Afgekeurd

Laatst keek ik een documentaire van de EO over wonen in Oude Pekela (je gaat rare dingen doen als je CSI niet meer kunt volgen). Er kwam een vrouw in beeld, die vond dat zij afgekeurd moest worden. En hoewel ze obees was, was ze verder niet ziek. Terecht dat zo iemand moet werken, vond ik. Ik dacht namelijk dat je wel heel ziek moest zijn om afgekeurd te worden.

Afgelopen dinsdag kreeg ik te horen dat ik voorlopig volledig afgekeurd ben. En dat was dus behoorlijk confronterend. Want dien je niet kwijlend in een elektrische rolstoel te zitten om afgekeurd te worden? Zó ziek ben ik nou toch ook weer niet? Het is raar om een (toegegeven, nogal rechtlijnig) beeld te hebben van de sociale dienst en er nu ineens bij te horen.

De verzekeringsarts had mij, mits onder de ideale omstandigheden, gekeurd op een belastbaarheid van 4 uur per dag, 20 uur per week. Een week later had ik een afspraak met de arbeidsdeskundige van het UWV. De regel is dat zo’n arbeidsdeskundige drie functies duidt die als voorbeeld gelden van passend werk (ingewikkeld verhaal. Voor meer informatie kan ik alleen maar doorverwijzen naar de site van het UWV). Ze kwam voor mij met productiewerk (in een fabriek dus), baliemedewerkster bij een consultatiebureau en schoonmaak in een ziekenhuis.

En daar zat ik dan met mijn goede gedrag. Want ik voelde me al die tijd veel te goed en gezond om afgekeurd te worden, maar bij alle drie de functies had ik toch behoorlijke bezwaren. Ik heb ontzettend veel last van licht, geluid, beweging, aanraking, drukte, evenwicht. Ik kan me niet lang concentreren en van telefoneren word ik heel snel beroerd. Ik kan geen meerdere dingen tegelijk en niet snel switchen van de ene taak naar de andere. Ik raak uitgeput van stofzuigen en de wc poetsen kan ik alleen als ik ervoor en erna kan rusten en de rest van de dag geen ingrijpende dingen hoef te doen. Ik ben snel moe, fysiek maar vooral mentaal, en ik moet veel rusten. Nou, ga er maar aan staan dan. Achter de lopende band met alle herrie en beweging, baliemedewerkster met snel wisselende taken en die telefoon en schoonmaken terwijl ik mijn eigen huis niet eens schoon krijg…

Afgelopen dinsdag ben ik afgekeurd en dat doet stiekem best pijn. Want ik kan dan misschien zo uit mijn hoofd geen werk verzinnen wat ik wel aan zou kunnen, maar ik ging er toch vanuit dat een arbeidsdeskundige van het UWV daar wel wat op wist. Zij zit er op, tenslotte. En alsof dit blog, een jaar lang revalideren en een heel ander leven leiden nog niet genoeg waren, is dit nog eens extra de bevestiging dat er iets met mij aan de hand is. Dat ik niet morgen wakker zal worden en het weg is. Behoorlijk confronterend dus.

image

Advertenties

Theorietje

Ik heb een theorie over pakketbezorgers. Ik heb theorieën over een heleboel dingen. Zoals de buurman van helemaal beneden die écht nooit thuis is (want er brandt nooit een lampje), maar waar wel een kindergordijntje voor het raam hangt (theorie: gescheiden, kind is er eens in de twee weken, de rest van de tijd zit meneer bij zijn nieuwe liefde), of het overbuurmeisje waar ik sinds kort geen man meer bij in huis zie  en dat nu regelmatig sieraden zit te maken aan de eettafel en dat af en toe onderbreekt om iets te doen wat lijkt op een uitbundige huilbui (theorie: uit elkaar en probeert alle ellende nu te vergeten door een leuke hobby). Op onze grijze fauteuil zit ik voor het raam en houd ik de hele buurt in de gaten. Ik heb geen geraniums in huis, wel een aloe vera. Verder is er weinig verschil tussen mij en een veel te nieuwsgierige bejaarde met teveel vrije tijd en te weinig sociaal contact.

Maar goed, die pakketbezorgers dus. Ik ga niet meer naar de stad. Ik heb het nog wel eens geprobeerd, maar ik word er eigenlijk alleen maar ongelukkig van. Het is te druk, te rumoerig, er zijn teveel kleurtjes, keuzes, mensen, winkels… Het resultaat is dat ik dingen koop die ik niet wil en drie dagen bij moet komen. Of dat ik hele rare keuzes maak. Zo was ik er vorig jaar van overtuigd dat ik twee totáál verschillende brillen had besteld. Toen ik ze twee weken later op ging halen, bleken ze vrijwel identiek… Gelukkig is daar internet, waar werkelijk álles te koop is.

Er staat dan ook regelmatig een pakketbezorger voor onze deur. Of het nu voor een keukenrolhouder en een thee-ei, onderbroeken van de Hema of een doos vol wol is, er wordt een heleboel bij ons geleverd. En het gekke is; ik ben ontzettend veel thuis, maar ik loop ze heel vaak mis.

Hier gaat mijn theorie dus over. Soms ben ik alleen maar een half uurtje buiten aan het wandelen en vind ik bij terugkomst zo’n irritant ‘we hebben je gemist’-briefje in de bus. Volgens mij staan pakketbezorgers gewoon op het hoekje van de straat te wachten tot je de deur uit bent voordat ze aanbellen. Ze doen het erom. Ik kan een muur behangen met de gemist-briefjes en ik ben dus heel vaak thuis!

