weken geleden ging ik voor het eerst weer terug. Ik heb voor mijn re-integratie het Brains4U –traject gevolgd en werd uitgenodigd voor een evaluatie in het revalidatiecentrum. En hoewel ik enthousiast was over de evaluatie (ik wil zelf graag trajecten volgen waar over nagedacht is, dus dat gun ik anderen ook), keek ik toch behoorlijk op tegen teruggaan naar het Sophia.

Deels was het natuurlijk een enorme oppepper. Ik wandelde zoveel energieker, fitter en zelfstandiger dat revalidatiecentrum binnen dan ik er ooit uit was gekomen. Wat was ik in de tussenliggende twee jaar nog enorm vooruitgegaan! Maar het was ook weer confronterend. De lange weg die ik af heb gelegd en die ik soms het liefste zou vergeten. Tijdens het invullen van een online enquête werd ik nog eens extra met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik keek tegen de zon in en er werd om mij heen gepraat en getikt op toetsenborden en ik kon meteen de vraag voor mijn neus niet meer begrijpen. Ik moest hem zes keer lezen en nóg wist ik niet wat ze precies van mij wilden weten. Als ik ooit twijfelde of ik niet ‘gewoon’ een kantoorbaan zou kunnen nemen, was hier wel het bewijs.

Afgelopen week ging ik terug voor een laatste interview. Weer de confrontatie, weer dezelfde tegenstrijdige gevoelens. Maar ik kan nu, met wat afstand van de ervaring, zeggen dat er toch voor het grootste deel een goed gevoel is blijven hangen. Ik heb nog even afscheid kunnen nemen van mijn revalidatieproces, ik heb mijn re-integratiejuf nog even kunnen zien en bedanken voor de begeleiding en enorme steun die ik aan haar en het traject gehad heb. Niet alleen op weg naar werk, maar ook op zoek naar wie ik in essentie ben als mens. Mijn dromen en wensen.

Ik hoop nooit meer een voet te hoeven zetten in het revalidatiecentrum. Maar ik ben wel blij dat ik nog even een punt heb kunnen zetten achter die periode in mijn leven. Zonder mijn revalidatie- en het aansluitende re-integratietraject, zou ik niet zijn waar ik nu ben. En misschien is dat inderdaad (nog altijd) niet op een Toren C-achtige kantoortuin, maar steeds vaker heb ik het gevoel dat ik ben waar ik zou moeten zijn. Ik ben eindelijk geland.

c70de5d6dd6222dff150e2e1e205da88

De essentie

Vaak heb ik het gevoel dat ik stilsta. Letterlijk, want het grootste deel van mijn tijd besteed ik hakend op de bank. Maar ook figuurlijk. Dan kijk ik zo eens terug op bijvoorbeeld mijn werk en zie ik dat ik nog precies hetzelfde aantal uren werk als vorig jaar rond deze tijd. En dat ik het er nog altijd behoorlijk zwaar mee heb.

Vorige week waren Lars en ik in Spanje. We waren net als vorig jaar weer mee met de beachvolleybalreis. Maar in tegenstelling tot afgelopen jaar, trainde ik dit keer mee. Iedere dag! Niet twee keer per dag, zoals de ‘normale mensen’, maar ik stond verdorie wel mooi iedere ochtend op het strand (behalve toen het een dagje stormde en ijskoud was. Maar dat vertellen we er even niet bij). Waar ik vorig jaar een half uurtje mee trainde en besloot me op te geven voor een zomerseizoen op het strand, was ik nu gewoon één van de deelnemers tijdens de training. En ik was niet eens de slechtste. (Ook niet de beste, maar dat hoeft ook niet. Zeggen ze.)

