Aha-erlebnis

3318520ecbfd25fb9295255c2513bf27

Officieel is er met mijn geheugen niets aan de hand. Geloof me, het is uitvoerig onderzocht. Ik onthoud ook best veel dingen. Wat de ergotherapeut me in het revalidatiecentrum uitlegde, bijvoorbeeld. Of wat een vriendin tijdens een goed gesprek tegen mij vertelt. Of dat de zonen van de nieuwe bakker om de hoek Wesley en Ritchie heten. Ik kan honderd kinderliedjes van vroeger zingen en kan het gedicht November van J. C. Bloem wat ik voor mijn eindexamen had bestudeerd, zonder moeite reciteren (‘Het regent en het is november…’). Maar wat Lars vertelt, vergeet ik.

Dat ligt uiteraard niet aan Lars. Het lukt me soms niet om bepaalde informatie te parkeren. Zo traint Lars bijvoorbeeld twee keer per week. De ene keer eet hij wel thuis, de andere dag niet. Het lukte me pas dit te onthouden toen we er een ezelsbruggetje voor verzonnen (dinsdag is dicht bij mmmmmaandag en dat is mmmmmee-eten). En nog moet ik dat ezelsbruggetje vrijwel iedere week voor mijzelf herhalen om te weten wat ik wanneer moet koken.

Mijn cognitieve problemen liggen vooral op het gebied van concentratie en aandacht vasthouden. Als er maar íets is dat mijn aandacht af kan leiden, hoor ik al niet meer wat je zegt. En Lars vertelt mij gewoon vaak dingen ‘even tussendoor’. Als ik sta te koken bijvoorbeeld, of als de tv aanstaat. Maar ook het geluid van spelende kinderen buiten, een tikkende klok, of zelfs een velletje naast mijn nagel waar ik aan wil peuteren, kunnen mij in zulke mate afleiden dat ik wel naar je luister, maar dat wat je zegt niet verder komt dan mijn oren. Zelfs de uitdrukking ‘het ene oor in, het andere oor uit’ is dan niet op mij van toepassing. Het ketst af op mijn trommelvliezen. Het komt echt niet binnen, want als je het me dan een tweede keer vertelt, heb ik geen ‘aha-erlebnis’. Zo kan Lars drie keer zeggen: “En wat ga ik maandagavond ook alweer doen…? Een drankje met Sanne!” Maar ik denk dan niet: oh ja, dát was het! Meestal denk ik gewoon: huh? (Of ik denk helemaal niets.)

Hetzelfde geldt voor het lezen van whatsappjes of mailtjes ‘even tussendoor’. Als ik eigenlijk ergens anders mee bezig ben, vergeet ik wat je schrijft en vergeet ik al helemaal te antwoorden. Dus mocht je me ooit mailen of whatsappen en ik reageer niet, probeer het gewoon nog een keer. Het is (waarschijnlijk) niets persoonlijks.

a5914d5e304f3774bce53e2ccb621048

Advertenties

Hussepusse met je neus ertussen

Ik kan me herinneren dat ik als kind graag precies wilde weten wat we zouden eten die dag. En dat, als ik dat dan ging vragen bij mijn moeder, ik eigenlijk nooit goed naar het antwoord luisterde. Aan het einde van de middag liep ik dan meerdere keren de keuken in om steeds hetzelfde te vragen. Met drie zussen die op hun beurt ook graag altijd alles willen weten, kun je je voorstellen dat mijn moeder het snel zat was en antwoordde met een dooddoener: hussepusse met je neus ertussen.

Nu beslis ik uiteraard zelf wat ik ’s avonds eet (en vooruit, Lars mag af en toe ook iets kiezen), maar dat betekent nog niet dat dit iedere avond goed komt. Koken is en blijft een behoorlijke complexe taak, waar ik helaas niet iedere dag voldoende energie voor heb. Er zijn dagen dat ik te eigenwijs ben om daar aan toe te geven, en ik vervolgens in mijn vingers snijd, het eten laat aanbranden en Lars de keuken binnen komt rennen op het moment dat ik de pan aardappelschijfjes van het vuur stoot. Maar zelfs als ik een avond redelijk ‘normaal’ weet te koken, kan het fout gaan.