Laatst onderschepte ik de PostNL meneer nét toen ik thuiskwam. Hij was al bijna klaar met zijn briefje schrijven en knoopte voor de vorm nog maar een gesprekje aan. “Jij bestelt echt veel en je bent heel vaak thuis,” zei hij. “Ik ben echt blij met jou!”
Maar hij keek er heel beteuterd bij.

IMG_807929858107928

Ontdek je plekje

image

Hoe was mijn werk vandaag, vraag je? Nou, leuk. Ik heb conservenblikken geverfd.

Het fijne van mijn werkervaringsplek is dat ik weer een doel heb. Dat ik weer meedraai (zij het stiekem en langs het randje) in de maatschappij. Maar het is ook behoorlijk confronterend.

Vandaag heb ik conservenblikken geverfd zodat het potloodhouders kunnen worden. En dat gaat prima. Lekker overzichtelijk; eerst het scherpe randje ombuigen, ontvetten, dan alle benodigdheden klaarzetten, schort om en gaan. Zo’n redelijk eenvoudige taak gaat me goed af. Maar toen ik vorige week een poging deed om het magazijn op te ruimen, kwam ik mijzelf goed tegen. Ik pakte spullen op en zette ze weer neer, klom het huishoudtrapje op en weer af, schoof wat met de flessen verf en was vervolgens weer kwijt wat ik er eigenlijk mee wilde doen. Zelf structuur aanbrengen in de chaos, het overzicht bewaren en tegelijkertijd kleine deeltaken uitvoeren; het bleek enorm lastig.

Dus ik doe misschien wat schamper over simpel kopieerwerk of dat verven van vandaag, maar voorlopig is het even wat ik aankan. En dus heb ik besloten ervan te genieten. Er valt dan ook zoveel te genieten! Die kleine hoopjes bacillen waar ik vroeger niet zoveel mee had, zijn in de praktijk namelijk fantastisch! Ik ben gewend aan stuurse pubers die je hard laten werken voor een glimlach en een klein beetje persoonlijk contact. Deze kleine kinderen zijn open, onbevangen en ontzettend nieuwsgierig. Het brutale jongetje dat vraagt wat ik aan het doen ben, wat ik dan kopieer, of ik alle boekjes op school of in de bibliotheek dan gekopieerd heb, of ik ook kan knipogen, waarom ik een schort draag bij het verven, waarom er dan geen vlekken op dat schort zitten als ik het draag omdat ik geen verf op mijn kleren wil krijgen? Of de blonde kleuter die ik opving nadat hij het klimrek gekopt had en mij vervolgens iedere keer trots de ontwikkelingen van zijn bult liet zien. Het meisje dat vertelt dat ze vandaag voor het eerst naar balletles gaat, maar het niet spannend vindt omdat ze het uiteraard allang kan (hoe durf ik daar ook aan te twijfelen?).

Ik heb eindeloos respect gekregen voor alle meesters en juffen, want wat is het intensief werk. En ik kopieer wat en ik verf en ik rommel wat aan. En na anderhalf uur vertrek ik naar huis waar ik eerst een paar uur moet rusten voordat ik weer een klein beetje geland ben. Maar ik ben er even geweest en heb gelachen met (of om) die guppen en man, wat is dat veel waard!

image

What not to wear

Heel soms denk ik dat de beperkingen waar ik mee moet leren leven minimaal zijn en dat het leven één groot feest is (vaak is dit wanneer ik met een grote bak chocolade-ijs op de bank hang en de wereld verder stil en donker is). Andere momenten komt nog eens extra hard binnen hoe verstrekkend de gevolgen kunnen zijn. Want hoe braaf en rustig ik mijzelf ook houd, er zijn dagen dat dat geen klap uitmaakt.

Ik heb al eens geschreven over mijn afscheid van de hoge hakken. Die zorgen voor teveel spierspanning, maar ook voor een ernstige vorm van ‘omvallen’. Maar niet alleen mijn schoenen ben ik anders uit gaan zoeken, met de inhoud van mijn hele kledingkast moet ik kritischer omgaan.

Stel je voor dat je de kleding die je draagt de hele dag op je lijf voelt. Dat gebeurt dus bij mij. Dit is het vervelende van die overprikkeling; aanraking is ook snel teveel.Mijn lievelingsjeans zit daardoor niet meer lekker en van een snoezig jurkje irriteert de hals. (Te) hard en (te) strak of (te) zacht en (te) soepel gaan niet meer samen. De helft van mijn kleding kan ik alleen nog onder bepaalde voorwaarden aan.

Daarbij komt ook nog dat ik sommige prints niet meer goed kan zien. Als er teveel contrast in zit, krijg ik daar visueel enorm veel last van. Die leuke zomerbroek met witte en blauwe vlekken maakt me misselijk en die zwart-wit gestreepte blouse is leuk voor een uurtje. Vanochtend schoot ik in mijn spijkerbroek en dacht dat ik in één nacht vijf kilo was aangekomen (waarschijnlijk het chocolade-ijs van gisteravond). De ruwe stof van een leuk truitje deed zeer.  Het is sommige dagen moeilijk te zeggen wat ik wel of niet aan kan. Laatst had ik de hele dag mijn zachte trainingsbroek aan en voelde het aan het einde van de dag alsof mijn been verbrand was. De soepele stof was waarschijnlijk te vaak langs mijn huid gestreken.

Soms zit ik in mijn tokkie outfit op de bank ijs te eten en lijkt het allemaal wel te doen. Maar vanochtend stond ik gefrustreerd voor de kast. Ik heb planken vol kleding, maar had niets om aan te trekken.

5dc3136bff99e6bcf253dae334eb4336