Ik merk aan mezelf dat het niet gaat zoals ik zou willen. Zoals het vroeger zou gaan. Teveel snelle loopbewegingen, teveel of te lang omhoog kijken, dat breekt me nog altijd op. Ik moest halverwege een training uitstappen omdat de wereld draaide en ik maar mee bleef draaien en geen vaste grond leek te kunnen vinden. Halverwege de week merkte ik dat mijn concentratie de geest begon te geven en waar iedereen steeds meer in de potjes groeide en steeds sneller en beter werd, bleef ik achter en reageerde ik traag. Aan het begin van de week deed ik gezellig mee met spelletjes en de gesprekken tijdens het diner, maar de laatste dagen zat ik met tuutende oren en een manische grijns zo goed en zo kwaad te doen alsof het wel ging. Het viel veel mensen waarschijnlijk niet op, maar rond de donderdag hing ik erbij als een spookje op de automatische piloot. Bij thuiskomst heb ik me drie dagen écht goed beroerd gevoeld en nog altijd heb ik niet het idee dat ik al volledig geland ben. Ik ben nog altijd vermoeider dan anders.

Maar weet je? Ik heb het wel gedaan. Ik heb een hele week getraind en sociaal gedaan en tapas gegeten en cerveza en sangria gedronken. Ik was erbij en deed mee, in plaats van erbij staan en ernaar kijken. En voor mijzelf zal er altijd iets blijven knagen. Want ik vind het moeilijk te accepteren dat ik niet de beste, meest enthousiaste, pittigste, meest perfecte of de snelste ben. Ik wil namelijk graag overal de beste of perfectste of snelste in zijn. In alles. Dus én in werken, én in sport en huishouden en mijn sociale leven. Als dat niet kan, voelt het alsof ik stilsta en maar geen vooruitgang kan boeken.

Soms moet ik mezelf dan even streng toespreken. Ik sta niet stil. Misschien zit de winst niet in een vrouwelijke Reinder Nummerdor worden of in mijn werkzaamheden uitbreiden tot het niveau waarop ik er eindelijk tevreden mee ben (en wanneer heb ik dat eigenlijk bereikt? Ga ik ooit écht tevreden zijn met minder dan vroeger?). Het UWV heeft mij niet voor niets afgekeurd.

Maar de winst zit hem in iets kleiners, iets veel belangrijkers: ik kan doen wat ik leuk vind en er echt van genieten. Ik kan mijn leven zo inrichten dat ik ruimte en energie vind om de dingen te doen waar ik gelukkig van word. En is dat niet waar het leven in essentie om draait?

Natuurlijk zit er altijd dat calvinistische stemmetje in mijn hoofd dat roept dat ik mijn energie in ‘nuttige’ dingen moet steken. Werken, poetsen, administratie! Rust, reinheid, regelmaat! Maar dat stemmetje moet zijn kop houden. Als ze in de 16e eeuw beachvolleybal hadden gekend, had Johannes Calvijn vast iets meer van het leven genoten en een heel ander verhaal verteld. Daar ben ik van overtuigd.

769934bfb8520887cc73f3e5de93b6c9

 

Gekkenwerk

Toen ik mijn vorige blog schreef, zat ik een beetje in de knoop. Met meer willen dan kan en eigenlijk minder kunnen dan ik uiteindelijk deed. Ik was er dan ook niet verbaasd over dat mijn klachten weer begonnen toe te nemen. Mijn oren piepten en zoemden weer de hele dag, mijn hoofd klopte, mijn hart hamerde in mijn slapen en hield me ’s nachts wakker. De paar huishoudelijke taken die ik doe, bleven liggen. Ik was warriger en miste structuur, duizelig en misselijk en oververmoeid en tegen Lars was ik niet op mijn gezelligst.

Mijn grootste struikelblok is mijn enthousiasme. Ik vind eigenlijk alles leuk! En als ik iets niet leuk vind, dan is er vaak nog mijn gevoel voor verantwoordelijkheid dat vindt dat ik het toch maar even gewoon op moet pakken. Of dat iets afzeggen uit den boze is. Zo nam ik op mijn werk een uur bijles erbij en reed ik zelf op en neer naar Delft om de baby van een vriendin te zien, terwijl ik ’s avonds ook nog moest koken en hardlopen van mezelf.