Toen ik nog middenin mijn revalidatie zat en écht weinig energie had, werkte ik met weekmenu’s. Er was een week A en een week B en die wisselden af, waardoor we iedere twee weken steeds hetzelfde aten. Het voordeel hiervan was dat ik mezelf geen hoofdpijn hoefde te peinzen over wat er nu weer op het boodschappenlijstje moest, dat ik in de winkel precies wist welke route ik moest lopen en wat ik moest kopen, en dat ik ’s avonds tijdens het koken precies wist wat er wanneer moest gebeuren. Het nadeel laat zich raden; het was eentonig en voelde suf.

Op dat vlak gaat het de laatste tijd weer een stuk beter. Ik merk dat ik mentaal wat flexibeler ben geworden. Ik vind het makkelijker om wat verschillende gerechten te bedenken en zelfs ‘ingewikkelde’ gerechten zoals risotto durf ik aan. Toch liep ik nog tegen één ‘klein’ probleempje aan:

Als ik op maandagochtend een boodschappenlijstje had opgesteld en Lars boodschappen ging doen, wist ik op maandagavond al niet meer wat we gingen eten. Dan keek ik in de koelkast en pakte maar wat en maakte daar wat te eten van. Om vervolgens op woensdag te denken: ‘Hè, we zouden vandaag toch courgettesoep eten? Waar is de courgette?!’ En dan aten we dus maar wat er nog over wat: hussepusse met je neus ertussen.

Maar ook daar is natuurlijk redelijk gemakkelijk een mouw aan te passen. We hebben sinds kort een krijtbord in de keuken waarop ik braaf schrijf wat we wanneer eten. Overzichtelijk en gestructureerd. En dan zegt dat kwade stemmetje in mijn hoofd natuurlijk wel dat het stom is dat ik zelfs dát niet kan onthouden, maar het helpt me. Ik bespaar mijn hoofd de energie van het moeten herinneren en ik grijp nooit meer mis. Het zijn zulke kleine dingetjes die het leven soms een stuk makkelijker kunnen maken. Kleine moeite, groot plezier.

IMG_20150319_181817

Zwaar leven ( ja, nee maar echt waar)

Lange tijd vond ik dat ik mezelf niet zielig mocht vinden. Daar schoot ik tenslotte niets mee op. Iedereen vond het al zo zielig voor me, niemand had er wat aan als ik mee ging doen aan de medelijdenparade. Tegelijkertijd vond ik mezelf ook niet stoer of dapper. Eigenlijk kwam het erop neer dat ik die grote emoties (hè getver, emoties!) zo goed mogelijk negeerde.

Maar weet je? Daar schiet je uiteindelijk niets mee op. Doordat ik van mezelf niet zielig of (nog zo’n walgelijk woord) kwetsbaar mocht zijn, ontkende ik mijn eigen frustratie en verdriet. En na alle therapie in het revalidatiecentrum heb ik op zijn minst geleerd dat je je emoties moet verwerken om door te kunnen.

Nou, hier gaan we dan: ik kreeg gister weer correspondentie van de tegenpartij binnen en ik voel me daardoor boos, teleurgesteld, verdrietig, moedeloos en uit het veld geslagen. Oh, en had ik boos al genoemd? Ze vinden de causaliteit tussen ongeval en klachten nog altijd niet bewezen, pakken me op het feit dat ik vorig jaar nog dapper opperde dat ik het huishouden zo goed en zo kwaad zelf zou proberen te doen (‘dus achten wij vergoeding voor huishoudelijke hulp overbodig’) en willen graag mijn gehele medische informatie van de drie jaar vóór het ongeluk inzien (want wie heeft er ook behoefte aan privacy?). En ik wéét dat ik een dossiernummer voor hen ben en dit voor zo’n verzekeringsmaatschappij nu eenmaal de procedure is, maar voor mij is het mijn leven.