Als ik het zo opschrijf, vind ik mezelf een sukkel. Maar dat stomme hoofd van mij is zó verraderlijk! Ik kan het zeuren en het piepen en het bonken echt heel lang negeren. Ik kan doen alsof het allemaal prima gaat en dit wekenlang volhouden. Ik slik een ibuprofennetje en ik doe net of ik ‘normaal’ ben.

Ik vond mezelf terwijl ik het deed ook al een sukkel. Maar stop er maar eens mee. Zeg maar eens tegen je beste vriendin dat je niet op haar verjaardag kunt komen, omdat je ook al een babyshower hebt die dag. Zeg maar eens een hardloopwedstrijd af waar je maanden voor getraind hebt, omdat je die babyshower en verjaardag de vorige dag gehad hebt. Zeg maar eens ‘nee’ tegen een bijles Frans als je de enige optie bent voor zo’n knul die anders zijn examen gaat verpesten. En als je toch al vindt dat je best één op één bijles moet kunnen geven en dat een uurtje extra per week ook het verschil niet moet maken.

Vorige week zat ik een weekje in de Oostenrijkse bergen met mijn ouders en zusjes. Even helemaal weg. Het was een heerlijke vakantie van niets moeten. Een beetje skiën, een beetje in de zon zitten, een beetje boekje lezen, haken en wandelen en verder nergens over hoeven denken. Voor eten werd gezorgd, de boodschappen werden gedaan en ik hoefde niet na te denken over planning, administratie of huishouden. Ik hoefde alleen maar even tot rust te komen. En conclusies te trekken.

Want zoals ik het deed, ging het niet. Dus drastic times call for drastic measures. Ik moet mezelf weer even streng toespreken. Ik ben geen superwoman, ik kan niet alles. En om me goed te voelen, moet ik lief zijn voor mijzelf. Hoe moeilijk dat ook is.

Dus heb ik het uurtje bijles op mijn werk stopgezet. Natuurlijk voelt het ergens als falen, dat ik na een jaar dus blijkbaar nog altijd niet kan uitbreiden op mijn werk. Maar soit, dat is dan maar zo. Ik heb leuk werk en om ervan te kunnen genieten moet ik fit zijn. Dus hoop ik dat minder, meer oplevert. En ik heb strenge afspraken met mezelf gemaakt over mijn weekenden. Ik mag nog maar twee dingen doen. Per weekend. Voor komend weekend betekent dat even ergens ontbijten met Lars op zaterdag en op zondag de verjaardag van mijn opa. Niet nog even vrijdagavond blijven hangen met collega’s. Niet tóch nog even zaterdagavond uit eten met vrienden van Lars. Dat is gekkenwerk en ik heb rust nodig. Mijn hoofd is al gekkenhuis genoeg van zichzelf.

381aa4680d55424761f76c536b260114

Plafond

Ik zou liegen als ik mijzelf ambitieus zou noemen. Ik had dat nooit zo. Niet in de zin van: flitsende carrière, waanzinnig inkomen, mooie auto, dure designerkat of -hond en iedere maand frisse, nieuwe nepnagels. (Dát kost een hoop geld trouwens! Ongelooflijk. Waar doen vrouwen dat van?!) Als ik dat had gewild, had ik na het VWO iets anders moeten kiezen dan de lerarenopleiding. Ik wilde gewoon graag de hele dag aan het woord zijn en van blije bruggers bijdehante opmerkingen krijgen over mijn schoenen. Dat tot mijn zeventigste. Daar had ik voor getekend.

Toen ik mijn baan niet meer uit kon voeren, moest ik eerst door een rouwproces. Ik was geen docent meer. Het voelde alsof ik beroofd werd van een deel van mijn identiteit. Ik miste de kinderen, ik miste mijn collega’s. Maar ik miste ook de regelmaat, het doel in mijn dag, de structuur in mijn jaar. Toen ik door het UWV volledig werd afgekeurd, was dat pijnlijk: het voelde alsof ik afgeserveerd werd. Tegelijkertijd was het ook een opluchting. Ik was toen nog zo druk bezig met mijzelf opnieuw leren kennen, er was simpelweg geen ruimte in mijn hoofd om naar de toekomst te kijken.