Ik heb mijn werk, mijn sport, mijn sociale leven en toekomstbeeld los moeten laten en de praktijk is dat ik de strijd aan moet met een kolos van een verzekeringsmaatschappij die het te druk heeft met rendementen, bonussen en woekerpolissen om een menselijk gezicht te laten zien. Daarnaast is Lars zijn baan kwijt, ben ik afgekeurd en moeten we zuinig aan doen omdat ik door het vermeende ‘causaliteitsprobleem’ geen voorschotten meer ontvang. Met Oud&Nieuw zeiden Lars en ik tegen elkaar dat dit ons jaar zou worden, maar het is soms echt behoorlijk moeilijk om de moed er in te houden.

Maar oké, Delta Lloyd. Als we het hard gaan spelen kun je het krijgen. Ik word namelijk moe en gefrustreerd en verdrietig van jullie, maar op dit moment bovenal boos. Ik weet dat jullie me murw willen slaan, zodat ik me af laat kopen met een schijntje. Maar jullie kennen misschien mijn dossiernummer, maar mij nog niet. En ik ben boos. Kom maar door met die procedures, zou ik willen zeggen. Bring it on.

image

Alle remmen los!

Op school kregen wij Frans van meneer Van der Toor. Hij was zo’n man die heel erg hield van woordgrapjes, en heel hard om zijn eigen grappen lachte. Als je moest niezen, zei hij bijvoorbeeld: “Hoest verder?” Hilarisch vond hij dat. Wij vonden dat idioot. Thuis vertelden we vol minachting over de stomme grapjes die Van der Toor nu weer gemaakt had. Mijn moeder was het niet met ons eens. Zij lachte bijna net zo hard om zijn grappen als Van der Toor zelf.

Mijn gevoel voor humor is veranderd. Laatst fietsten Lars en ik langs een bloemenkraam, waar op een bord ‘Lente, kom eens uit je bolletje’ stond. Ik moest daar smakelijk om lachen (en toen Lars om mij moest lachen en mij gestoord noemde, moest ik nóg harder lachen) en bedacht toen: ik ben net mijn moeder.

Ik ben op mijn gezicht terecht gekomen. Waarschijnlijk heeft de voorkant van mijn hersenen een flinke klap gehad. Ik keek een college van Erik Scherder over de functies van de frontale hersenen, waar je remmingen zitten. Remmingen zorgen ervoor dat je bepaalde prikkels tegenhoudt, zodat je je beter op andere kunt concentreren. Maar ze zorgen er ook voor dat je op een sociaal geaccepteerde manier op bepaalde situaties reageert. Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg, zeg maar. En die remmingen doen niet altijd meer wat ze moeten doen bij mij.

Ik lach veel, hardop en schaterend. Om laffe reclames, flauwe woordgrapjes, een vondst als ‘Salamander Klöpping’ (hoe verzin je het?!). Ik lach om alles wat er gezegd wordt in Top Gear en vooral heel hard om mezelf. Als ik iets onhandigs doe, iets geks zeg, de tram de verkeerde kant op neem en dat pas na acht haltes doorheb (terwijl ik er bij de vierde al uit moest). Of laatst toen ik op de verjaardag van mijn zus maar aan de wc-deur bleef hannesen en niet begreep waarom die niet opende, tot degene die erop zat verstoord naar buiten kwam zetten. Haha! Ik had even niet bedacht dat die wc ook bezet kon zijn!

De andere kant is helaas ook mogelijk. Ik kan om iedere scheet janken. En als ik eenmaal huil, duurt het ook even voor ik stop. Say yes to the dress, reclame van zielige ezeltjes op de Ezeltjesfarm, Lars die mij kietelt en dat ik dan vanuit lachen in één vloeiende beweging overga in tranen.

Ik was altijd zelfbewust, stiekem toch wel bezig met ‘wat zullen ze wel niet van mij denken?’. Nu weet ik wel dat het ‘ze’ maar weinig uitmaakt en anders maakt het mij zelf behoorlijk weinig uit. Ik heb niet de energie om in iedere situatie precies zo te reageren als het de ander het beste uit komt. What you see is what you get. Op straat gniffel ik om alles wat ik tegenkom en als je grappig bent, lach ik heel hard.

En als je wat minder grappig bent, waarschijnlijk ook.

f4c482a2dc1c008a1e30cc8bdf8603ce