Twee jaar geleden kwam ik terecht bij de huiswerkbegeleiding. Dat bleek een enorme eyeopener. Heel langzaam wist ik daar op te bouwen en vorig jaar januari kreeg ik voor het eerst weer een contract. Dat was geweldig! Waar ik nog niet zo lang geleden had gedacht dat ik mijn dagen op de bank achter de geraniums zou moeten slijten, had ik ineens weer werk! Ik had een doel, een structuur, een uitdaging. Wat een feest!

Niet zo lang geleden dronk ik een kopje koffie met mijn directrice. Ik gun iedereen met een ‘arbeidshandicap’ een directrice zoals zij. Ze denkt altijd ontzettend fijn mee en ik heb altijd alle ruimte gekregen om mijn eigen pad te bewandelen. Eén keer in de zoveel tijd praten we even bij, kijken hoe we ervoor staan. En daar zaten we dus weer en ik vertelde dat het goed ging. Dat ik het nog altijd naar mijn zin heb. Dat de kinderen leuk zijn. En dat ik misschien wat meer uitdaging zou willen.

Ik schrok zelf van die laatste opmerking. Méér uitdaging?! Maar ik ben nog steeds uitgeput als ik thuiskom van drie uur werk! Ik moet nog steeds al mijn activiteiten om mijn werk heen plannen! Ik zie mezelf nog altijd niet uitbreiden naar méér dan die zeven uur per week! Waar had ik het in vredesnaam over?

Maar ik realiseerde me ineens dat huiswerkbegeleiding geven ontzettend leuk werk was, maar niet zo heel spannend voor iemand met een tweedegraad en ervaring voor de klas. Dat mijn directe collega’s allemaal ontzettend leuk zijn, maar wel allemaal nog student. Dat de volgende functie die mij binnen het bedrijf ontzettend leuk lijkt vestigingsmanager is en dat dit een fulltime functie is. Dat ik het aller-, aller-, allerliefste weer ‘gewoon’ terug zou gaan voor de klas, maar dat er geen enkele school is die mij voor vier uurtjes aan gaat nemen als ik ook alle taken en vergaderingen skip (‘nee jongens, ik doe geen teamvergaderingen en surveilleer niet tijdens de SE-week. Succes, hè!’).

Mijn directrice is geweldig. Mijn werk is geweldig. Ik weet dat ik het daar ontzettend mee getroffen heb. Maar er is geen andere werkgever die het goed vindt als ik na een uurtje werk een half uurtje pauze ga houden. Er is geen enkele andere werkgever die overal maar uitzonderingen voor wil bedenken voor mij. Er is geen andere functie die ik zó goed aan kan passen aan mijn eigen behoeften.

Er was me daar tijdens dat kopje koffie, in een onbewaakt ogenblik ineens iets bekropen: Ambitie. En eerlijk gezegd beviel me dat voor geen meter. Ik heb een leuke baan en ik ben allang blij dat ik geen geestdodend lopendebandwerk hoef te doen. Maar het idee dat ik nog geen dertig ben en al keihard tegen mijn eigen glazen plafond aan geplakt zit, maakt me soms best verdrietig.

De afgelopen jaren heeft het leven me vaak weten te verrassen. Steeds als ik dacht dat ik mijn grenzen nu wel zo’n beetje bereikt had, bleek er voorbij die grens nog een wereld aan mogelijkheden te liggen. Die hoop wil ik ook vasthouden. Maar die onbekende wereld vol verrassingen, zie ik nu even niet. En hoewel ik ieder blog graag zo hilarisch mogelijk wil eindigen, mogen dipjes er soms ook even zijn. Dus mocht je in je broek hebben willen piesen van het lachen (of gewoon even grinniken, dat kan natuurlijk ook), kom dan snel weer terug. Vanavond zitten ik en mijn plafond helaas even vast.

32be8cf9f008ea094121e62274365ac6

Champions League

Oh jongens, ik heb het te pakken hoor: de decemberkriebels. Nu zelfs de droge kruidnoten met 40% korting uit de supermarkt zijn verdwenen, er alleen nog maar Mariah Carey op de radio gedraaid wordt en ik, net als mijn moeder vroeger, iedere avond in de weer ben met lucifers en knusse kaarsjes, blijk ik toch niet immuun. Ik heb zin in een terugblik.

(Vergeef me.)

Ze zeggen dat mensen met een hersenschudding / -kneuzing / -letsel de grootste vooruitgang boeken in het eerste jaar. Misschien is dat voor de meeste mensen zo, voor mij gaat dat niet op, vind ik. Bijna vier jaar na het ongeluk boek ik nog steeds enorm veel vooruitgang. Misschien niet meer enorm in mijn belastbaarheid, maar toch zeker in de manier waarop ik ermee omga. En dat heeft het afgelopen jaar ongelooflijk veel nieuwe mogelijkheden opgeleverd.

2016 begon met een contract en voor het eerst in lange tijd weer een salarisstrookje. Ik ben een uurtje per week taallessen gaan geven op een middelbare school. Ik ben met een beachvolleybalreis meegegaan naar Spanje, waar ik niet alleen ontdekte dat ik weer dolgraag beter Spaans wilde leren, maar ook dat mijn gekke hoofd best wel kon beachvolleyballen als ik maar genoeg pauze nam. Ik heb me vervolgens ingeschreven voor beachvolleybaltrainingen en ben na de zomervakantie gestart met een cursus Spaans. Samen met Lars ben ik naar de zon geweest en hebben we het tempo en de wijze van onze ideale vakantie ontdekt. Ik heb twee vrijgezellenfeesten georganiseerd, twee bruiloften bijgewoond (en vlak vóór de kerst komt hier nog een derde bij) en als klap op de vuurpijl ook nog een huis gekocht!

2016 voelt als het jaar waarin ik eindelijk volwassen ben geworden. Natuurlijk deed ik al heel volwassen vóór het ongeluk, met een eigen huis, een auto en een grotemensenbaan, maar ik was nog erg onzeker en het voelde alsof ik ieder moment ontmaskerd kon worden als een fraudeur, een imitator. Na het ongeluk heb ik heel lang het gevoel gehad dat ik mijn leven niet in eigen handen had, dat ik niet onafhankelijk van anderen kon zijn. Het afgelopen jaar pas heb ik de touwtjes weer écht in handen weten te nemen. Mijn leven is weer echt van mij. Met een baan en sport, niet meer afhankelijk van anderen en met een zelfverzekerde kijk op de wereld. Ik ben een Groot Mens geworden (dat mocht ook wel, ik ben bijna dertig). En we hebben dus ook nog een huis gekocht! Als dit niet de Champions League van het volwassen worden is, weet ik het ook niet meer!

Toen ik in het revalidatiecentrum een diagnose en behandelplan kreeg, wilde ik graag luisteren en de regeltjes volgen. Eindelijk had ik duidelijkheid en houvast. Maar tegelijkertijd dacht ik, wanneer de therapeuten zeiden dat dit het wel zo’n beetje was en ik ermee moest leren leven: ‘ja ja, dat geldt misschien voor andere mensen, maar niet voor mij. Wacht maar af.’ (ik ben verder niet eigenwijs, ik weet het vaak gewoon beter). En natuurlijk is het goed te luisteren naar artsen, therapeuten, geleerden of je eigen grenzen. Ergens moet je jezelf eerst verzoenen met die nieuwe status quo. Maar mezelf daar vervolgens bij neerleggen, kon ik niet. Ik ben altijd blijven proberen verder te komen, méér te kunnen, die grenzen te verleggen.

Met uiteindelijk als resultaat dat 2016 een topjaar was. Ondanks de Brexit, Trump, alle ellende in de wereld, een te nat voorjaar, een te heet najaar en de scheiding van Brangelina. Het was fantastisch en ik ben een gelukkig mens.

In 2016 heb ik mijn leven weer heroverd. In 2017 de wereld.
Stay tuned.

f3447e3f8a42ba4ea147093fe04d5f2e